Lucas (Luuk) Prakke (Groningen, 20 februari 1938 – Vorden, 28 juli 2026) was een Nederlands rechtsgeleerde. Prakke was hoogleraar staatsrecht en vergelijkend staatsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.

Biografie Prakke studeerde Nederlands recht aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij in 1962 zijn doctoraal examen behaalde. Hoewel hij naar eigen zeggen "een overwegend privaatrechtelijk georiënteerd student" was, werd hij aansluitend wetenschappelijk assistent van de hoogleraar staatrecht Jo van der Hoeven. Zijn collega's als assistent waren Damiaan Meuwissen en Erik Jurgens. Op 23 juni 1972 promoveerde Prakke op het proefschrift Toetsing in het publiekrecht, met Van der Hoeven als promotor. Het proefschrift was een bundeling van een aantal eerdere publicaties over het toetsingsrecht. Van 1967 tot 1968 had hij nog een jaar aan Columbia Law School in New York gestudeerd en daar een LLM behaald.

In september 1970 kreeg Prakke een onderwijsopdracht in het Nederlandse staatsrecht aan de UvA. Twee jaar later, met ingang van 1 november 1972, werd hij benoemd tot gewoon hoogleraar in het Nederlands en vergelijkend staatsrecht aan de UvA, als opvolger van zijn promotor Van der Hoeven die tot lid van de Raad van State was benoemd. Zijn oratie, gehouden in 1974, was getiteld Pluralisme en staatsrecht.

In 1987 werd Prakke verkozen tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, afdeling gedrags-, maatschappij- en rechtswetenschappen. Prakke was ook lid van de staatscommissie-Biesheuvel (1982-1984), die aanbevelingen deed voor de verbetering van het Nederlandse kiesstelsel. Op 10 januari 1994 hield hij de diesrede op de dies natalis van de UvA, getiteld Het Huis verzoepen, het Hof gepakt, de Koning ontbloot. Staatsrecht onder spanning. In 1977 adviseerde hij informateur Ed van Thijn bij de kabinetsformatie dat jaar over houding van de regering tegenover een initiatiefwet.

Prakkes werk op het gebied van het staatsrecht betrof in het bijzonder het toetsingsrecht, het politieke staatsrecht en het vergelijkende staatsrecht. Naast zijn proefschrift Toetsing in het publiekrecht verzorgde hij in 1992 een preadvies voor de Nederlandse Juristen-Vereniging getiteld 'Bedenkingen tegen het toetsingsrecht'. In 1977 preadviseerde hij voor de Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van België en Nederland over de positie van een demissionair kabinet. Zijn werk hanteert vaak een contextuele benadering, waarbij niet alleen naar de letter van de wet wordt gekeken ("black letter law") maar ook nadrukkelijk naar de politieke en maatschappelijke context waarin het staatsrecht zich afspeelt; deze benadering heeft Prakke overgenomen van zijn promotor Van der Hoeven. Dit bracht hem onder andere tot een kritische houding tegenover het toetsingsrecht: waar veel Nederlandse juristen uitgesproken voorstanders waren van constitutionele toetsing door de rechter, stond Prakke daar mede gelet op de politieke context veel kritischer tegenover.

Samen met zijn promoti Joost de Reede en Gerard van Wissen bewerkte hij de tiende (1989), elfde (1995) en twaalfde (2001) druk van het Handboek van het Nederlandse staatsrecht van C.W. van der Pot, naar de vorige bewerker André Donner ook wel Van der Pot-Donner genoemd. Met Constantijn Kortmann redigeerde hij het boek Het staatsrecht van de landen der Europese Gemeenschappen (eerste druk 1981), later hernoemd tot Het staatsrecht van de landen van de Europese Unie en in het Engels verschenen als Constitutional Law of 15 EU Member States. Het boek paste in een golf van boeken over het vergelijkend staatsrecht, maar bevatte geen aparte rechtsvergelijkende conclusies. Met Kortmann publiceerde hij ook nog een soortgelijk boek over het vergelijkende bestuursrecht getiteld Het bestuursrecht van de landen der Europese Gemeenschappen (1986), waar echter maar één druk van verscheen.

Prakke begeleidde in totaal tien promoties. Tot zijn promovendi behoorden Ernst Hirsch Ballin (Publiekrecht en beleid, 1979), later onder andere hoogleraar staatsrecht aan de Katholieke Universiteit Brabant en tweemaal minister van Justitie, en Gerard van Wissen (De christen-democratische visie op de rol van de staat in het sociaal-economische leven, 1982), later hoogleraar vergelijkend staatsrecht aan de UvA.

In 2003 ging Prakke met emeritaat als hoogleraar; zijn afscheidscollege, gehouden op 20 februari van dat jaar, was getiteld Pluralisme van staatsrecht - een verwijzing naar zijn oratie van ruim dertig jaar eerder, Pluralisme en staatsrecht. Bij zijn emeritaat werd hem een liber amicorum aangeboden getiteld Op het snijvlak van recht en politiek. Hij was ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.Overlijdensbericht, NRC 1 augustus 2026, p. E30.

Prakke overleed in 2026 op 88-jarige leeftijd. Hij was getrouwd en had twee kinderen.

Categorie:Hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam Categorie:Lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen Categorie:Nederlands rechtsgeleerde