De Vereniging van de Joodse Weggevoerden in België – Dochters en Zonen van de Deportatie (VJWB; Frans: Union des Déportés Juifs en Belgique – Filles et Fils de la Déportation, doorgaans UDJB-FFD) is een Belgische herdenkings- en belangenvereniging die in 1956 werd opgericht door en voor Joodse gedeporteerden en rechthebbenden. De vereniging speelde vanaf de jaren 1950 een rol in de erkenning en herdenking van de Holocaust in België. Zij organiseerde herdenkingen bij de Kazerne Dossin, lag mee aan de oorsprong van het Nationaal Gedenkteken der Joodse Martelaren van België in Anderlecht en zette zich later samen met het Centraal Israëlitisch Consistorie van België in voor het behoud van een herdenkings- en museumfunctie in de voormalige Dossinkazerne.
Naam De organisatie werd in februari 1956 opgericht als de Union des Déportés Juifs et Ayants Droit en Belgique. In archiefbeschrijvingen komt later de naam Union des Déportés Juifs de Belgique (UDJB) voor. In Nederlandstalige overheidsbronnen wordt onder meer de vorm Vereniging van Joodse Weggevoerden en Rechthebbenden in België – Dochters en Zonen van de Deportatie gebruikt. De Nederlandstalige website van de vereniging gebruikt de naam Vereniging van de Joodse Weggevoerden in België Dochters en Zonen der Deportatie, terwijl de Franstalige website de organisatie aanduidt als Union des Déportés Juifs en Belgique-Filles et Fils de la Déportation (UDJB-FFD).
Oprichting en naoorlogse context Volgens historica Sarah Timperman hield de oprichting van de vereniging in februari 1956 verband met de Duitse schadeloosstellingswetgeving voor Joodse slachtoffers van het nazisme. De vereniging ontstond in een naoorlogse context waarin een onderscheid werd gemaakt tussen erkende politieke gevangenen en personen die om raciale redenen waren gedeporteerd. Een verzoek van de nieuwe Joodse vereniging om toe te treden tot de koepel van voormalige kampgevangenen, de Fraternelle des Amicales de Camps, werd afgewezen. Timperman beschrijft de oprichting van de afzonderlijke vereniging als een belangrijke impuls voor een explicietere publieke herdenking van de Jodenvervolging in België.
Vanaf 1956 organiseerde de vereniging een herdenkingsplechtigheid bij de voormalige Dossinkazerne in Mechelen. De plaats had tijdens de Duitse bezetting dienstgedaan als Sammellager, van waaruit deportatietreinen vertrokken. Volgens Kazerne Dossin werden tussen juli 1942 en september 1944 vanuit de kazerne 25.490 Joden en 353 Roma en Sinti weggevoerd naar Auschwitz-Birkenau en enkele andere kampen.
Nationaal Gedenkteken in Anderlecht In 1961 werd tijdens een bijeenkomst van de Union des Déportés Juifs de Belgique het voorstel gelanceerd voor de oprichting van een nationaal Joods gedenkteken in België. Aanvankelijk werd de Dossinkazerne als mogelijke locatie overwogen, vanwege haar centrale rol in de deportaties. De aankoop van het gebouw bleek evenwel financieel niet haalbaar. Vervolgens stelde de gemeente Anderlecht grond ter beschikking voor het project.
Daar verrees het Nationaal Gedenkteken der Joodse Martelaren van België, dat op 19 april 1970 werd ingehuldigd. Timperman noemt de vereniging als de organisatie die aan de oorsprong lag van de oprichting van dit gedenkteken. Het monument werd een centrale plaats voor de publieke herdenking van de Joodse slachtoffers van de Holocaust in België.
Een overzicht van de Belgische federale overheid uit 2012 vermeldt dat de vereniging jaarlijks een plechtigheid aan het gedenkteken in Anderlecht organiseerde. Daarbij werden de Holocaust, de Opstand in het getto van Warschau en de aanval op het Twintigste treinkonvooi herdacht, onder meer in aanwezigheid van leerlingen uit Joodse en niet-Joodse scholen.
