Adriaan Bob Philbert (Rijswijk, 15 april 1916 – Paterswolde, 2 december 1991) was een Nederlands officier van de Koninklijke Landmacht, die zijn militaire loopbaan afsloot als luitenant-kolonel der infanterie. Tijdens de Duitse inval in Nederland (1940) diende hij als luitenant-adjudant bij het 22e Regiment Infanterie. Voor zijn onverschrokken optreden tijdens patrouilleopdrachten vóór de voorposten van de Grebbelinie bij Renswoude tijdens de Slag om de Grebbeberg werd hij onderscheiden met het Bronzen Kruis.Voordracht Bronzen Kruis, Nationaal Archief.Koninklijk Besluit van 22 april 1948, nr. 77.Nederlandsche Staatscourant, 14 juni 1948.Het Dagblad voor Sumatra, 7 augustus 1948.
Na zijn jarenlange krijgsgevangenschap speelde Philbert direct na de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol bij de repatriëring van Nederlandse krijgsgevangenen. Volgens contemporaine krantenberichten wist hij, nadat een ernstig tekort aan brandstof de transporten dreigde stil te leggen, via contact met prinses Juliana de benodigde brandstof voor de repatriëring beschikbaar te krijgen. Op het door Philbert bewaarde exemplaar van het betreffende krantenartikel noteerde hij later dat hij hiervoor persoonlijk met prinses Juliana had gesproken.Trouw, 11 juni 1945.De Patriot, 13 juni 1945.Door Adriaan Bob Philbert geannoteerd exemplaar van het artikel in Trouw (familiearchief).
Na de oorlog vervulde Philbert verschillende commandovoerende, organisatorische en opleidingsfuncties binnen de Koninklijke Landmacht, onder meer als bataljonscommandant, docent aan het Studie Centrum voor Militair Leiderschap (SCML) en adviseur van de Rijksluchtvaartschool en Luchthaven Eelde.Algemeen Handelsblad, 13 oktober 1956.De Infanterist, 1961.Limburgsch Dagblad, 25 november 1963.Nieuwsblad van het Noorden, 1975.
Jeugd en opleiding Adriaan Bob Philbert werd op 15 april 1916 geboren te Rijswijk als zoon van Adrien Joseph Marie Lionel Victor Philbert en Maria Wilhelmina van Velzen.Militaire persoons-/stamboekkaart Adriaan Bob Philbert.
Zijn grootvader was Charles-Marie Philbert, voormalig Frans consul-generaal en orgeldeskundige. Philbert was van adellijke komaf.Joseph Antonius Verheijen, Het Orgel, 1894.René Verwer, Aristide Cavaillé-Coll en zijn Nederlandse contacten, 2009.
Philbert volgde zijn middelbare schoolopleiding aan het Hervormd Lyceum te Amsterdam, waar hij in 1935 slaagde voor het HBS-B-diploma.De Standaard, 25 juni 1935, Eindexamen H.B.S..
In de tweede helft van de jaren dertig koos Philbert voor een loopbaan als beroepsofficier. In deze periode werd de Nederlandse krijgsmacht, onder invloed van de toenemende internationale spanningen in Europa, geleidelijk uitgebreid en gemoderniseerd. Op 5 oktober 1938 werd hij benoemd tot tweede luitenant der infanterie in de Koninklijke Landmacht.Nederlandsche Staatscourant, 5 oktober 1938, benoeming tot tweede luitenant der infanterie.
Kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd hij geplaatst bij het 22e Regiment Infanterie, waar hij als luitenant-adjudant deel uitmaakte van de bataljonsstaf. In deze functie was hij betrokken bij de voorbereiding en coördinatie van de verdediging van de Grebbelinie. Bij het uitbreken van Duitse inval in Nederland in mei 1940 behoorde hij tot de jonge beroepsofficieren die verantwoordelijk waren voor de stafvoering en ondersteuning van de gevechtseenheden aan het front.
Tweede Wereldoorlog Bij de Duitse inval in Nederland in mei 1940 diende Philbert als luitenant-adjudant bij de staf van het 22e Regiment Infanterie. Op 13 mei 1940 voerde hij op onverschrokken wijze verscheidene patrouilleopdrachten uit in het terrein vóór de voorposten van de Grebbelinie bij Renswoude.
