Roland Germonpré (Roeselare, 14 september 1934 – Brugge, 7 november 2024) was een Belgisch kunstschilder en grafisch kunstenaar. Zijn werk wordt in verband gebracht met de Vlaamse fantastiek. thumb|Roland Germonpré met zijn jongste dochter in zijn atelier (1975)|261x261px

Leven en opleiding Roland Germonpré werd geboren in Roeselare. De Tweede Wereldoorlog vormde de achtergrond van zijn jeugd, een ervaring die een blijvende invloed had op zijn leven en werk. Tegenover het ouderlijk huis bouwde de Duitse bezetter een telecommunicatiebunker,"https://www.visitroeselare.be/nl/bunker1944" die later zou terugkeren als motief in zijn beeldend oeuvre.Roland Germonpré: Jazz-schilder, De Weekbode, 1 juni 1979.

Zijn ouders hadden een zaak in schilderwerken en decoratie, waar hij al op jonge leeftijd vertrouwd raakte met verf en kleur. Tijdens de oorlog luisterde het gezin clandestien naar de Engelse radio, waardoor Germonpré in contact kwam met de jazz. In 1949 kocht hij zijn eerste jazzplaat, Things to Come, wat het begin vormde van een levenslange belangstelling voor deze muziekvorm.Roland Germonpré: Jazz-schilder, De Weekbode, 1 juni 1979.Fossez, G., De meditaties van Germonpré, De Weekbode, 1 oktober 1983Bonneure, Fernand; Demeester, Bernard; Fontier, Jan; Le Loup, Willy. Lexicon van West-Vlaamse beeldende kunstenaars.VWS, Kortrijk, 1994, p.79.Van Cauwenberghe, Johan, Dr. Jackle & Mr. Bosch, Muziek & Woord, mei 1997, p.8.

Hij volgde middelbaar onderwijs aan het college van de broeders Xaverianen in Brugge. In 1951 begon hij zijn artistieke opleiding aan de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten van Roeselare,De Bruyne, Michel, 150 jaar Stedelijke Academie voor Schone Kunsten te Roeselare 1837-1987, Stadsbestuur Roeselare, 1987. waar hij onder meer les kreeg van Joseph Desimpel.Kindt, G., Roland Germonpré zoekt syntese van bestaande vormen, Het Wekelijks Nieuws, 14 juni 1963, p.8. Aan de academie leerde hij medestudente Yolande Ostyn kennen, met wie hij in 1957 huwde. Samen kregen zij vier kinderen.

Professionele en artistieke loopbaan Begin jaren zestig werd Germonpré leerkracht Schilderen en Grafiek aan het Koninklijk Atheneum van Roeselare. Daarnaast gaf hij er ook avondonderwijs voor volwassenen.

In 1959 werd Germonpré geselecteerd voor de Grote Prijs voor Schilderkunst van de Stad Oostende.Catalogus Grote Prijs van de Stad Oostende voor Schilderkunst. Derde tentoonstelling, Kultureel Centrum Oostende, 1959. In 1968 werd hij, samen met Jan De Winter, laureaat van de Prijs van de Jonge Vlaamse Schilder. Catalogus tentoonstelling De Jonge Vlaamse Schilder, Lions Club Antwerpen-Steen, 1968. Kunstecho's en provinciale prijzen: Jonge Vlaamse Schilder-prijs, DBNL, Vlaanderen, Kunsttijdschrift, 17, 1968, p.381. Kindt, G., Laureaat van "Prijs van de Vlaamse Schilder", De Standaard, 2 november 1968, p.13.Roeselare kunstschilder wint prijs "Jonge Vlaamse Schilder", Het Wekelijks Nieuws, 25 oktober 1968.E.R., Roland Germonpré won de prijs van de jonge Vlaamse schilder, De Weekbode, 25 oktober 1968.De Bruyne, Michel, Roland Germonpré, 12 x Rumbeke, K.L.G. Vereenigde Vrienden, 1988. In 1974 werd hij geselecteerd voor de Prijs van de Vrienden van het Latems Museum voor Moderne Kunsten.Catalogus Prijs van de Vrienden van het Latems Museum voor Moderne Kunsten, Latems Museum voor Moderne Kunsten, 1974. Vanaf de jaren 1970 werkte Germonpré ook met technieken als zeefdruk, aquarel en kleurpotlood.S.M.M., Roland Germonpré exposeert in De Spil. Radio zet schilder in de verf, De Krant van West-Vlaanderen, 16 mei 1997.

