Raleigh Edward Colston (Parijs, 1 oktober 1825 – Richmond, 29 juli 1896) was een Amerikaans professor, militair, cartograaf en auteur. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog diende hij in het Confederate States Army als brigadegeneraal. Na de oorlog vertrok hij enkele jaren naar het Kedivaat in Egypte om te dienen in het Egyptische leger.

Vroege jaren Raleigh E. Colston werd geboren op 1 oktober 1825 in Parijs, Frankrijk.Warner, Ezra J. Generals in Gray: Lives of the Confederate Commanders. p. 58-59.Sifakis, Stewart. Who Was Who in the Civil War. New York: Facts On File, 1988. p. 134-135. Over zijn biologische ouders is niets gekend. Op het einde van zijn leven deden er verschillende geromantiseerde geruchten de ronde. Een van deze geruchten is dat de zoon was van François Étienne de Kellermann, een generaal van Napoleon Bonaparte.https:// encyclopediavirginia.org/entries/colston-raleigh-edward-1825-1896/ Het was Dr. Raleigh Edward Colston, een Amerikaans Staatsburger uit Virginia, die hem adopteerde.

Vader en zoon keerden terug naar de Verenigde Staten waar Colston Jr. in 1843 toegelaten werd tot het Virginia Military Institute. Hij studeerde af op 4 juli 1846 als vierde in een klas van veertien kadetten. Colston werd aangesteld als professor frans en militaire wetenschappen aan zijn alma mater. Hij trad in het huwelijk met Louise Meriwether Bowyer. Het koppel kreeg twee dochters, namelijk Mary Frances en Louise Elizabeth.

Amerikaanse Burgeroorlog Na het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog en de secessie van Virginia op 17 april 1861 werd Colston benoemd tot kolonel van het 16th Virginia Infantry Regiment.

Op 24 december 1861 werd Colston bevorderd tot brigadegeneraal en ingedeeld in de brigade van generaal-majoor James Longstreet. Met zijn brigade nam hij deel aan de Schiereilandveldtocht waarbij zijn inzet tijdens de Slag bij Seven Pines bekritiseerd werd. Colston werd op ziekteverlof gestuurd na koortsaanvallen.Welsh p.45. Hij keerde pas in december terug naar het front.

In april 1863 kreeg Colston het bevel over een brigade in het korps van luitenant-generaal Stonewall Jackson. Jackson en Colston kenden elkaar van hun gezamenlijke loopbaan aan het Virginia Military Institute. Op voorspraak van Jackson kreeg Colston tijdelijk het bevel over een divisie.Sears, p. 50. Tijdens de Slag bij Chancellorsville voerde Colston een van de divisies aan die de flankeerbeweging uitvoerden tegen het Noordelijke leger.Sears, p. 442. Op 3 mei reageerde Colston te traag om zijn eenheden op de juiste plaats te krijgen tot grote ergernis van generaal Robert E. Lee.Sears, p. 328. Twee weken later, op 20 mei, werd Colston door Lee ontgeven van zijn commando over een divisie.

Na enkele minder belangrijke posten doorheen de Zuidelijke staten keerde Colston in 1864 terug naar het oostelijke front waar hij tijdens de Richmond-Petersburgveldtocht diende onder generaal P.G.T. Beauregard. Begin 1865 voerde hij het bevel over de defensieve stellingen rond Lynchburg, Virginia waar hij een van de laatste operationele Zuidelijke spoorwegen naar de hoofdstad controleerde.

Latere jaren thumb|right|Colston in het uniform van het Egyptische leger Kort na de oorlog stond Colston aan de wieg van enkele militaire scholen waaronder een in Wilmington, North Carolina die slechts matig succes kende. Zijn echtgenote had ondertussen een zware depressie gekregen en werd opgenomen in een gesticht.Hesseltine & Wolf, p. 124. In 1873 aanvaardde Colston een uitnodiging van de Kedive van Egypte Isma'il Pasha en werd aangesteld als professor geologie met de militaire rang van kolonel in het Egyptische leger. Hij kreeg de opdracht om een expeditie te leiden die een goede route moest vinden om de Nijl met de Rode Zee te verbinden via een spoorlijn. Op 27 september vertrok de expeditie vanuit Qina richting Berenike. Ze sloten zich aan bij een andere expeditie. Brachten de haven in kaart en reisden in januari 1874 verder naar Berber. Vandaaruit vaarden ze Nijl af richting Caïro waar ze in mei hun verslag uitbrachten aan de Khedive.Hesseltine & Wolf, pp. 128-34.

In december 1874 vertrok Colston aan het hoofd van een tweede expeditie naar Kordofan. Hij werd ziek, maar zette de expeditie toch verder.Hesseltine & Wolf, pp. 141-42. Colston werd al snel te ziek om verder te reizen op de rug van een dromedaris en moest gedragen worden door de woestijn. Hij werd zo ziek dat hij een testament opstelde. Hij raakte tijdelijk zelfs deels verlamd. Colston herstelde in een katholieke missiepost in El-Obeid. Hij keerde pas in de lente van 1876 terug naar Caïro.Hesseltine & Wolf, p. 143.

Colston keerde in 1879 terug naar de Verenigde Staten waar hij een lezingenreeks gaf en artikels schreef voor verschillende tijdschriften over zijn belevenissen in Noord Afrika en de burgeroorlog. Daarna werkte hij tussen 1882 en 1894 als vertaler bij het U.S. War Department en bij de Surgeon General of the United States. Raleigh E. Colston bracht zijn laatste jaren door in het tehuis voor veteranen in Richmond waar hij op 29 juli 1896 overleed. Hij werd begraven op het Hollywood Cemetery in Richmond, Virginia.

Zie ook Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)

Categorie:Amerikaans generaal Categorie:Generaal van de Geconfedereerde Staten