Eugène Joseph Charles Gilain Hubert d'Olmen, baron van Poederlee (Brussel, 20 september 1742 - Sint-Renelde, 18 augustus 1813) was een Zuid-Nederlands botanicus, agronoom en politicus. Zijn boek Manuel de l'arboriste et du forestier belgiques (1772) kende drie uitgaven en gold op het einde van de achttiende eeuw als een referentiewerk over tuinbouw en dendrologie in de Zuidelijke Nederlanden. Naast zijn wetenschappelijk werk, volgde hij zijn vader op als familiehoofd van de Henegouws-Brabantse adellijke familie d'Olmen de Poederlé. In deze hoedanigheid was hij baron van Poederlee, burggraaf van de Sint-Albert, de heer van Sint-Renelde, Laken, Ogierlande en enkele andere eigendommen. Na de Franse annexatie van de Zuidelijke Nederlanden, benoemde de Franse overheid hem tot burgemeester van Sint-Renelde. Deze positie bekleedde hij tot aan zijn dood. Jeugdjaren Als oudste kind van baron Philippe Eugène Joseph d'Olmen de Poederlé en de Vlaamse burggravin Marie Livine de Corte werd Eugène-Joseph d'Olmen de Poederlé geboren in een gezin dat deel uitmaakte van het achttiende-eeuwse Brusselse en Brabantse machtsbestel. Bij zijn geboorte verkeerde de familie in een precaire financiële situatie, maar tijdens zijn jeugdjaren kon het gezin zijn geldproblemen wegwerken en steeds meer aanspraak maken op prominente politieke posities. Zijn vader was sinds jonge leeftijd boswachter van het Hertogdom en verwierf tussen 1748 en 1774 toegang tot de Zeven geslachten van Brussel, de familietitels, en werd lid van de adellijke stand in de Staten van Brabant. Door zijn aanwezigheid in verschillende raden woog hij op het gewestelijke bestuur en als boswachter stond hij in voor een beleidstak die energie, grondstoffen en bezitsverhoudingen controleerde. Via moeder De Corte had het gezin bezittingen in het Assenederambacht en het Brugse Vrije. Vanaf een jonge leeftijd specialiseerde hij zich in de land- en tuinbouw met een bijzondere aandacht voor bomen.

Wetenschappelijke carrière De botanica in de Oostenrijks-Habsburgse Nederlanden van de late achttiende eeuw combineerde in toenemende mate een utilitaristisch denken met een patriotisch streven naar economische autonomie. Binnen deze tendens onderzochten Zuid-Nederlandse botanici de praktische inzetbaarheid van zowel inheemse als uitheemse planten om de binnenlandse economie te versterken. D'Olmen de Poederlé was als jonge wetenschapper beïnvloed door dit gedachtengoed. In zijn eigen werk stonden methoden centraal die binnenlandse telers konden gebruiken voor hun eigen oogsten. Tuinbouw met Engelse invloeden Bij het begin van zijn carrière nam hij vanaf 1769 deel aan een reeks wetenschappelijke missies naar Frankrijk en Groot-Brittannië om zowel de Franse als Engelse tuinbouw te onderzoeken. Vooral de Engelse missie van 1771 onder leiding van de Hertog van Arenberg , zijn zoon en abt John Needham was bepalend voor zijn Manuel de l'arboriste et du forestier belgiques (1772). Enerzijds was er een fascinatie voor de manier waarop Engelse kwekers en tuinarchitecten exotische concepten in tuinen konden laten gedijen. Denk aan Chinese invloeden en de kweek van diverse groenblijvende planten uit de Britse koloniën die gelaagde natuurlijke omgevingen creëerden. Anderzijds leerde hij ook innovatieve technologieën en methoden voor de land- en tuinbouw kennen die hij aanpaste voor de Zuid-Nederlandse context..Ibidem. Gestoeld op Engelse leest ontwikkelde hij een Zuid-Nederlandse tuinbouwmethodiek die lokale alternatieven aanwendde voor groenblijvende tuinen, onder meer buxus, taxus en laurier, en importeerde hij via zijn Engels netwerk grootschalig exotische planten zoals tulpenbomen.