Zijn werk werd onder meer tentoongesteld in: 1959–1960 – Grote Prijs voor Schilderkunst van de Stad Oostende, derde tentoonstelling, Kursaal Oostende. 1962 – Retrospectieve 125 jaar Stedelijke Academie voor Schone Kunsten, Roeselare. 1968 – Galerij Ippa, Antwerpen, tentoonstelling van de laureaten van de Prijs van de Jonge Vlaamse Schilder. 1970 – 't Huis van An en Jimmy Huys-Provoost, Roeselare.Drie en één onder een dak in Rumbeke, Het Nieuwsblad, december 1970. 1974 – Galerij Mylène, Heist-op-den-Berg.Kindt, G., Roland Germonpré in Mylène te Heist, De Standaard, april 1974.L.B., Germonpré in Mylène, De Nieuwe Gids, 26 maart 1974.A., Roland Germonpré: "De bezoeker", De Standaard, 12 april 1974. 1974–1975 – Prijs van de Vrienden van het Latems Museum voor Moderne Kunsten, Sint-Martens-Latem, tentoonstelling van de geselecteerde kunstenaars. 1975 – Rumbeekse Schilders, groepstentoonstelling van het Davidsfonds Rumbeke.De Bruyne, Michel, Catalogus Rumbeekse Schilders 1975, Davidsfonds-afdeling Rumbeke, 1975. 1975 – Galerij Akkermans, Merksem.Kindt, G., Hengelende schilder, Het Nieuwsblad, 29 april 1975. 1977 – Groepstentoonstelling van Roeselaarse kunstenaars, Trulben-Roeselare Comité, Hal van de Bank van Roeselare en West-Vlaanderen, Roeselare.Biesbrouck, A., Hostekint, P., Kunstmap. Kunstuitgave Trulben-Roeselare comité, Stadsbestuur Roeselare; Kulturele Raad van Roeselare, 1977.Uitzonderlijke belangstelling voor verbroederingstentoonstelling, Wekelijks Nieuws Roeselare, 3 juni 1977. 1978 – Jazz Middelheim, Hal RUCA, Antwerpen.Faes, W., Catalogus: Tentoonstelling Jazz Middelheim 1978, Festival van Vlaanderen Antwerpen, 1978. 1979 – Jazz Middelheim, Hal RUCA, Antwerpen.Faes, W., Catalogus: Tentoonstelling Jazz Middelheim 1979, Festival van Vlaanderen Antwerpen, 1979.Anthonissen, J., Trompetten blazen Jazz Middelheim de hoogte in, De Standaard, 17 augustus 1979. 1980 – Jazz Middelheim, Hal RUCA, Antwerpen.Faes, W., Catalogus: Tentoonstelling Jazz Middelheim 1980, Festival van Vlaanderen Antwerpen, 1980. 1983 – Kunstgalerij Bonte, Roeselare. 1987 – De Rode Loper, Roeselare. 1988 – Galerij 't Casteelken, Rumbeke. 1997 – Cultureel Centrum De Spil, Roeselare.

Werk en stijl Het oeuvre van Germonpré omvat schilderijen, grafiek en aquarellen. Zijn directe omgeving vormt een constante in zijn werk.Deroo, F., Roland Germonpré, leraar, kunstschilder, jazzfanaat, hengelaar en reiziger, Kontakt Oud-leerlingen Gemeenschapsonderwijs, 4, 1997–1998, p.12–16. De polders, waar hij regelmatig ging hengelen, vormden een belangrijke inspiratiebron. De gestroomlijnde vorm van vissen sprak hem aan; hij associeerde die met de vrouw. Hij schilderde dan ook vaak vissers, vissen en zwevende vrouwen. Andere terugkerende motieven zijn onder meer de familiewoning, mannen in kostuum, priesters als vertegenwoordigers van traditionele waarden, honden en vogels, vliegtuigen, geometrische constructies, betonnen elektriciteitspalen en rood-wit beschilderde bushaltepalen, de Duitse bunker uit zijn jeugd, de wolkenkrabbers van New York en de jazzmuziek. thumb|Zwevend naakt met roze hoed (olieverf op doek, 1997)|links|205x205px

