Legverband (ook wel straatverband of bestratingsverband) is het patroon waarin de elementen van een bestrating – zoals straatklinkers, betonstraatstenen, tegels of natuursteen – ten opzichte van elkaar worden gelegd. Het gekozen verband bepaalt niet alleen het aanzien van het straatwerk, maar ook de stabiliteit: een goed verband verdeelt de belasting over meerdere stenen en gaat verschuiven tegen. Het begrip is nauw verwant aan het metselverband in metselwerk.

Functie Een legverband heeft een technische en een esthetische functie. Technisch zorgt de onderlinge verspringing van de stenen ervoor dat krachten van voetgangers en voertuigen niet op één element blijven rusten, maar via de voegen aan naburige stenen worden doorgegeven. Daarbij worden zogeheten kruisvoegen – punten waar vier steenhoeken samenkomen – zoveel mogelijk vermeden, omdat het verband daar onderbroken is en een zwakke plek ontstaat. Ook lange doorgaande voegen evenwijdig aan de rijrichting zijn ongewenst: langs zo'n naad kunnen stenen onder invloed van het verkeer gaan schuiven.

Esthetisch bepaalt het verband de richting en het karakter van het vlak: doorgaande lijnen laten een pad langer ogen, kleinschalige patronen zoals visgraat geven een klassiek en levendig beeld, en strakke stapelpatronen passen bij moderne architectuur.

Een legverband ontleent zijn werking mede aan een goede kantopsluiting (bijvoorbeeld opsluitbanden of gestraatte kantlagen) en aan een draagkrachtige fundering; het verband spreidt de krachten, maar draagt ze niet zelf.

Gangbare legverbanden Halfsteensverband Bij het halfsteensverband verspringt elke rij een halve steenlengte ten opzichte van de vorige, zoals bij traditioneel metselwerk. Het is in Nederland het meest toegepaste verband: eenvoudig te leggen, met weinig zaagverlies en zonder kruisvoegen. Het is geschikt voor paden en terrassen en, mits dwars op de rijrichting gelegd, ook voor opritten. Bij het kwartsteens- of klezoorverband verspringen de rijen slechts een kwart steenlengte, wat een diagonale lijnwerking in het vlak geeft.

Keper- en visgraatverband Bij dit verband worden de stenen paarsgewijs haaks op elkaar gelegd, zodat het bekende visgraatmotief ontstaat; meestal ligt het patroon onder een hoek van 45 graden met de kant. Doordat de stenen in twee richtingen in elkaar grijpen, geldt het als een van de sterkste verbanden: het is goed bestand tegen remmend en wringend verkeer en wordt daarom veel toegepast op opritten, straten en pleinen. Nadeel is het relatief grote zaagverlies langs de randen door de diagonale legrichting.

Elleboogverband Het elleboogverband volgt hetzelfde haakse visgraatprincipe, maar dan onder 90 graden: de stenen liggen evenwijdig aan en haaks op de kantopsluiting. Het combineert de stabiliteit van het visgraatpatroon met aanzienlijk minder zaagwerk langs de randen en is daarmee eveneens geschikt voor bereden verharding.

Blok- en vlechtverband Bij het blokverband worden telkens twee of meer stenen als blok gelegd, waarbij de blokken per rij een kwartslag draaien of verspringen. De variant waarbij paren stenen afwisselend haaks op elkaar liggen, wordt vlechtverband genoemd, naar het gevlochten uiterlijk. Deze verbanden geven een rustig, geometrisch beeld, maar bevatten kruisvoegen en zijn daardoor vooral geschikt voor terrassen en paden met licht gebruik. Een verwante vorm is het molenwiekverband, waarbij vier langwerpige stenen rond één vierkante steen worden gelegd.

Tegel- of stapelverband Bij het tegel- of stapelverband liggen alle elementen recht boven en naast elkaar, met doorlopende voegen in twee richtingen; elk snijpunt is een kruisvoeg. Constructief is dit het zwakste verband. Het wordt vrijwel alleen toegepast bij grote betontegels en keramische tegels op terrassen, waar de strakke lijnwerking vooropstaat en nauwelijks verkeersbelasting optreedt.

Wildverband Het wildverband is een ogenschijnlijk willekeurig patroon van elementen in verschillende formaten, gelegd zonder herhalend motief. De formaten worden daarbij zo verdeeld dat kruisvoegen en lange doorgaande voegen worden vermeden. Wildverband wordt veel toegepast bij natuursteen (flagstones) en bij partijen met meerdere formaten; fabrikanten leveren hiervoor vaak vaste formaatcombinaties met een bijbehorend legschema.

Overige verbanden Vrijwel elk recht verband kan ook diagonaal – doorgaans onder 45 graden – ten opzichte van de kant worden gelegd (diagonaalverband), wat een vlak optisch groter maakt maar meer zaagverlies oplevert. Daarnaast bestaan onder meer het banenverband (doorgaande banen van gelijke breedte), het zigzagverband en, vooral bij kasseien, boogvormige patronen zoals het segment-, waaier- en cirkelverband.

Terminologie De benamingen van de visgraatachtige verbanden worden in de praktijk niet eenduidig gebruikt. In veel bronnen staat keperverband (naar de keper, een omgekeerd V-vormig motief) gelijk aan het visgraatverband onder 45 graden en heet de haakse uitvoering elleboogverband; andere bronnen gebruiken keperverband juist voor de 90 graden gedraaide variant van het visgraatverband. In het Engels worden beide varianten herringbone genoemd; het halfsteensverband heet stretcher bond of running bond, het vlechtverband basketweave, het stapelverband stack bond en het wildverband random bond.

Uitvoering en randafwerking De rand van een bestrating wordt opgesloten met opsluitbanden of met gestraatte kantlagen, zoals een of meer rijen strekken of een rollaag dwars op de as van de weg. Bij diagonale verbanden worden langs de randen passtukken gezaagd, of speciale, driehoekige stenen gebruikt; bij het keperverband wordt hiervoor onder meer de bisschopsmuts gebruikt, een diagonaal gehalveerde steen. Consistente, smalle voegen – bij klinkers doorgaans enkele millimeters, ingeveegd met zand – houden het verband op spanning. In de wegenbouw worden onder andere keper- en elleboogverbanden ook machinaal gestraat, waarbij de stenen in voorgevormde pakketten worden gelegd.

Geschiedenis Verbanden in bestrating zijn zo oud als de bestrating zelf. Het visgraatmotief werd al in de Romeinse bouwkunst toegepast onder de naam opus spicatum, en gebakken klinkers in keper- en halfsteensverband bepalen al eeuwen het straatbeeld van Nederlandse binnensteden. Met de opkomst van de betonstraatsteen en grootformaat keramiek in de twintigste en eenentwintigste eeuw is het aantal toegepaste verbanden toegenomen, maar de onderliggende principes van lastspreiding en voegverspringing zijn ongewijzigd.

Zie ook Bestrating Verband (bouwkunde) Straatbaksteen Betonstraatsteen Stratenmaker

Categorie:Wegverharding