Maxime Steinberg (Brussel, 13 december 1936 – 26 juli 2010) was een Belgisch historicus en docent, gespecialiseerd in de geschiedenis van de Holocaust en in het bijzonder de vervolging en deportatie van de Joden in België tijdens de Tweede Wereldoorlog.Service public de Wallonie, Bibliowall, auteursfiche Maxime Steinberg (1936–2010), geraadpleegd op 7 augustus 2026; officiële biografische website van Maxime Steinberg, Maxime Steinberg – About, geraadpleegd op 7 augustus 2026. Zijn onderzoek naar de Jodenvervolging in België geldt als pionierswerk. Historicus Lieven Saerens omschreef zijn driedelige studie L'Étoile et le Fusil (1983–1987) als een ommekeer in de Belgische historiografie over de Jodenvervolging.

Steinberg was nauw betrokken bij de oprichting en inhoudelijke uitwerking van het Joods Museum van Deportatie en Verzet (JMDV) in de Dossinkazerne in Mechelen. Kazerne Dossin rekent hem tot de oprichters van het museum.Kazerne Dossin, In memoriam Ward Adriaens, 19 november 2024, geraadpleegd op 7 augustus 2026. Voor het JMDV nam Steinberg het geschiedkundige en pedagogische ontwerp en de keuze van de documenten op zich.

Levensloop Steinberg werd in 1936 in Brussel geboren. Tijdens de Duitse bezetting van België was hij als Joods kind ondergedoken. Zijn moeder werd gedeporteerd en in Auschwitz vermoord.

Hij studeerde geschiedenis aan de Université libre de Bruxelles (ULB), waar hij in 1961 afstudeerde in de afdeling geschiedenis van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Zijn eindverhandeling, onder leiding van historicus Jean Stengers, behandelde de aansluiting van de Belgische arbeidersbeweging bij de politieke actie in de jaren 1883–1885. In 1987 promoveerde hij aan dezelfde universiteit met het proefschrift La solution finale en Belgique: l'épreuve de la traque (1942–1944), eveneens onder leiding van Stengers.

Van 1961 tot 1999 gaf Steinberg geschiedenis in het secundair onderwijs. Vanaf 1982 was hij tevens als associé verbonden aan het Institut d'Études du Judaïsme van de ULB, waar hij onderwijs gaf over de geschiedenis van het antisemitisme en de genocide.

Zijn eerste historische onderzoek lag niet op het terrein van de Holocaust, maar bij de Belgische arbeidersbeweging en het communisme. In de tweede helft van de jaren 1970 verschoof zijn onderzoek naar het Joodse verzet en vervolgens naar de bredere geschiedenis van de vervolging van de Joden in België. In 1975 werd hij door de Vereniging van Joodse Oud-Verzetsstrijders in België gevraagd onderzoek te verrichten naar het Joodse verzet. In die periode kwam hij ook in contact met Serge Klarsfeld.

In 1980 en 1981 trad Steinberg op als historisch deskundige voor de burgerlijke partij in het proces in Kiel tegen Kurt Asche, die tijdens de bezetting als SS-officier betrokken was geweest bij de Jodenvervolging in België. Volgens Saerens verzamelde Steinberg in het kader van dit proces belangrijk basismateriaal voor zijn onderzoek naar de Jodenvervolging in België.

Onderzoek naar de Holocaust in België Vanaf het einde van de jaren 1970 publiceerde Steinberg uitvoerig over de vervolging, deportatie en het verzet van Joden in België. In 1980 verscheen Le Dossier Bruxelles-Auschwitz. La police SS et l'extermination des Juifs de Belgique, over de Duitse politie- en vervolgingsstructuren in bezet België.

