thumb|right|upright=0.90|Heraldische voorstelling van het familiewapen Van Oosterzee
Van Oosterzee is een Nederlandse familienaam. De gepubliceerde stamreeks van het gelijknamige patriciërsgeslacht begint met Michiel van Oosterzee Michielszoon, die vanaf 1690 in Delft is gedocumenteerd. Volgens een genealogische reconstructie uit 1946 werd hij omstreeks 1668 in of nabij Schenkenschans geboren en kwam hij omstreeks 1680 naar Delft; eigentijdse geboorte- of vestigingsinschrijvingen zijn niet aangetroffen. Vanuit Delft verspreidde het geslacht zich in de achttiende eeuw naar onder meer Zaltbommel, Willemstad en Rotterdam; later ontstonden ook takken in de Kaapkolonie, Nederlands-Indië, België en Spanje. Telgen waren onder meer werkzaam in de krijgsmacht, de vestingbouw, de handel, het bank- en verzekeringswezen, het kerkelijk leven, de wetenschap, het koloniale bestuur en de kunsten. De stamreeks werd in 1927 opgenomen in Nederland's Patriciaat.
Naast dit geslacht zijn uit de zestiende en zeventiende eeuw Friese naamdragers Oosterzee en Van Oosterzee bekend. De in Nederland's Patriciaat gepubliceerde stamreeks bevat geen aansluiting op deze naamdragers.
Het Delftse patriciërsgeslacht
Geschiedenis
thumb|right|upright=0.90|Schenkenschans in de Stedenatlas De Wit (ca. 1698), vanwaar Metje Christiaansdr. zich in 1680 in Delft vestigde
De genealogische uitgave van 1946 noemt een oudere Michiel van Oosterzee en Metje Christiaansdr. als ouders van Michiel van Oosterzee Michielszoon en diens zuster Fijtje van Oosterzee. Metje Christiaansdr. werd op 22 oktober 1628 te Nijmegen gedoopt als „Metgen Janss”, dochter van Kerst Janss en Grietgen Thomass. Regionaal Archief Nijmegen, Retroacta van de Burgerlijke Stand Nijmegen, archiefnummer 510, inventarisnummer 1164, folio 286. Als getuigen worden Aernt Hermanss, Stijneken Gernet en Jenneken Jacobs vermeld. Zij trouwde in 1651 met Johan Gerritsz. Swarthoff; uit dit huwelijk zijn drie kinderen bekend. Gelders Archief, deeltoegang DTB Arnhem, archief 0176, inventarisnummer 131. Uiterlijk op 11 februari 1662 was Johan overleden.N. van Oosterzee, Genealogische uitgave over het geslacht Van Oosterzee, 's-Gravenhage, 1946, pp. 8–9. Vervolgens zouden Michiel en Fijtje respectievelijk omstreeks 1668 en 1670 in of nabij Schenkenschans zijn geboren; van geen van beiden is een eigentijdse doop- of geboorteinschrijving aangetroffen. Een huwelijksinschrijving van de oudere Michiel van Oosterzee en Metje Christiaansdr. is evenmin gevonden; ook is geen andere eigentijdse bron aangetroffen die deze afstamming rechtstreeks bevestigt.In maart 1680 trok Metje samen met de toen nog minderjarige Michiel en Fijtje van Schenkenschans naar Delft. Haar drie oudere kinderen kwamen verspreid over meerdere jaren eveneens naar de stad.
