Leidsche Rijn is een nieuwbouwlocatie en wijk in de stad Utrecht, ten westen van het Amsterdam-Rijnkanaal. In 2024 telde de wijk 49.307 inwoners. De naam verwijst naar de Leidse Rijn die erdoorheen loopt.
In de decennia vanaf de aanleg was Leidsche Rijn de grootste Vinex-locatie van Nederland. Het grootste deel lag in de toenmalige gemeente Vleuten-De Meern, ten westen van Utrecht. Het Utrechtse deel sloot aan bij de stad en omvatte de Hoge en de Lage Weide. Vleuten-De Meern werd op 1 januari 2001 bij de gemeente Utrecht gevoegd.
Het project zou 30.000 woningen voor 90.000 inwoners omvatten, te verdelen over twee wijken: Leidsche Rijn en de wijk Vleuten-De Meern. Die laatste omvat veel bestaande bebouwing en is veel groter in oppervlak en iets groter qua inwonertal.
Inleiding Geschiedenis Aan het begin van de jaartelling liep de hoofdtak van de Rijn via het huidige Utrecht en Leiden naar de Noordzee. Ten noordoosten van het huidige De Meern splitste deze rivier zich in een noordelijke en zuidelijke tak; in Harmelen kwamen deze takken weer bij elkaar. De noordelijke tak liep via Vleuten, de zuidelijke via De Meern. Van beide riviertakken zijn slechts fragmenten overgebleven. Niettemin hebben beide takken duidelijke sporen achtergelaten rond Leidsche Rijn, Vleuten en De Meern. Grote delen van het gebied liggen relatief hoog en waren tuinbouwgrond voordat het grote nieuwbouwproject Leidsche Rijn een aanvang nam. De hoge ligging is veroorzaakt door de afzettingen van de Rijn, die in het onbedijkte gebied zijn loop menigmaal kon wijzigen.
De relatief hoge ligging nodigde de Romeinse legers in de eerste eeuw van onze jaartelling als het ware uit om er een vaste legerplaats te bouwen. In het huidige De Meern werd zo'n castellum gebouwd op een verhoogd terrein aan de later verdwenen zuidelijke tak van de Rijn. Lange tijd is aangenomen dat de Romeinse naam hiervan Fletio(ne) was. Volgens huidige inzichten is deze naam twijfelachtig. Van dit castellum is op bodemvondsten na niets bewaard gebleven. Op precies dezelfde plaats is het echter in 2015 'herbouwd'. Deze nieuwe versie kreeg de naam Castellum Hoge Woerd, genoemd naar de huidige naam van het verhoogde terrein.
Ook elders in De Meern zijn belangrijke archeologische vondsten gedaan. Voorafgaand aan de bouw van de buurt Veldhuizen trof men sporen aan van de grensweg van het Romeinse Rijk, de limesweg. Nog op dezelfde dag vond men iets verderop een in de Rijn gestrand Romeins schip uit de 2e eeuw. Dit zag er, de ouderdom in aanmerking genomen, zeer gaaf uit en een deel van de scheepsinventaris was nog aanwezig. Na lichting en conservering is het schip overgebracht naar het museum van Castellum Hoge Woerd. Er zijn later nog verschillende andere schepen gevonden in het projectgebied.
De Romeinen bevoeren de zuidelijke tak van de Rijn meer dan de noordelijke. In de vroege middeleeuwen verzandde de zuidelijke tak, zodat de noordelijke weer in beeld kwam. Deze meanderde echter sterk, met vooral in het huidige Parkwijk veel bochten. Om de bochten af te snijden werd de Vleutense Vaart gegraven, vanaf de Utrechtse binnenstad tot de uitmonding in de Rijn bij Den Hoet. Van daaraf voeren de schepen door de natuurlijke Rijnloop, die door het huidige Máximapark en het dorp Vleuten naar Harmelen liep. Later in de middeleeuwen voldeed ook dit gedeelte niet meer en werd in 1381 een nieuw traject ontworpen, namelijk dat van de Oude Rijn, die door De Meern loopt. Dit kanaal was recht, behalve op het eerste stuk tussen de Utrechtse binnenstad en Oog in Al, waar het vaarwater nabij Jaffa een scherpe hoek maakte. In 1665 werd deze hoek afgesneden door de nieuw gegraven kaarsrechte Leidse Vaart. Een motief hiervoor was de op gang gekomen trekvaart tussen Utrecht en Leiden. Om die reden werd ook de Oude Rijn bij De Meern op de gewenste breedte gebracht. Vanaf toen is men het scheepvaarttraject Utrecht-De Meern-Harmelen in zijn geheel Leidsche of Leidse Rijn gaan noemen. Hiernaar is de Vinex-locatie en wijk Leidsche Rijn genoemd.
