William Ruffin Cox (Scotland Neck, 11 maart 1832 – Edgecombe County, 26 december 1919) was een Amerikaans advocaat, militair, rechter en politicus. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog diende hij in het Confederate States Army en klom op tot de rang van brigadegeneraal. Na de oorlog zetelde hij drie keer in het Huis van Afgevaardigden en was hij Secretary of the Senate.
Vroege jaren William R. Cox werd geboren op 11 maart 1832 in Scotland Neck, North Carolina.Warner, Ezra J. Generals in Gray: Lives of the Confederate Commanders. p. 64-65.Sifakis, Stewart. Who Was Who in the Civil War. New York: Facts On File, 1988. p. 148. Hij was de jongste zoon van Thomas Cox en Olivia Norfleet. William volgde les aan de Vine Hill Academy in Halifax County. Na de dood van zijn vader in 1836 verhuisde het gezin naar Nashville.
Cox vervolgde zijn studies aan de Franklin College in Franklin, Tennessee. Hij studeerde af in 1850 en studeerde rechten aan de Cumberland University. Hij werd toegelaten tot de balie en opende een advocatenkantoor in Nashville. In 1857 trad hij in het huwelijk met Penelope Battle, een dochter van de rijke plantagehouder James S. Battle. Cox stopte met zijn advocatenkantoor, keerde terug naar North Carolina en werd eveneens plantagehouder. Twee jaar later vestigde het gezin zich in Raleigh waar Cox zich engageerde in de politiek. Hij stelde zich verkiesbaar voor de Democratische Partij voor een zitje in het staatsparlement. Cox werd met een kleine marge verslagen van slechts 13 stemmen.
Amerikaanse Burgeroorlog Na de Secessie van North Carolina op 21 mei 1861 en het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog rekruteerde Cox een artillerie-eenheid die hij de "Ellis Artillery Company" doopte. Kort daarop rekruteerde hij een infanterie-eenheid. Deze werd opgenomen in het 2nd North Carolina Infantry Regiment. Cox werd door gouverneur Ellis benoemd tot majoor.
Met zijn regiment nam hij deel aan de Zevendagenslag in juni en de Slag bij Antietam in september 1862. Na de dood van kolonel Charles C. Tew bij Antietam werd Cox bevorderd tot luitenant-kolonel. Kort daarna nam hij het bevel van het regiment over toen de nieuwe kolonel ontslag genomen had. In maart 1863 werd hij officieel tot kolonel bevorderd. Tijdens de Slag bij Chancellorsville in mei raakte Cox drie keer gewond.
Cox was nog niet voldoende hersteld toen de Gettysburgveldtocht plaats vond en zou pas terugkeren naar zijn regiment in de herfst van 1863. Hij nam tijdelijk het bevel over van Ramseurs brigade toen de generaal in het huwelijksbootje stapte. Op 7 november 1863 raakte Cox gewond in zijn gezicht en rechterschouder Kelly's Ford.Welsh, Jack D. Medical Histories of Confederate Generals. p. 50. In mei 1864 nam hij deel aan de Slag in de Wildernis en de Slag bij Spotsylvania Court House waarbij hij geprezen werd voor zijn moed door generaal Robert E. Lee. Hoewel er kolonels waren met meer diensttijd en ervaring werd Cox op 31 mei 1864 bevorderd tot brigadegeneraal en kreeg hij een brigade van regimenten uit North Carolina onder zijn bevel. Hij voerde deze brigade aan tijdens de Slag bij Cold Harbor in juni 1864. Daarna werd zijn brigade toegevoegd aan het Army of the Valley onder leiding van generaal-majoor Jubal Early. Early kreeg de opdracht om de Shenandoahvallei te beschermen tegen Noordelijke troepen. Cox’s brigade speelde een belangrijke rol tijdens de Slag bij Monocacy die plaatsvond op 9 juli 1864.
Na het afronden van de operaties in de Shenandoahvallei keerden Cox en zijn brigade terug naar het Army of Northern Virginia. Samen met zijn brigade vocht hij in de loopgraven rond Petersburg waaronder de Zuidelijke tegenaanval op Fort Stedman. Na de Zuidelijke nederlaag bij Five Forks diende het Army of Northern Virginia zijn defensieve stellingen te verlaten en trok het zich terug in de richting van Appomattox. Op 9 april gaf Cox zich over met de rest van het leger. Hij werd vrijgelaten onder voorwaarden en keerde naar huis terug.
Latere jaren Na de oorlog heropende Cox een advocatenkantoor in Raleigh en werd aangesteld als openbaar aanklager voor de stad. Hij werd eveneens voorzitter van de Chatham Coal Fields Railroad. Tussen 1874 en 1877 was hij voorzitter van de Democratische Partij in North Carolina. In januari 1877 werd hij aangesteld als rechter voor het Superior Court in de Sixth Judicial District. In 1880 overleed zijn echtgenote. Toen hij verkozen werd om te zetelen in het Huis van Afgevaardigden nam hij ontslag uit zijn functie als rechter. Door zijn steun aan de civil service reform vervreemde hij verschillende prominente Democraten waardoor hij in 1886 niet herverkozen werd.NCpedia: William Ruffin Cox
Naast zijn juridische en politieke loopbaan engageerde Cox voor verschillende initiatieven. Hij werd in de jaren 1870 voorzitter van de Nort Carolina Education Association en was een stichtend lid van het North Carolina Journal of Education. Cox was ook jarenlang lid van het North Carolina Agriculture Society en werd in 1900 tot voorzitter verkozen. In 1878 en 1879 werd hij aangesteld als grootmeester voor de Vrijmetselaars in zijn thuisstaat.
Cox trad een in 1883 in het huwelijk met Frances Augusta Lyman. Het koppel kreeg twee zonen namelijk Albert en Francis. Hij trok zich terug op zijn plantage maar werd in 1893 benoemd tot Secretary of the U.S. Senate ter vervanging van de voormalige Noordelijke generaal Anson G. McCook. Hij bekleedde deze functie tot de eeuwwisseling waarna hij zich opnieuw terugtrok uit het openbare leven. William R. Cox overleed op 26 december 1919 in Edgecombe County, North Carolina aan een hartaandoening. Hij werd begraven op het Historic Oakwood Cemetery in Raleigh, North Carolina.
Zie ook Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)
Categorie:Amerikaans generaal Categorie:Generaal van de Geconfedereerde Staten Categorie:Democraat (Verenigde Staten) Categorie:Lid van het Huis van Afgevaardigden (Verenigde Staten)