Ferdinand Maertens (Brugge, 31 december 1873 - Kortenberg, 10 februari 1957) was een Belgisch ingenieur, staatsambtenaar en actief Vlaamsgezinde.

Levensloop Ferdinand Maertens was een zoon van Eduard Maertens en Sidonie de Seck. In 1891 werd hij student aan de KU Leuven en woonde er in het studentenhuis Justus-Lipsius, dat was gebouwd naar een ontwerp van Joris Helleputte.

Afgestudeerd als ingenieur werd hij ambtenaar bij het Ministerie van openbare werken en landbouw. Zijn eerste standplaats werd Luik, waar hij meewerkte aan de studie van kunstwerken in verband met het rechttrekken van de Ourthe. Hij bouwde ook, in Longdoz, de eerste vierendeelbrug die Bruggen en Wegen bouwde. Van 1901 tot 1908 werkte hij bij de Dienst van de Kust en werkte onder meer voor de haven van Nieuwpoort en voor de kanalen in het Veurnse.

In 1908 promoveerde hij tot directeur en in 1911 tot directeur-generaal van de Dienst Gemeentewegen. Van 1913 tot 1915 werd hij uitgeleend aan Iran, om er de Perzische Dienst van Openbare Werken te reorganiseren. Van 1915 tot 1918 leidde hij in Parijs het algemeen secretariaat van de Belgische regering in ballingschap. Vanaf november 1918 hernam hij zijn vroegere activiteiten in Brussel, met als bijkomende opdracht de Dienst Verwoeste Gewesten. Van 1929 tot 1934 was hij kabinetschef van de ministers Jules Van Caenegem en Gustaaf Sap. Hij verwierf een reputatie van flamingant, omdat hij binnen de Belgische administratie de taalverhoudingen en -toestanden opvolgde.

Maertens ging in Kortenberg wonen en was er weldra politiek actief. Hij werd er raadslid en schepen.

Toen de Koninklijke Commissie voor Monumenten in 1912 uitbreiding kreeg met een afdeling "Landschappen", werd Maertens tot lid benoemd. Hij was een actief commissielid, onder meer tijdens en na de Eerste Wereldoorlog, als medewerker bij het plannen van de herstellingswerken, onder meer voor de wederopbouw van Ieper.

Hij werd ook lid en ondervoorzitter van de raad van bestuur van de Maatschappij van Brugse Zeevaartinrichtingen (MBZ), de uitbaatster van de haven van Brugge-Zeebrugge, waarin hij zetelde als vertegenwoordiger van de Staat.

Davidsfonds Tijdens zijn studententijd kwam Maertens in contact met Emiel Vliebergh. Hij werd lid van de Durversbond, die geleid werd door kanunnik Jules Callewaert, en van de Sprekersbond, die geleid werd door professor Pieter-Jozef Sencie. Doordat Sencie ook secretaris was van de Davidsfondsafdeling Leuven, kwam Maertens in contact met deze vereniging en werd er actief lid van. Hij stichtte een afdeling in Woluwe en een andere in Kortenberg. Later werd hij voorzitter van de gouwbond van het Davidsfonds voor Brabant en bleef dit tot aan zijn dood.

In 1919 zette hij zich in voor het heropstarten van de activiteiten van het Davidsfonds, die tijdens de oorlog waren stilgevallen. Hij werkte hiervoor nauw samen met professor Vliebergh en reisde tweemaal per week naar Leuven om met de zieke Vliebergh organisatorische zaken te regelen. In 1922 werd hij ondervoorzitter en ging hij zich nog meer voor de vereniging inzetten. Toen in 1938 kanunnik Joos, de Davidsfondsvoorzitter, overleed, werd de opvolging aan Maertens aangeboden, maar hij weigerde. Hij bleef actief als ondervoorzitter en waakte tijdens de Tweede Wereldoorlog op de terughoudendheid van de vereniging ten overstaan van de bezetter en op het vermijden van collaboratie.

De Nieuwe Standaard In 1947 was Maertens een van de stichtende leden van De Schakel, een vereniging zonder winstoogmerk die de dagbladen De Standaard en Het Nieuwsblad in beheer kreeg. De kranten, die tijdens de Tweede Wereldoorlog verder waren verschenen, kenden moeilijkheden na de Bevrijding. Ze werden toen overgenomen door de nv De Gids, met Tony Herbert als stuwende kracht en Leon Bekaert als gezaghebbende waarborg. Na een contractueel afgesproken periode van drie jaar, gaven de eigenaars - in de eerste plaats de familie Sap - de voorkeur aan de vzw De Schakel.

Privé Ferdinand Maertens trouwde in 1899 met Maria Delbaere (1876-1957), dochter van August Constant Delbaere. Ze kregen zes kinderen. Hun zoon Eduard Maertens (Luik, 8 augustus 1901- Kortrijk, 8 mei 1980) trouwde met Marie-Thérèse Vanneste (1906-1984). Ze hadden acht kinderen, onder wie Jan Maertens, burgerlijk ingenieur, getrouwd met Christiane Reyntjens. Hij was afgevaartdigd bestuurder van de Kortrijkse Fluweelweverij en provinciaal voorzitter voor West-Vlaanderen van het Verbond van Katholieke Werkgevers.

Literatuur J. SALSMANS, Prof. Dr. Emiel Vliebergh (1872-1925), biografische aantekeningen, 1945. Lode WILS, Honderd jaar Vlaamse Beweging, I, 1985. Gaston DURNEZ, De Standaard. Het levensverhaal van een Vlaamse krant, II, Brussel, 1985. Herman STYNEN, De onvoltooid verleden tijd. Geschiedenis -van de monumenten- en landschapszorg in België 1835-1940, Brussel 1998. Xavier F. SMEESTERS & Luc VANDEWEYER, Ferdinand Maertens, in: Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt, 1998

Categorie:Belgisch ingenieur Categorie:Vlaams ambtenaar Categorie:Belgisch ambtenaar