Voor zijn optreden tijdens de gevechten om de Grebbeberg werd Philbert bij Koninklijk Besluit van 22 april 1948 (nr. 77) onderscheiden met het Bronzen Kruis. De onderscheiding werd officieel bekendgemaakt in de Nederlandsche Staatscourant van 14 juni 1948, waarin hij wordt vermeld als kapitein A. B. Philbert.
Het Bronzen Kruis werd bij Koninklijk Besluit van 11 juni 1940 ingesteld door koningin Wilhelmina en wordt verleend wegens moedig en beleidvol optreden tegenover de vijand.Koninklijk Besluit van 11 juni 1940 tot instelling van het Bronzen Kruis.
Na de capitulatie werd Philbert aanvankelijk uit krijgsgevangenschap ontslagen. Toen de Duitse bezettingsautoriteiten in 1942 de Nederlandse beroepsofficieren opnieuw opriepen zich te melden, werd hij op 15 mei 1942 in Bussum krijgsgevangen genomen. Hij verbleef achtereenvolgens in Oflag XIII-B, Stanisławów en Neubrandenburg.Militaire krijgsgevangenenkaart.
Na de Duitse capitulatie keerde Philbert op 29 mei 1945 via het Ontvangst-Centrum Gerepatrieerde Krijgsgevangenen te Weert terug in Nederland. Kort daarna werd hij betrokken bij de organisatie van de repatriëring van Nederlandse krijgsgevangenen. Een interview in De Patriot van 13 juni 1945 beschrijft zijn terugkeer uit Neubrandenburg en zijn werkzaamheden voor de repatriërings- en vervoerdienst, waarbij hij de logistieke problemen rond de terugkeer van duizenden Nederlandse krijgsgevangenen toelichtte.
Volgens een artikel in Trouw dreigde de repatriëring korte tijd later vast te lopen door een ernstig tekort aan brandstof. Nadat via prinses Juliana extra brandstof beschikbaar was gekomen, konden de transporten worden voortgezet. Op het door Philbert bewaarde exemplaar van dit krantenartikel noteerde hij later dat hij hiervoor persoonlijk met prinses Juliana had gesproken.
Naoorlogse militaire loopbaan Na zijn terugkeer uit krijgsgevangenschap bleef Philbert verbonden aan de Koninklijke Landmacht. Hij was als kapitein betrokken bij de politionele acties, de Nederlandse militaire campagnes die tussen 1947 en 1949 ten tijde van de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog werden gevoerd.
Zijn verdere militaire loopbaan viel samen met de wederopbouw van de Nederlandse krijgsmacht na de Tweede Wereldoorlog en de toetreding van Nederland tot de NAVO in 1949. Opleiding, internationale samenwerking en grootschalige oefeningen kregen daardoor een steeds grotere betekenis. Nederlandse eenheden namen vanaf de jaren vijftig regelmatig deel aan oefeningen in West-Duitsland, ter voorbereiding op de collectieve verdediging van West-Europa.
In 1954 werd Philbert, toen kapitein bij de Koninklijke Landmacht, overgeplaatst naar West-Duitsland, waar hij werd bevorderd tot majoor. Hij was betrokken bij de organisatie van Nederlandse infanterieoefeningen op de Lüneburger Heide. In een interview met het Algemeen Handelsblad van 13 oktober 1956 lichtte hij het oefenschema van het NAVO-oefenterrein Hohne toe, waar Britse, Belgische, Deense, Franse, Duitse, Amerikaanse en Nederlandse eenheden gezamenlijk oefenden.
In 1961 was Philbert als majoor verbonden aan de Infanterieschool te Harderwijk. Tijdens de daar georganiseerde Dag der Infanterie trad hij op als coördinator van het tentoonstellingsgedeelte. In hetzelfde jaar publiceerde hij als majoor verbonden aan de Infanterieschool in het militaire vakblad De Infanterist het artikel Het geweer FAL 7.62 mm NATO, waarmee hij tevens als auteur van militaire vakliteratuur naar voren trad.
In december 1961 was Philbert luitenant-kolonel (overste) en commandant van een bataljon. Tijdens de beëdiging van vijf nieuw benoemde tweede luitenants op het exercitieterrein van de Johan Willem Frisokazerne te Assen vergezelde hij als bataljonscommandant luitenant-kolonel De Louw, die de eed afnam.Krantenbericht over de beëdiging te Assen, december 1961.
