De komeet van de tijd is het 96e verhaal uit de stripreeks Robbedoes en Kwabbernoot. Het is het vierde verhaal uit deze stripreeks dat werd geschreven door Tome en getekend door Janry. Het verscheen in 1985 in delen in Spirou. Een jaar later kwam het uit met albumnummer 36.
Het verhaal heeft tijdreizen als centraal thema. Ook het verloren gaan van biodiversiteit komt aan bod.
Verhaal
Robbedoes en Kwabbernoot verblijven tijdelijk op het kasteel van de graaf van Rommelgem. De graaf is zelf tijdelijk afwezig, hij bezoekt familie. In de tuin van het kasteel stort opeens een vreemd soort luchtschip neer. De bestuurder hiervan ziet er precies zo uit als de graaf Pancratius maar verklaart zelf dat hij Aurelius is, een van Pancratius' nakomelingen. Aurelius is vanuit de toekomst (ergens in de 21e eeuw) afgereisd naar de tijd van Robbedoes en Kwabbernoot; dit is tijdelijk mogelijk dankzij een komeet die een keer in de 200 jaar vlak langs de Aarde komt. Aurelius is op zoek naar een in zijn eigen tijd uitgestorven plantensoort, die in de tijd waarin Robbedoes en Kwabbernoot leven nog wel te vinden is in Palombia. Aurelius hoopt deze plant voor zijn eigen tijdgenoten te kunnen terughalen.
Robbedoes en Kwabbernoot besluiten Aurelius te vergezellen op diens reis, omdat zij de gevaren van de jungle van Palombië (zij zijn hier zelf eerder geweest, omdat dit ook het land van de marsupilami's is) beter kennen. Door een fout komen ze echter in de 16e eeuw terecht, de tijd dat dit Zuid-Amerikaanse land nog door Portugal wordt gekoloniseerd. Met moeite weten ze uit handen te blijven van een groep kannibalen, terwijl ze door de kolonisten voor spionnen uit Frankrijk worden aangezien. Een echte spion van koning Frans I weet hen te redden. Uiteindelijk gaat het apparaat van Aurelius stuk, maar ze worden gered door een andere reiziger uit de toekomst. Voordat Arelius terugreist naar zijn eigen tijdperk zegt hij nog dat hij als klein kind ooit een zware klap op zijn hoofd kreeg. Sindsdien is hij zich met het idee van de mogelijkheid van tijdreizen gaan bezighouden, waarvan hij later inderdaad het geheim ontdekte.
Als Robbedoes en Kwabbernoot weer terug in hun eigen tijdperk zijn, is graaf Pancratius van Rommelgem ook net terug op het kasteel. Hij heeft zijn jonge neefje Aurelius bij zich. Even later valt er per ongeluk een zware klok op Aurelius' hoofd. Vervolgens begint het jongetje voor zichzelf formules op te schrijven, die het tijdreizen mogelijk zullen maken.
Het verhaal eindigt met een citaat van Henri Bergson: "De tijd is een uitvinding, of anders helemaal niets".
Categorie:Stripverhaal van Robbedoes en Kwabbernoot Categorie:Stripalbum uit 1986 Categorie:Stripverhaal uit 1985