Tussen 1983 en 1987 volgde zijn driedelige hoofdwerk L'Étoile et le Fusil. Saerens noemt deze studie een ommekeer in de historiografie van de Jodenvervolging in België: Steinberg bracht daarin een omvattende geschiedenis van de vernietigingspolitiek in België en onderzocht zowel de mechanismen van de vervolging als het Joodse verzet en het lot van de slachtoffers. Ook José Gotovitch beschreef de studie later als fundamenteel voor de wetenschappelijke geschiedschrijving van de vernietiging van de Joden in België.

Steinbergs onderzoek besteedde tevens aandacht aan het optreden van Belgische instellingen en overheden tijdens de vervolging. Volgens Gotovitch droeg zijn werk ertoe bij dat zowel de verscheidenheid binnen de Joodse bevolking en de rol van Joodse verzetsstrijders als de medewerking van bepaalde Belgische instellingen aan de Duitse vervolgingspolitiek nadrukkelijker onderwerp van historisch onderzoek werden.

In 2004 publiceerde Steinberg La Persécution des Juifs en Belgique (1940–1945), waarin hij zijn onderzoek naar de organisatie en uitvoering van de Jodenvervolging in België synthetiseerde.

Joods Museum van Deportatie en Verzet In de jaren 1990 was Steinberg samen met Natan Ramet en Ward Adriaens betrokken bij de totstandkoming van het Joods Museum van Deportatie en Verzet in de voormalige Dossinkazerne, vanwaar tussen 1942 en 1944 Joden en Roma naar Auschwitz-Birkenau waren gedeporteerd. Kazerne Dossin noemt Steinberg een van de oprichters van het JMDV.

In september 1992 werd de eerste steen van het museum gelegd. Het museum werd in mei 1995 door koning Albert II ingehuldigd en opende in november 1996 voor het publiek. Steinberg was verantwoordelijk voor het geschiedkundige en pedagogische ontwerp en voor de selectie van de documenten. De tentoonstelling volgde chronologisch de vervolging van de Joden in België en combineerde volgens Saerens een rationele geschiedkundige benadering met een benadering waarin individuele slachtoffers door middel van foto's zichtbaar werden gemaakt.

Volgens Gotovitch vertrouwde JMDV-voorzitter Natan Ramet Steinberg de wetenschappelijke leiding van het museumproject toe. Steinbergs museale werk beperkte zich niet tot Mechelen: hij was ook inhoudelijk betrokken bij het Belgische paviljoen in Auschwitz-Birkenau.

Steinberg bleef daarnaast aan onderzoeks- en publicatieprojecten van het JMDV meewerken. Met historica Laurence Schram schreef hij onder meer Transport XX: Malines-Auschwitz (2008). In 2009 verscheen het vierdelige Mecheln-Auschwitz 1942–1944, een publicatie van het JMDV waaraan Steinberg, Schram, Adriaens en andere medewerkers bijdroegen. Het eerste deel, over de vernietiging van de Joden en Roma van België, werd geschreven door Steinberg en Schram.

Steinberg overleed op 26 juli 2010, 73 jaar oud.

Publicaties (selectie)

Le Dossier Bruxelles-Auschwitz. La police SS et l'extermination des Juifs de Belgique (Brussel, 1980). L'Étoile et le Fusil, drie delen (Brussel, 1983–1987). Les yeux du témoin et le regard du borgne. L'histoire face au révisionnisme (1990). La Persécution des Juifs en Belgique (1940–1945) (Brussel: Complexe, 2004). met José Gotovitch, Otages de la terreur nazie. Le Bulgare Angheloff et son groupe de partisans juifs, Bruxelles, 1940–1943 (Brussel: VUBPress, 2007). met Laurence Schram, Transport XX: Malines-Auschwitz (Brussel: VUBPress/Joods Museum van Deportatie en Verzet, 2008). met Laurence Schram en anderen, Mecheln-Auschwitz 1942–1944 (Brussel: VUBPress/Joods Museum van Deportatie en Verzet, 2009).

Literatuur

Categorie:Belgisch historicus Categorie:Belgisch Holocaustoverlevende