Ernest Oppenheimer (Friedberg, 22 mei 1880 – Johannesburg, 25 november 1957) was een in Duitsland geboren Zuid-Afrikaans ondernemer, mijnbouwbestuurder, financier, filantroop en politicus. Hij richtte in 1917 de Anglo American Corporation of South Africa op en werd in 1929 voorzitter van diamantproducent De Beers. Onder zijn leiding bouwde De Beers een centraal georganiseerd verkoopstelsel voor ruwe diamanten uit. Daarbinnen verzorgde de Diamond Corporation de inkoop, terwijl de Diamond Trading Company als verkoopkanaal voor diamanten van edelsteenkwaliteit fungeerde.
Jeugd en eerste loopbaan Oppenheimer werd geboren in een Duits-Joods gezin. Zijn vader, Eduard Oppenheimer, was sigarenhandelaar. Als tiener verhuisde Ernest Oppenheimer naar Londen, waar hij in dienst trad bij de diamanthandel A. Dunkelsbuhler & Co. Het bedrijf zond hem in 1902 naar Kimberley, destijds een belangrijk centrum van de Zuid-Afrikaanse diamantindustrie. Daar werkte hij aanvankelijk als sorteerder en inkoper van ruwe diamanten.
Naast zijn werkzaamheden in de diamanthandel raakte Oppenheimer betrokken bij het plaatselijke bestuur. Hij werd in 1908 gekozen in de gemeenteraad van Kimberley en werd in 1912 burgemeester. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hielp hij bij het werven van manschappen voor het Kimberley Regiment. Zijn Duitse afkomst leidde tijdens de oorlog tot vijandigheid; bij anti-Duitse ongeregeldheden werd zijn woning aangevallen. Oppenheimer verliet Kimberley en vestigde zich vervolgens in Johannesburg.
Anglo American en De Beers In 1917 richtte Oppenheimer, met steun van de Amerikaanse mijnbouwingenieur William Lincoln Honnold en met Amerikaanse en Britse financiering, de Anglo American Corporation of South Africa op. De onderneming was aanvankelijk voornamelijk gericht op de Zuid-Afrikaanse goudmijnbouw.
In 1919 verwierf Anglo American belangen in voormalige Duitse diamantmijnen in Zuidwest-Afrika, het huidige Namibië. Deze bezittingen werden samengebracht in Consolidated Diamond Mines of South-West Africa. De productie uit deze mijnen vormde een concurrent voor De Beers, dat tot dan toe een groot gedeelte van de Zuid-Afrikaanse diamantproductie beheerste.
Anglo American verwierf in de jaren twintig een aanzienlijk aandelenbelang in De Beers. Oppenheimer werd in 1926 gekozen in de raad van bestuur van het bedrijf en op 20 december 1929 benoemd tot voorzitter. Hij bleef voorzitter tot zijn overlijden in 1957.
Organisatie van de diamanthandel De wereldwijde vraag naar diamanten daalde sterk tijdens de Grote Depressie. Om verdere prijsdalingen tegen te gaan, richtte Oppenheimer in 1930 de Diamond Corporation op. Producenten in Zuidelijk, West- en Centraal-Afrika kwamen overeen hun diamantproductie via deze organisatie te verkopen. De Diamond Corporation kon voorraden aankopen en tijdelijk buiten de markt houden wanneer het aanbod groter was dan de vraag.
Vanaf de jaren dertig werd de handel verder geconcentreerd binnen de Central Selling Organisation, doorgaans afgekort tot CSO. Binnen dit stelsel kocht de Diamond Corporation de productie van deelnemende mijnbouwbedrijven. De Diamond Trading Company verzorgde vervolgens de verkoop van ruwe diamanten van edelsteenkwaliteit, terwijl Industrial Distributors verantwoordelijk was voor industriële diamanten.
De diamanten werden gesorteerd en in vooraf samengestelde partijen aangeboden aan een beperkte groep geselecteerde afnemers. De kopers konden de samenstelling en prijs van de aangeboden partijen niet vrij onderhandelen. Door productie, voorraadvorming en verkoop centraal te regelen, kon De Beers het aanbod aanpassen aan de verwachte vraag.
Dit systeem concentreerde een groot deel van de internationale diamanthandel bij De Beers en de daarmee verbonden ondernemingen. Tijdgenoten en latere onderzoekers beschreven het daarom als een monopolie of kartel. Oppenheimer verdedigde de centralisatie met het argument dat ongecontroleerde productie en onderlinge concurrentie tot sterke prijsdalingen en de sluiting van mijnen zouden leiden. In de jaren dertig onderzocht een Zuid-Afrikaanse regeringscommissie de machtspositie van de organisatie. Volgens een verslag in The New Yorker aanvaardde de commissie Oppenheimers argument dat marktregulering vanwege de bijzondere structuur van de diamantsector noodzakelijk was.
Bij zijn overlijden beschreef het Amerikaanse tijdschrift Time Oppenheimer als de centrale figuur in een groep ondernemingen die naar schatting ongeveer 95 procent van de toenmalige wereldproductie van diamanten beheerste. Dit percentage was een contemporaine schatting en had betrekking op de productie die direct of indirect binnen het verkoopstelsel van De Beers viel.
Politieke en publieke functies Oppenheimer was van 1924 tot 1938 parlementslid voor het kiesdistrict Kimberley. Hij was politiek verbonden met Jan Smuts en diens Zuid-Afrikaanse Partij. Zijn parlementaire werkzaamheden hadden voornamelijk betrekking op financiële en economische onderwerpen. Volgens South African History Online nam hij slechts in beperkte mate deel aan debatten over het Zuid-Afrikaanse rassenbeleid.
In 1921 werd Oppenheimer door koning George V benoemd tot Knight Bachelor, waarna hij het predicaat Sir mocht voeren.
Oppenheimer ondersteunde verschillende onderwijs- en onderzoeksinstellingen. Hij droeg onder meer bij aan de oprichting van een technische faculteit aan de Universiteit Stellenbosch en aan een onderzoekscentrum voor koloniale vraagstukken aan de Universiteit van Oxford.
Privéleven en overlijden Oppenheimer trouwde met Mary Lina Pollak. Uit het huwelijk werden twee zoons geboren, Harry en Frank. Frank Oppenheimer overleed op jonge leeftijd; Harry Oppenheimer werd eveneens ondernemer en bestuurder binnen Anglo American en De Beers.
Ernest Oppenheimer overleed op 25 november 1957 op 77-jarige leeftijd in Johannesburg, nadat hij thuis een hartaanval had gekregen. Na zijn overlijden volgde Harry Oppenheimer hem op als belangrijkste bestuurder van de familieondernemingen.
Nalatenschap Oppenheimer speelde een centrale rol bij de uitbreiding van de Zuid-Afrikaanse goud- en diamantmijnbouw. Anglo American ontwikkelde zich onder zijn leiding tot een gediversifieerde mijnbouwgroep, terwijl De Beers een dominante positie in de internationale diamantproductie en -distributie verwierf.
Het door Oppenheimer uitgebouwde centrale verkoopstelsel bepaalde gedurende een groot deel van de twintigste eeuw de structuur van de internationale handel in ruwe diamanten. Het stelsel zorgde voor relatief stabiele prijzen, maar beperkte tegelijkertijd de vrije concurrentie doordat productie, voorraadbeheer en toegang tot ruwe diamanten grotendeels door één ondernemingsgroep werden gereguleerd.
Bronnen, noten en/of referenties
Categorie:Zuid-Afrikaans ondernemer Categorie:Zuid-Afrikaans politicus Categorie:Diamantindustrie