Met zijn Manuel introduceerde hij structurele manieren om aan Engelse tuinbouw in de Zuidelijke Nederlanden te doen.Ibidem Een beweging die voor minstens twintig jaar een sterke impact had op de binnenlandse tuinbouw. De aandacht voor de aanleg van tuinen was sinds het midden van de achttiende eeuw toegenomen. Via de grand tour en literatuur kwamen zij regelmatig in contact met vormen van tuinbouw die elders in Europa bestonden. Ibidem. Onderzoek naar de samenstelling van zulke tuinen zorgde ervoor dat ze gelijkaardige landschappen op hun eigen domeinen konden namaken.

Vroege weerkundige experimenten Vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw professionaliseerde de meteorologie door de opkomst van gestandaardiseerde instrumenten, weerkundige standaarden en internationale netwerken. Vanaf de jaren 1770 en 1780 begonnen religieuze instellingen en academies te fungeren als faciliterende instellingen voor de weerkundige infrastructuur. D'Olmen de Poederlé maakte hiervan gebruik in zijn eigen onderzoek. Door zijn opmetingen van de gemiddelde temperatuur van Brussel, was hij een van de eersten die gelijkaardige temperatuursmetingen deed voor de Zuidelijke Nederlanden. Als meteoroloog bleef hij, uitgezonderd enkele publicaties voor de Brusselse Academie tijdens de jaren 1770, eerder op de achtergrond. Zijn Zuid-Nederlandse werkzaamheden beperkten zich daarna tot samenwerkingen met natuurwetenschapper Theodore Augustine Mann die voor de Academie internationale weerkundige samenwerkingen onderhield.

Als weerkundig onderzoeker hield hij zich verder vooral bezig met de verbanden tussen weerfenomenen, de miasmatheorie en de verspreiding van ziekten.Ibidem. De onderzoeken die hij voerde naar sociale en medische impact van weerfenomenen publiceerde hij bij de Franse Société royale de médecine in Parijs. Na de inlijving van de Zuidelijke Nederlanden bij de Franse Republiek, kwam hij in deze hoedanigheid terecht bij de Société generale de Vaccine. Dit adviesorgaan monitorde vanaf 1800 het gezondheidsbeleid van het Dijledepartement. Deze activiteiten bezigde hij tot zijn dood.

Overige wetenschappelijke activiteiten Gedurende zijn carrière onderhield hij voornamelijk contacten met de Franse Société royale d'agriculture de Paris, Société royale d'agriculture et de botanique de Gand en de Royal Society of Agriculture in Londen. Hij was nooit formeel lid van de Brusselse Academie. Als botanicus en medisch meteoroloog correspondeerde hij internationaal met natuurwetenschappers als Georges-Louis Leclerc de Buffon, Carl Linnaeus de Jongere, Henri Louis Duhamel du Monceau en Louis Cotte. Politiek Toen zijn moeder in 1774 overleed, verkreeg hij zijn eerste formele politieke titels. Hij erfde de titel van burggraaf van Sint-Albert. Een relatief klein landgoed in de polders in het Assenederambacht, deels op Staats en Oostenrijks-Habsburgs grondgebied. In 1781 overleed zijn vader en kwamen de eigendommen van het huis d'Olmen de Poederlé grotendeels naar hem. Vanaf dat moment gebruikte hij baron van Poederlee als eerste titel. Terwijl het burggraafschap hoger in rang was, maakte deze baronstitel deel uit van een ruimere prestigieuze traditie. De heren van Poederlee vertoefden sinds de zeventiende eeuw in de hogere regionen van de macht en daarnaast had het dorp een symbolisch belang als katholiek bedevaartsoord.