In november 1963 was Philbert commandant van het 42e Pantserinfanteriebataljon van de Limburgse Jagers, gelegerd in Kamp Seedorf in West-Duitsland. In een interview met het Limburgsch Dagblad sprak hij zich positief uit over de inzet van zijn bataljon en de aanpassing aan de nieuwe legerplaats.
In de laatste fase van zijn militaire loopbaan verschoof zijn werkterrein geleidelijk van operationele commandovoering naar opleiding en leiderschapsontwikkeling. Als luitenant-kolonel werd hij docent aan het Studie Centrum voor Militair Leiderschap (SCML) in Hilversum, waar hij onderwijs verzorgde aan midden- en hoger kader van Defensie. Volgens een schriftelijk familietestimonium van J. H. Philbert behandelde hij daarbij onder meer sociologie, psychologie, filosofie en politicologie, steeds gericht op de veranderende maatschappelijke verhoudingen en de betekenis daarvan voor militair leiderschap. Ook vertegenwoordigers van de KLM volgden deze colleges. Vanuit deze contacten aanvaardde hij na zijn militaire loopbaan een adviesfunctie bij de Rijksluchtvaartschool in Eelde.J. H. Philbert, schriftelijk familietestimonium (familiearchief).
Laatste jaren en overlijden In 1972 verhuisde Philbert met zijn gezin van Harderwijk naar Paterswolde/Eelde, het jaar waarin hij tevens de actieve militaire dienst verliet. Zoals in het voorgaande hoofdstuk beschreven, brachten zijn werkzaamheden aan het Studie Centrum voor Militair Leiderschap hem in contact met de KLM. Vanuit deze contacten aanvaardde hij een adviesfunctie bij de directeur van de Rijksluchtvaartschool en Luchthaven Eelde. Daarnaast was hij werkzaam als vormingsleraar en mentor.
In 1975 begeleidde Philbert de eerste internationale leerling-vliegers van de Rijksluchtvaartschool, afkomstig uit Ghana. Volgens het Nieuwsblad van het Noorden werden zij in Eelde opgeleid en zouden zij na ongeveer anderhalf jaar terugkeren naar Afrika om als gevechtspiloot te dienen. Zijn ervaring op het gebied van leidinggeven, organisatie en militaire vraagstukken bleef ook na zijn actieve militaire loopbaan gewaardeerd.
In de aanloop naar de Golfoorlog mengde Philbert zich opnieuw in het publieke debat over defensie. In een opiniebijdrage in De Telegraaf van 10 januari 1991, getiteld Regering solt met onze militairen, uitte hij kritiek op de wijze waarop de Nederlandse regering de uitzending van militairen voorbereidde. Hij betoogde dat militairen en hun gezinnen recht hadden op meer duidelijkheid, zorgvuldigheid en waardering.De Telegraaf, 10 januari 1991.
Het Nieuwsblad van het Noorden publiceerde op 4 juni 1991 een interview met Philbert over de militaire ontwikkelingen in het Midden-Oosten. De krant introduceerde hem als oud-luitenant-kolonel der infanterie die met Iraanse officieren een cursus over atoomwapens had gevolgd. In het interview gaf hij zijn visie op de machtsverhoudingen in de Golfregio en de gevolgen van de Golfoorlog.Nieuwsblad van het Noorden, 4 juni 1991.
Philbert overleed op 2 december 1991. In de rouwadvertentie werd hij herdacht als luitenant-kolonel der infanterie b.d. en drager van het Bronzen Kruis.Rouwadvertentie Adriaan Bob Philbert, december 1991.
Met een militaire loopbaan van ruim drie decennia behoorde Philbert tot de generatie Nederlandse beroepsofficieren die de Tweede Wereldoorlog, de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog, de wederopbouw van de Koninklijke Landmacht en de eerste decennia van de NAVO van nabij meemaakten. Zijn loopbaan voerde van de gevechten bij de Grebbelinie en de daaropvolgende krijgsgevangenschap via de repatriëring van Nederlandse krijgsgevangenen naar leidinggevende, opleidings- en adviesfuncties binnen en buiten de krijgsmacht.
Bronnen en referenties
Categorie:Nederlands militair Categorie:Militair in de Tweede Wereldoorlog