Michiel woonde in Delft aanvankelijk aan de Vlouw en huwde in 1690 met Jannetje Hubrechts van Brunswijk. Bij de inschrijving van zijn ondertrouw werd zijn beroep vermeld als „Stofgenswercker”, een ambacht binnen de textielnijverheid. Archief Delft, Collectie Doop-, Trouw- en Begraafboeken van Delft, archief 0014, inventarisnummer 00134, folio 87. Het echtpaar kreeg drie zonen: Michiel (1690–1733), Huibrecht (1692–1775) en Christiaan (1695), die als zuigeling overleed.Archief Delft, Collectie Doop-, Trouw- en Begraafboeken van Delft, archief 0014: doopinschrijving Michiel, 19 december 1690, inventarisnummer 00012, folio 86v; doopinschrijving Huibregt, 2 november 1692, inventarisnummer 00059, folio 129v; doopinschrijving Christiaan, 21 april 1695, inventarisnummer 00059, folio 153; begraafinschrijving Christiaan, 15 mei 1695, inventarisnummer 00045, folio 106. Op 8 juni 1695 werd Michiel begraven op het kerkhof van de Oude Kerk. Het begraafregister vermeldt hem toen als wonend aan de Oude Delft, tegenover de Ickersteeg, zoals de huidige Nickersteeg destijds heette. Archief Delft, Collectie Doop-, Trouw- en Begraafboeken van Delft, archief 0014, inventarisnummer 00045, folio 107v. De tak van de oudste zoon Michiel stierf met Willem Adrianus van Oosterzee (1811–1890) in mannelijke lijn uit.
thumb|upright=0.90|De Vlouw in Delft, waar Michiel van Oosterzee Michielszoon ten tijde van zijn huwelijk woonde
De tweede zoon van Michiel en Jannetje, Huibrecht van Oosterzee (1692–1775), huwde op 22 juni 1716 te Zuilichem met Anna Maria de Virieu (1690–1740), dochter van jonker François Willem de Virieu (1659–1695) en Petronella Lagemans (ca. 1660–1693). Op 5 oktober van dat jaar werd hij als burger van Zaltbommel aangenomen. Regionaal Archief Rivierenland, toegang 3198, inventarisnummer 2007, folio 134. Regionaal Archief Rivierenland, toegang 3020, inventarisnummer 145, folio 137. Huibrecht was commies ter recherche bij de Admiraliteit op de Maze, een functie binnen het toezicht op de in- en uitvoer van goederen. Uit het huwelijk van Huibrecht en Anna Maria werden tussen 1717 en 1733 in Zaltbommel negen kinderen gedoopt.Dit waren François Willem, gedoopt 14 maart 1717; Magdalena Johanna, 21 september 1718; Michiel Mattheus, 3 november 1720; Petrus Adrianus, 24 september 1722; Petronella Maria, 7 mei 1724; Hubertina Maria, 11 april 1726; Maria Jacoba, 3 februari 1728; Jan, 19 augustus 1731; en Anna Maria, 16 augustus 1733. Regionaal Archief Rivierenland, Collectie Doop-, Trouw- en Begraafboeken, toegang 3198, inventarisnummers 1914 en 1915. Huibrecht werd op 13 maart 1775 begraven in de Sint-Maartenskerk te Zaltbommel. Regionaal Archief Rivierenland, toegang 3198, inventarisnummer 1930, folio 134; zie tevens inventarisnummer 1931, folio 22.
thumb|right|upright=0.90|Zaltbommel in de Stedenatlas De Wit (ca. 1698). Huibrecht van Oosterzee vestigde zich later in de stad; zijn zoon Michiel Mattheus werd er in 1720 geboren
Een van hun negen kinderen, Michiel Mattheus van Oosterzee (1720–1774), was kapitein-ingenieur en cartograaf. Tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog ontwierp hij in 1747–1748 een verdedigingsstelsel van aarden forten, batterijen en retranchementen rond Willemstad. Het stelsel omvatte zes forten in een ring rond de stad en verschillende verdedigingswerken in de omgeving. In 1751 huwde hij met Sabina Henrica van den Santheuvel (1731–1805), dochter van Henrik van den Santheuvel (1690–1741), lid van de Oudraad van Dordrecht en schout en rentmeester van Cromstrijen, en Sabina Louisa Orizandt (1701–1772). Zij was mede-eigenaresse van de aanwassen onder Fijnaart, die in 1787 werden bedijkt tot de Sabina-Henricapolder.
thumb|right|upright=0.90|Plattegrond van de vesting Willemstad uit 1705, enkele decennia voordat Michiel Mattheus van Oosterzee rond de stad een aanvullende ring van forten en verdedigingswerken ontwierp
Van de vier zoons van Michiel Mattheus vestigde de oudste, Henrik van Oosterzee (1752–1816), zich in Rotterdam. Lodewijk van Oosterzee (1759–1782) trad, evenals zijn vader, in militaire dienst als ingenieur, maar overleed reeds op 22-jarige leeftijd in Culemborg. Willem Joan van Oosterzee (1765–1799) vertrok naar de Kaap, terwijl Matthieu Henri van Oosterzee (1767–1840) in Willemstad bleef.