Documentatie van de deportatie Naast herdenkingsactiviteiten hield de vereniging zich bezig met de documentatie van de deportatie. In 1982 was zij, samen met de Beate Klarsfeld Foundation, uitgever van het Mémorial de la déportation des Juifs de Belgique, samengesteld door Serge Klarsfeld en de Belgische historicus Maxime Steinberg. Van het werk verscheen ook een Nederlandstalige versie onder de titel Memoriaal van de Deportatie der Joden uit België.
Het memoriaalwerk vormde een onderdeel van de bredere naoorlogse inspanningen om de gedeporteerden individueel te documenteren en hun namen in de publieke herinnering te bewaren.
Rol bij Kazerne Dossin De vereniging bleef betrokken bij de herinnering aan de Dossinkazerne toen het complex in de jaren 1970 en 1980 een nieuwe bestemming kreeg. Historicus Daniel Weyssow beschrijft dat het Centraal Israëlitisch Consistorie, Pro Museo Judaïco en de vereniging van voormalige Joodse gedeporteerden in 1981 tussenbeide kwamen om het historische karakter van de plaats en de voorgevel van de kazerne te helpen vrijwaren.
Volgens de institutionele historiek van Kazerne Dossin drongen de VJWB en het Centraal Israëlitisch Consistorie van België er vervolgens bij de stad Mechelen en de Vlaamse Gemeenschap op aan om in het voormalige kazernecomplex ruimte voor een museum te behouden. Kampoverlevende Natan Ramet werd voorzitter van het museumproject.
In die context kwam het Joods Museum van Deportatie en Verzet (JMDV) tot stand. Het museum werd op 7 mei 1995 ingehuldigd door koning Albert II en opende op 11 november 1996 voor het publiek. Vanaf 2001 werkte de Vlaamse overheid aan de uitbreiding tot een groter museum. Het nieuwe memoriaal opende in september 2012; in december van dat jaar ging het huidige Kazerne Dossin – Memoriaal, Museum en Documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten open voor het publiek.
De rol van de VJWB lag daarmee vooral in het aandringen op het behoud van de herinneringsfunctie van de historische kazerne en in de totstandkoming van de museumruimte die het JMDV mogelijk maakte. De latere uitbouw tot het huidige Kazerne Dossin was een afzonderlijk project van de Vlaamse overheid.
Herdenkings- en belangenbehartiging De vereniging trad ook naar buiten als vertegenwoordiger van personen die door de Jodenvervolging en deportatie waren getroffen. Tijdens een hoorzitting van de Belgische Senaat in 2002-2003 werden Michel Eisenstorg en Judith Kronfeld gehoord als respectievelijk voorzitter en secretaris-generaal van de Vereniging van de Joodse Weggevoerden van België – Dochters en Zonen der Deportatie.
Kronfeld verklaarde tijdens die hoorzitting dat zij niet alleen namens de gedeporteerden sprak, maar eveneens namens ondergedoken kinderen en volwassenen en personen die door de deportatie hun ouders hadden verloren. De vereniging pleitte voor historisch onderzoek naar de omstandigheden waarin de deportaties mogelijk waren geworden, naar het handelen en nalaten van Belgische overheden en naar de behandeling van teruggekeerde gedeporteerden na de oorlog. De vereniging stelde daarbij ook de relevante archieven van Joodse instellingen en verenigingen ter beschikking van het toenmalige Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij, het huidige CegeSoma.
De federale overheid vermeldde in 2012 daarnaast dat de vereniging verantwoordelijk was voor de jaarlijkse bedevaart naar de Dossinkazerne in Mechelen. Daarmee combineerde de vereniging belangenbehartiging en historisch bewustzijn met publieke herdenking van de Joodse slachtoffers van de deportatie.
Zie ook
Holocaust in België Kazerne Dossin Kazerne Dossin - Memoriaal, museum en documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten Nationaal Gedenkteken der Joodse Martelaren van België Twintigste treinkonvooi CegeSoma
Externe link Officiële website van de VJWB/UDJB-FFD
Categorie:Belgische vereniging Categorie:Holocaust in België Categorie:Joodse gemeenschap in België