Zijn schildertechniek werd gekenmerkt door een grondige materiaalkennis en respect voor de eigenschappen van pigment en bindmiddelen.A., Roland Germonpré: "De bezoeker", De Standaard, 12 april 1974. Composities werden eerst op papier uitgewerkt, waarbij elk beeldelement zorgvuldig werd gepositioneerd.E.R., Roland Germonpré won de prijs van de jonge Vlaamse schilder, De Weekbode, 25 oktober 1968. Pas daarna werden ze op doek uitgewerkt en van kleur en details voorzien. Improvisatie speelde in zijn werkproces nauwelijks een rol. Blauwe en roze tinten behoren tot de dominante kleuren in zijn oeuvre. thumb|Zonder titel (olieverf op doek, 1996)|links|165x165px

De onwerkelijke sfeer in zijn werk vertoont verwantschap met die van kunstenaars als Henri Rousseau, Gustave De Smet en René Magritte.Kindt, G., Laureaat van "Prijs van de Vlaamse Schilder", De Standaard, 2 november 1968, p.13.Kindt, G., Roland Germonpré in Mylène te Heist, De Standaard, april 1974.Kindt, G., Roland Germonpré: phobies visuelles, La semaine médicale, 60, 21 januari 1999, p.13. Alledaagse elementen worden vaak in een vervreemdende context geplaatst, waardoor Germonpré een eigen wereld creëert, doordrongen van een surreële poëzie. Hoewel de mens centraal staat, verbeeldt hij hem als een eenzame figuur te midden van een harde wereld van beton en steen.Drie en één onder een dak in Rumbeke, Het Nieuwsblad, december 1970. Johan Van Cauwenberghe omschreef Germonpré in het VRT-tijdschrift Muziek & Woord als een kunstenaar wiens werk "thuishoort binnen het brede spectrum van wat de Vlaamse fantastiek wordt genoemd". thumb|De moeder van Icarus (olieverf op doek, 1977)

Jazz en grafisch werk Naast zijn schilderkunst speelde jazz een belangrijke rol in het leven en werk van Germonpré. Hij verzamelde een uitgebreide collectie jazzplaten, waaronder bebop, hard bop en avant-gardejazz, en putte inspiratie uit deze muziek. Tot de jazzmusici die hem inspireerden behoorden onder anderen John Coltrane, Charlie Parker, Charles Mingus, Alice Coltrane en Thelonious Monk. Jazzcomposities vormden vaak de inspiratie voor zijn werk. Zo verwijst het schilderij Round Midnight naar de gelijknamige jazzcompositie van Thelonious Monk. thumb|'Round Midnight (olieverf op doek, 1977)|links|279x279px

In 1985 werd een van zijn tekeningen gebruikt voor de hoes van de jazzplaat No, Maybe…! van Richard Rousselet, Michel Herr, John Ruocco, Jean-Louis Rassinfosse en Felix Simtaine.https://www.discogs.com/release/6876476-Richard-Rousselet-Michel-Herr-John-Ruocco-Jean-Louis-Rassinfosse-Felix-Simtaine-No-Maybe.

In 1997 leverde Germonpré de tekening voor de affiche en het promotiemateriaal van de Radio 3-dagen in Roeselare, waarin de saxofoon van jazzmusicus Jackie McLean in een vrouwelijke vorm wordt verbeeld.Dobbelaere, B.,Radio redt Italia-prijswinnaar. Radio 3 in Roeselare, De Standaard, 14 mei 1997, p.8.Crabbe, B., Roeselare goes Classic, Het Nieuwsblad, 10 mei 1997, p.15. De tekening werd tevens gebruikt als coverillustratie voor het VRT-tijdschrift Muziek & Woord (mei 1997).

Overlijden Roland Germonpré overleed op 7 november 2024 in Brugge op 90-jarige leeftijd.

Categorie:Belgisch graficus Categorie:Belgisch kunstschilder