Het Katholiek Bureau voor Israël (KBI) was een Belgische katholieke organisatie die in 1936 werd opgericht met als doel het racistische antisemitisme te bestrijden en de relaties tussen katholieken en Joden te verbeteren. De organisatie bestond slechts twee jaar en werd in 1938 opgeheven.
Achtergrond De oprichting van het KBI kaderde in een bredere Europese beweging van christelijk geïnspireerd anti‑racisme en toenadering tussen katholieken en Joden die vanaf het midden van de jaren 1930 op gang kwam.
In Frankrijk ontstonden onder meer de Union Civique des Croyants (1934), de Foyer Judéo‑Catholique en het tijdschrift La Juste Parole (beide in 1936).
In Oostenrijk werd in 1933 de Weltbewegung gegen Rassenhass und Menschennot opgericht, met het weekblad Gerechtigkeit, onder leiding van Irene Harand, die vanuit christelijke overtuiging het antisemitisme bestreed.
Harand gaf op 4 maart 1936 een lezing in Antwerpen op uitnodiging van het Verbond voor Economisch Verweer Antwerpen (VEVA). Na afloop ontmoette zij enkele aanwezige katholieken, onder wie Magda Peeters, Camille Van Deyck en Betsie Hollants, bij VEVA‑voorzitter Isidore Lipschutz. Nog diezelfde avond bespraken Hollants en Van Deyck de mogelijkheid om een soortgelijke organisatie in België op te richten.
Oprichting en organisatie Het KBI werd midden 1936 opgericht. Camille Van Deyck werd voorzitter, terwijl Betsie Hollants, de dominicaan Sebastianus Van den Eynde en priester Gustave du Moulin als bestuursleden fungeerden. Het Bureau werkte onafhankelijk, maar zou volgens sommige bronnen stilzwijgende toestemming hebben gekregen van de kerkelijke hiërarchie.
Binnen de organisatie bestonden twee benaderingen. De geestelijken Van den Eynde en Du Moulin legden de nadruk op bekering van Joden en op anticommunisme. De leken Van Deyck en Hollants stelden daarentegen de bestrijding van antisemitisme centraal en beschouwden het KBI niet als een bekeringsbeweging.
Doelstellingen en activiteiten Het KBI formuleerde een ambitieus programma, met plannen voor een Studiebureau, een Actie‑ en Documentatiebureau en een secretariaat. Deze onderdelen zouden zich bezighouden met wetenschappelijk onderzoek, het bestrijden van raciaal antisemitisme en het publiceren van een eigen orgaan.
In de praktijk bleven de activiteiten beperkt tot een tiental lezingen, voornamelijk in Antwerpen. De doelgroep bestond uit katholieken, maar ook Joden woonden geregeld de voordrachten bij. Daarnaast boden Hollants en Peeters hulp aan Joodse vluchtelingen, al is het onduidelijk of dit uitgroeide tot een gestructureerde werking.
De katholieke pers besteedde weinig aandacht aan het KBI, met uitzondering van De Morgenpost. De lezingen trokken echter de aandacht van antisemitische tegenstanders, wat tot spanningen leidde.
Opheffing Kardinaal Jozef Van Roey hief het KBI in april 1938 op. Volgens historicus Saerens vreesde Van Roey dat de activiteiten van het Bureau een escalatie van antisemitisme bij anti‑Joodse organisaties zouden uitlokken. De Belgische neutraliteitspolitiek en de Anschluss van Oostenrijk, waardoor de Duitse invloed toenam, speelden eveneens een rol.
Daarnaast is het mogelijk dat oppositie binnen traditionele katholieke milieus en binnen de hogere Antwerpse geestelijkheid heeft bijgedragen aan de beslissing tot opheffing.
Nalatenschap Hoewel het KBI slechts twee jaar actief was, vormt het een vroeg voorbeeld van katholieke inzet tegen antisemitisme in België. Enkele betrokkenen, onder wie Betsie Hollants, zouden tijdens de Tweede Wereldoorlog Joodse vluchtelingen helpen en onderduik organiseren.
Categorie:Antisemitisme Categorie:Religieuze organisatie in België Categorie:Katholicisme in België