thumb|Acquajolo napolitain (1885), collectie La Boverie. Ferdinand Adolphe Fassin (Seny, 14 juli 1828 – Frascasti, 30 november 1904), was een Belgisch beeldhouwer.Paul Piron (2016) De Belgische beeldende kunstenaars van de 19e tot de 21e eeuw. Brussel: Ludion. . p. 955..
Leven en werk Adolphe Fassin was een zoon van Adolphe Ambroise Fassin, ontvanger der domeinen en registratie, en Marie Catherine Emilie Hubin.Burgerlijke stand van Tinlot: geboorten 1828, akte 7. Hij werd opgeleid aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Luik, onder leiding van Gérard Buckens.Cor Engelen en Mieke Marx (2002) Beeldhouwkunst in België vanaf 1830. Brussel: Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de provinciën, Studia 90. Volume II, p. 703. Hij studeerde ook aan Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen,Jacques van Lennep (red.) (1990) De 19de-eeuwse Belgische beeldhouwkunst. Brussel: Generale Bank. . waarna hij naar Parijs trok (1858-1859). Hij bezocht er geregeld het atelier van beeldhouwer François Toussaint. Dankzij een studiebeurs van de stichting Lambert Darchis kon Fassin voor verdere studie naar Italië (1862-1866), waar hij als Adolfo Fassin door het leven ging.Guida civile artistica commerciale & della città di Roma Per l'Anno 1867. Rome: G. Aureij, 1866. In 1869 verhuisde hij naar Sint-Gillis. Hij trouwde er in dat jaar met de Italiaanse Lucie Cesarini,Burgerlijke stand van Sint-Gillis: huwelijken 1869, akte 90. waarbij beeldhouwer Guillaume De Groot en de schilders Alfred Cluysenaar, Adolphe Demol en Antoine Van Hammée als getuigen optraden. In 1879 verbleef Fassin samen met zijn vader een half jaar in Rome, en in 1882 vestigde hij zich er definitief.
Fassin maakte onder meer bustes, figuren en standbeelden. Zijn tijd in Italië inspireerde hem tot het maken van de Napolitaanse Acquajuolo, die hij in 1863 naar de Salon van Brussel stuurde. Hij toonde het later in Parijs (1866) en op de Centennial Exposition in Philadelphia (1876). Zijn werk werd in Brussel (1863) bekroond met een gouden medaille en ook in Philadelphia behaalde hij een medaille, naast Félix Bouré en Charles Auguste Fraikin.Francis A. Walker (1877) International Exhibition 1876 : Reports and awards. Philadelphia: J.B. Lippincott & co. In 1880 nam hij met een aantal werken deel aan de overzichtstentoonstelling van 50 jaar Belgische kunst (1830-1880) in het Paleis voor Schone Kunsten van Brussel.Exposition historique de l'art belge 1830-1880: catalogue. Brussel: Félix Callewaert, 1880. Hij wordt gezien als een vernieuwer van de nationale beeldhouwkunst in zijn tijd.Jules Du Jardin (1896) L'art flamand, Tome VI. Brussel: Arthur Boite.Alfred Micha (1909) Les maitres Tombiers, Sculpteurs et Statuaires liégeois. Luik: Mathieu Thone.Rita Lejeune en Jacques Stiennon (1978) La Wallonie, le Pays et les Hommes , Arts, Lettres, Cultures. Tome 2, p. 566-567. Fassin werd in 1869 benoemd tot ridder in de Leopoldsorde"Ordre de Léopold – Nominations", Moniteur belge, 39e jaargang, 315, 11 november 1869, p. 4184-4185. en in 1881 bevorderd tot officier in dezelfde orde."Ordre de Léopold – Promotions – Nominations", Moniteur belge, 51e jaargang, 135, 15 mei 1881, p. 1653.
Volgens Champal, kunstcriticus van de krant La Réformé, leefde Fassin in 1903 als boer in Italië.Champal, "Les grands traveaux de Bruxelles", 7 februari 1903, p. 1. Hij overleed er een jaar later, op 76-jarige leeftijd.
Enkele werken 1863: Acquajolo napolitain, gipsen beeld van een jonge waterdrager. De marmeren versie in de collectie van La Boverie dateert uit 1865. ca. 1866: Ciociaro en Trasteverino, twee marmeren bustes, getoond op de Salon van Brussel in 1866. ca. 1867: De Fluitspeler, getoond op de wereldtentoonstelling van 1867 in Parijs en de Salon van Brussel in 1869. 1871: Twee leeuwen aan het Troonplein, als bekroning van wachthuisjes in de omheining rond het Koninklijk Paleis van Brussel. 1875: La Musique instrumentale, een beeldengroep van drie figuren voor de fronton van het Koninklijk Conservatorium Brussel aan de Regentschapsstraat: centraal een figuur met een lier, met aan haar zijden een componerende vrouw en een musicerende jongen met een hobo. De onder het fronton geplaatste kariatiden, borstbeeld en genieën zijn van Paul De Vigne. 1880: Allegorie van de provincie Luik voor het Monument voor de Dynastie in het Park van Laken te Brussel. 1880: Standbeeld van politicus Eugène Defacqz (1797-1871) in Ath. Het beeld werd gegoten bij de Compagnie des Bronzes."Monument à Eugène Defacqz – Ath", BE-monumen.
Fotogalerij
Categorie:Belgisch beeldhouwer