Grenswijziging 1995 en gemeentelijke herindeling 2001 thumb|De Kloosterbrug over de Leidse Rijn in De Meern. Aan de overkant ligt de buurt Veldhuizen. Aanvankelijk was het de bedoeling dat elk van de beide betrokken gemeenten haar verantwoordelijkheid zou nemen voor het deel van het project op haar grondgebied. Wél vond men een grenswijziging nodig die erop neerkwam dat de toekomstige buurt Langerak in de gemeente Utrecht zou gaan liggen. Daarvoor zou de grens tussen Utrecht en Vleuten-De Meern wat naar het westen moeten worden verlegd. Aldus gebeurde op 1 januari 1995.
Daarna ontstond er een strijd tussen de gemeenten Utrecht en Vleuten-De Meern. In de landelijke politiek was een discussie gaande over stadsgewesten. Diverse grotere steden hadden door tal van oorzaken financiële problemen: veel van deze steden benadrukten dat dat niet lag aan hun eigen begrotingsbeleid zoals hun participatie in financieel kostbare bouwprojecten zoals Hoog Catharijne (of in Amsterdam de Stopera), maar dat ze veel kosten hadden aan bijstandsuitkeringen en aan gewone centrumvoorzieningen, waarvan randgemeenten profiteerden zonder bij te dragen in de kosten. Grote steden raakten in elk geval in geldnood en werden via een Artikel 12-procedure onder financiële curatele van het Rijk gesteld. Met betrekking tot de herindeling benadrukte de gemeente Utrecht de financiële problemen nooit maar gaf als enige motivatie de VINEX-locatie onder een bestuur te willen brengen. De schuldenlast van de gemeente Utrecht van circa 200 miljoen gulden rond 1990 kwam volgens de gemeente vooral door stadsvernieuwing en in mindere mate ook door de grote hoeveelheid monumenten in Utrecht. Gemeenten als Utrecht hebben juist lang voor de 'onderkant van de woningmarkt' gebouwd waardoor mensen uit de middenklasse naar de groeikernen zoals Nieuwegein, Houten en Maarssen(broek) verhuisden.Provinciale Zeeuwse Courant | 1994 | 11 februari 1994 | pagina 2 Maar de gemeente Vleuten-De Meern was in die zin nooit een 'overloopgebied' voor Utrecht geweest en liet zich daarom niet graag annexeren en verzet van bewoners speelde een grote rol; Amsterdamse en Rotterdamse uitbreidingsplannen waren niet doorgegaan na raadpleging van de eigen bevolking. De gemeente Utrecht speelde hierop in door (wel) te pleiten voor annexatie van Vleuten-De Meern, waardoor het hele gebied van het project Leidsche Rijn onder één bestuur zou komen te vallen. De gemeente en de bevolking van Vleuten-De Meern zagen deze herindeling als een annexatie en verzetten zich er jarenlang tegen. In 1996 stemde ruim 83% van de bewoners in een referendum tegen deze herindeling.Geding Vleuten-De Meern tegen annexatie Trouw, geraadpleegd op 18 maart 2021. Gearchiveerd op 22 november 2022. Toen bleek dat in de Tweede Kamer een meerderheid vóór was, veranderde het gemeentebestuur echter van standpunt. De toen nieuw gekozen gemeenteraad van Utrecht kwam de bewoners tegemoet door de bestaande indeling in woonplaatsen niet te wijzigen. Daardoor bestaat de gemeente Utrecht uit de woonplaatsen De Meern, Haarzuilens, Utrecht en Vleuten.
Gelijktijdig met de annexatie werd de grens tussen Utrecht en Nieuwegein gewijzigd: het gebied rondom de Nedereindseweg ten westen van de A2 ging over van Nieuwegein naar Utrecht. Samen met de aangrenzende Heicopse Polder kreeg dit gebied de naam Rijnenburg, naar een vroeger kasteeltje aan de Nedereindseweg. Rijnenburg is door de gemeente Utrecht aangewezen als toekomstige woningbouwlocatie.
De ontwikkeling van Leidsche Rijn thumb|"De Toren", sinds 2009 een hoogteaccent in de wijk Parkwijk-Noord Het gebied, inclusief het poldergebied Rijnenburg, is ongeveer 25 km² groot. Oorspronkelijk waren 30.000 woningen voor ongeveer 90.000 inwoners voorzien. Hierbij waren de ongeveer 6.000 bestaande woningen in de dorpen De Meern, Vleuten en Haarzuilens inbegrepen. Eind 2019 werd het beoogde aantal van 90.000 inwoners gepasseerd. Op 1 januari 2022 telden de beide wijken samen ruim 95.000 inwoners, van wie ongeveer 45.000 in de wijk Leidsche Rijn. De grootste deel-locatie van het gebied is Vleuterweide; deze telt ruim 18.000 inwoners. Vanwege deze omvang is Vleuterweide onderverdeeld in drie buurten. Andere grote deel-locaties zijn Terwijde en Het Zand.
