De Brabantse fase of Acadische fase (verouderd: Laat-Caledonische fase) was een fase van tektonische beweging in de geologische geschiedenis van het westen van Europa. De fase is genoemd naar het Massief van Brabant in de ondergrond van België en Zuid-Nederland maar wordt ook in het uiterste noorden van Frankrijk, het zuiden van Engeland en het noordwesten van Duitsland herkend. De fase speelde zich voornamelijk af gedurende het Vroeg- tot Midden-Devoon (ongeveer 410 tot 380 miljoen jaar geleden), met een hoogtepunt in het Emsiaan en Eifeliaan (400–390 miljoen jaar). De fase werd veroorzaakt door convergente plaatbeweging aan de zuidelijke rand van het voormalige continent Euramerika.
Onderzoeksgeschiedenis en naamgeving De Duitse geoloog Hans Stille rangschikte verschillende tektonische fases van Europa. De Brabantse fase paste niet goed in dit onder geologen invloedrijke schema. Men zag de fase daarom als een laat stadium van de Caledonische orogenese. De Caledonische orogenese werd echter veroorzaakt door de continentale collisie tussen Baltica, Avalonia en Laurentia waarbij Euramerika ontstond. De Brabantse fase kwam daarentegen voort uit convergente beweging en subductie van de Rheïsche Oceaan onder het zuiden van Euramerika.
Wel kan de Brabantse fase gezien worden als onderdeel van de in de Appalachen herkende Acadische orogenese. Net als de Acadische orogenese werd de Brabantse fase veroorzaakt door accretie langs de subductiezone aan de zuidelijke rand van Euramerika. De Appalachen vormden in het Devoon de westelijke voortzetting van die rand. Om die reden worden benamingen als 'Caledonisch' en 'Laat-Caledonisch' voor deze fase als verouderd beschouwd.
Geologische sporen De Brabantse fase is alleen te herkennen in gesteente uit het Vroeg-Paleozoïcum (Cambrium, Ordovicium en Siluur). De fase heeft gesteentelagen van die ouderdom sterk geplooid, scheefgesteld en door breuken verzet, hoewel de graad van metamorfose relatief laag is.
De fase zorgde voor een belangrijke hoekdiscordantie tussen gesteentelagen. Het Devoon bedekt de Vroeg-Paleozoïsche sokkel van het Massief van Brabant in vrijwel horizontale en onvervormde toestand. De hoekdiscordantie is onder andere te zien in de zijwanden van het Hellend vlak van Ronquières. Scheefgestelde en geplooide lagen van de Formatie van Ronquières (Midden-Siluur, ongeveer 425 miljoen jaar oud) worden daar afgedekt door horizontale lagen van de Groep van Bois de Bordeaux (Midden-Devoon, 385 miljoen jaar).
Verspreiding In België gaat het om gesteente uit het Massief van Brabant en de Condroz. In de geologische massieven van de Ardennen komt eveneens gesteente ouder dan het Devoon voor, maar daarin is de Brabantse fase niet herkenbaar. In plaats daarvan wordt in de Ardennen een Ardennische fase herkend, die eerder plaatsvond (Ordovicium en Vroeg-Siluur, rond 440-420 miljoen jaar geleden). Naar het westen loopt de Vroeg-Paleozoïsche sokkel van het Massief van Brabant in Duitsland door. Daar verdwijnt het Vroeg-Paleozoïcum diep onder de Nederrijnse Laagvlakte en Bocht. Uit diepe boringen is bekend dat de Brabantse fase ook diep in de ondergrond van het noordwesten van Duitsland herkenbaar is.
In het oosten van Engeland komt de Brabantse fase voor in Vroeg-Paleozoïsch gesteente in een zone in de ondergrond van East Anglia. Dit was in feite het westelijke uiteinde van hetzelfde sedimentatiebekken dat in België wordt aangetroffen, het 'Anglo-Brabantbekken', dat onder de Noordzee doorliep. In het Midlands Platform, dat ooit de rigide Proterozoïsche kern van Avalonia vormde, kan de Brabantse fase niet herkend worden. Wel komt ten zuidwesten van het Midlands Platform in het zuiden van Wales ook gesteente voor dat een gelijktijdige fase onderging. In Wales wordt dit de Acadische fase genoemd.
Categorie:Tektoniek Categorie:Devoon