In 1792 benoemde de net aangetreden vorst Frans van Habsburg-Lotharingen hem tot kamerheer. Hierdoor maakte hij formeel deel uit van de kringen rond de vorst, doch voor een relatief korte duur. Tijdens de militaire campagne van het Franse revolutionaire leger in het land, vaardigde de Franse overheid in 1793 een arrestatiebevel tegen hem uit. Hij sloeg in 1794 met zijn gezin op de vlucht toen het Franse leger verder optrok naar het binnenland. Ze vestigden zich in het Heilig Roomse Rijk, maar keerden terug na de formele annexatie van de Zuidelijke Nederlanden door de Eerste Franse Republiek. Ontzet uit zijn adelijke en heerlijke rechten, benoemde het Franse bewind hem tot burgemeester van Sint-Renelde. Daarna nam hij regelmatig een adviserende rol op als wetenschapper en bestuurder in het Dijledepartement. Op 18 augustus 1813 stierf hij aan een beroerte en nam zijn zoon Philippe Ambroise het burgemeestersambt over.

Persoonlijk In 1773 trouwde hij met Hyppolyte Françoise Ghislaine de Vicq. Uit dit huwelijk kwamen drie kinderen: Philippe Ambroise, Jean Charles en Henriette Françoise.

Werken (1772), Manuel de l'arboriste et du forestier belgiques, par M. de Poederlé, l'aîné. Ouvrage extrait des meilleurs auteurs anciens & modernes, & soutenu d'observations recueillies dans différens voyages, & d'essais faits dans sa patrie, Brussel: J. L. de Boubers. (1780), Extraits des observations météorologiques, faites à Bruxelles pendant l'année 1777, et présentées à l'Académie, Brussel: L'Imprèmerie academique de Bruxelles. (1780), Observations de l'éclipse de soleil du 24 juin 1778, faite à Bruxelles, Brussel: L'Imprèmerie academique de Bruxelles. (1788), Manuel de l'arboriste et du forestier belgiques; par M. le baron de Poederlé, de la Société d'Agriculture de Paris. Seconde édition, augmentée de plusieurs articles curieux & soigneusement corrigée par l'auteur, Brussel: Emmanuel Flon. (1792), Manuel de l'arboriste et du forestier belgiques; par M. le baron de Poederle, associé étranger de la Société Royale d'Agriculture de Paris. Troisieme édition, augmentée de plusieurs articles curieux et soigneusement corrigée par l'auteur, Brussel: Emmanuel Flon. (1792), Observations sur l'effet qu'a produit le froid rigoureux de 1788 à 1789 sur les végétaux en général et spécialement sur les arbres indigènes et exotiques, s.l.: s.n. en (2021), Le journal du voyage en Angleterre du Baron de Poederlé (5 juin - 11 août 1771), Mons: Société des Bibliophiles belges séant à Mons. (Postume en becommentarieerde uitgave van een onuitgegeven manuscript.)

Referenties (1903), Poederlé, in: Biographie nationale de Belgique, Tome XVII, Brussel. (2016), "The influence of England on the first English gardens in the Southern Low Countries and the Principality of Liège", Garden History, 44, 87-100. (2010), De heren des dorps en banderije van Poederlee, 1209-2009, Lille: Heemkundige Kring Norbert de Vrijter. (2020), "«Après une absence de deux mois et six jours …» Le voyage d’Eugène-Joseph de Poederlé en Angleterre en 1771", Mémoires et publications de la Société des sciences, des arts et des lettres du Hainaut, 111, 105-142. (2006), "Vaderlandse weelde op de kaart gezet. Belgische botanici, wetenschappelijke ijver en nationale motieven", BMGN - Low Countries Historical Review, 121(4), 680-710. (1817), Discours sur l'état ancien et moderne de l'agriculture et de la botanique dans les Pays-Bas, Gent: P. F. de Goesin-Verhaeghe. (1985), "Baron de Poederlé (1742-1813) en de meteorologie en geneeskunde in de late 18de eeuw", Oostvlaamse Zanten, LX/I, 49-52. (2023), "The early meteorological network of the Societas Meteorologica Palatina (1781–1792): foundation, organization, and reception", History of Geo- and Space Sciences, 14/2, 93–120. Noten

Categorie:Zuid-Nederlands burgemeester (voor 1830) *