De eerste paal voor Leidsche Rijn werd op 4 december 1997 geslagen door toenmalig premier Wim Kok. De oplevering van de eerste woningen met de sleuteloverdracht was op 14 oktober 1998. De oudste deel-locaties binnen het gebied zijn Veldhuizen en Langerak. Met de bouwactiviteiten aldaar werd in 1997 begonnen. Veldhuizen behoorde toen nog tot de gemeente Vleuten-De Meern. Toen in 2001 deze gemeente bij Utrecht werd gevoegd, was het grootste deel van de 3.000 nieuwe woningen in Veldhuizen al bewoond. Ze is met ruim 9.000 inwoners de buurt binnen de gemeente Utrecht met de meeste inwoners.
Voor het lokale verkeer was de opening van de Prins Clausbrug van belang. Dit was de eerste nieuwe brug tussen Utrecht en het Leidsche Rijnse gebied Papendorp. Veel busverbindingen gebruiken deze brug, die in 2003 door toenmalig prinses Máxima geopend is.
Op 12 april 2005 gaf minister Karla Peijs van Verkeer en Waterstaat het startschot voor de grote infrastructurele werken ten behoeve van Leidsche Rijn. Naast de verlegging, verbreding en overkapping van de A2 was vooral de verhoging en verdubbeling (naar vier sporen) van de spoorlijn Utrecht-Woerden in 2010 belangrijk. Door de verhoogde ligging van het spoor en de wijde onderdoorgangen viel de barrière-werking van het spoor weg en kregen buurten ten noorden van het spoor toegang tot het centrale deel van het Máximapark, dat in 2011 in gebruik genomen werd. Ook het perifere noordelijke deel van het park ten noorden van het spoor kon worden verbonden met de rest van het park. In 2013 werd het park officieel geopend door koningin Máxima. Intussen werd de A2 verlegd en overkapt, waarna op 20 juni 2014 het startsein gegeven kon worden voor de bouw van de buurt Leidsche Rijn Centrum. Het winkelcentrum werd op 16 mei 2018 geopend door toenmalig burgemeester Jan van Zanen.
Eerder waren al meer lokale winkelcentra geopend: in 2010 winkelcentrum Vleuterweide in de aangrenzende wijk Vleuten-De Meern en in 2014 winkelcentrum Terwijde.
Anno 2020 is ongeveer 90% van het project Leidsche Rijn voltooid. Nieuwbouwactiviteiten van enige omvang vinden dan nog plaats in Leidsche Rijn Centrum en ten noorden van Vleuten.
Subwijken en buurten thumb|Parkwijk De wijk Leidsche Rijn is onderverdeeld in de volgende subwijken en buurten:https://web.archive.org/web/20180808171724/https://www.utrecht.nl/fileadmin/uploads/documenten/bestuur-en-organisatie/publicaties/onderzoek-en-cijfers/2016-05-utrecht-wijk-buurtindeling.pdf 9.1 Subwijk Terwijde, De Wetering 9.11 Bedrijvengebied De Wetering 9.12 Terwijde West 9.13 Terwijde Oost 9.2 Subwijk Het Zand 9.21 Het Zand West 9.22 Het Zand Oost 9.3 Subwijk Leidsche Rijn Centrum e.o. 9.31 Leidsche Rijn Centrum 9.32 Grauwaart 9.33 Hoge Weide 9.34 Leeuwesteyn 9.4 Subwijk Parkwijk, Langerak 9.41 Parkwijk Noord 9.42 Parkwijk Zuid 9.43 Langerak 9.5 Subwijk Leidsche Rijn Zuid 9.51 Rijnvliet 9.52 Bedrijvengebied Strijkviertel 9.53 Bedrijvengebied Papendorp
De onderverdeling in subwijken en buurten van de wijk Vleuten-De Meern is te vinden in het artikel Vleuten-De Meern (wijk), kopje Subwijken en buurten.
Natuur en recreatie Binnen de wijk Leidsche Rijn ligt het Willem-Alexanderpark op het dak van de Leidsche Rijntunnel. In het zuiden van de wijk bevindt zich de Recreatieplas Strijkviertel, een vroegere zandwinningsplas die is ontstaan in verband met de aanleg van de nabijgelegen autosnelwegen A2, A12 en het knooppunt Oudenrijn.