Anna Lucretia Case (Clinton, 29 oktober 1887 - New York, 7 januari 1984) was een Amerikaanse lyrische sopraan. Zij maakte opnamen voor Thomas Alva Edison, die haar stem veelvuldig gebruikte tijdens zijn zogenoemde "tone tests", waarmee werd getest of een livepubliek het verschil kon horen tussen een liveoptreden en een geluidsopname. Naast opnamen voor Edison Records op zowel wasrol als Diamond Discs, nam Case ook op voor Victor en Columbia Records en werkte zij mee aan geluidsfilms voor Vitaphone.
Biografie Case werd geboren op 29 oktober 1887 in Clinton (New Jersey), als dochter van Jeannette Ludlow Gray en Peter Van Nuys Case. Ze kreeg les van zanglerares Augusta Öhrström-Renard in New York en debuteerde er in 1909 in het New Theatre. Van 1909 tot 1916 was ze lid van de Metropolitan Opera Company. Tijdens haar eerste Amerikaanse optredens speelde ze de rollen van Sophie in Der Rosenkavalier (1913) en Fjodor in Boris Godoenov (1913). Ze zong Olympia in Les contes d'Hoffmann, Mimi in La Bohème en Micaëla in Carmen.
thumb|links|Anna Case in La Fiesta (1926) thumb|Edison-opname uit 1915 van "La sonnambula. Ah! Non credia mirarti", uitgevoerd door Case. Ze schreef de tekst en muziek voor verschillende liedjes in de jaren 1910 en de jaren 1920. Ze maakte haar filmdebuut in de stomme dramafilm The Hidden Truth uit 1919 en zong een van haar eigen liedjes in de Vitaphone-kortfilm La Fiesta uit 1926. Ze verscheen ook in documentaires over geluidsopname.
Op 18 juli 1931 trouwde ze met Clarence H. Mackay, een leidinggevende bij ITT Corporation, en kort daarna stopte ze met optreden. Vanaf 1936 begon ze meer liedjes te schrijven en zong ze af en toe op sociale evenementen. Haar echtgenoot overleed in november 1938 en Case stierf op 7 januari 1984 in New York, op 96-jarige leeftijd.
Externe links
Categorie:Amerikaans operazanger Categorie:Amerikaans sopraan Categorie:Amerikaans liedschrijver