Henrik van Oosterzee was koopman en assuradeur en werd de stamvader van een omvangrijke Rotterdamse familietak. Zijn zoon Mattheus Henrik van Oosterzee (1779–1823) was stedelijk en rijksontvanger van de accijnzen. Uit zijn in 1813 gesloten huwelijk met de predikantsdochter Debora Jacoba Thomson (1777–1844), uit een familie van Schotse oorsprong, werden Johannes Jacobus van Oosterzee (1817–1882) en Pieter Cornelis van Oosterzee (1819–1882) geboren. Johannes Jacobus was predikant en hoogleraar theologie in Utrecht. Hij trouwde in 1841 met Cornelia Maria Elisabeth de Wilde (1821–1890), dochter van Andries de Wilde (1781–1865), chirurgijn en grootgrondbezitter in de Soekaboemilanden en later eigenaar van landgoed Pijnenburg. Pieter Cornelis was onder meer president van de Factorij van de Nederlandsche Handel-Maatschappij in Batavia en directeur van de Nederlandsch-Indische Stoomvaart-Maatschappij. Hij trouwde in 1847 met Carolina Johanna Theophanie Bernardina Sollewijn (1823–1887), dochter van kolonel Bernard Sollewijn (1785–1864), veteraan van de Napoleontische oorlogen en de Java-oorlog en ridder derde klasse in de Militaire Willems-Orde.
Henriks zoon Wouter Leonardus van Oosterzee (1781–1860) was predikant. Diens zoon Henrik Marinus Christiaan van Oosterzee (1806–1877) werd eveneens predikant en was daarnaast schrijver, vertaler en publicist. Hij publiceerde talrijke geschriften, vertalingen en recensies, werkte vanaf 1831 mee aan de Vaderlandsche Letteroefeningen en redigeerde van 1836 tot 1856 de Zeeuwsche Volksalmanak. Uit zijn nageslacht ontstond de Belgische tak van het geslacht, waaruit later de Spaanse tak voortkwam.
Een andere zoon van Henrik, Willem Joan van Oosterzee (1791–1847), was tekenmeester, portretschilder, prentuitgever en kunsthandelaar en dreef aan de Hoogstraat te Rotterdam een prenten- en kunstzaak met tekenbenodigdheden. Zijn zoon Willem Joan Hendrik van Oosterzee (1815–1861) zette de kunsthandel vanaf 1851 voort aan de Noordblaak en was daarnaast werkzaam als tekenmeester, tekenaar, etser en daguerreotypist. Zijn weduwe Jeannette Joanna van der Ven (1822–1911) zette de kunsthandel na zijn overlijden korte tijd als kunsthandelares voort. De drie zoons van Willem Joan Hendrik lieten geen nakomelingen na; met Ferdinand August van Oosterzee (1851–1873), die op 21-jarige leeftijd overleed in een periode waarin in Rotterdam cholera heerste, stierf deze tak in mannelijke lijn uit.
thumb|right|upright=0.90|Rotterdam in de Stedenatlas De Wit (ca. 1698). Via Henrik van Oosterzee ontstond hier in de achttiende eeuw een omvangrijke familietak
Een jongere zoon van Michiel Mattheus, Willem Joan van Oosterzee (1765–1799), trad in dienst van de Vereenigde Oostindische Compagnie en vestigde zich aan de Kaap. In Kaapstad huwde hij in 1789 met Reiniera Johanna Catharina Knockers. Hun zoon Mattheus Henrik van Oosterzee (1792–1856) was advocaat, dijkgraaf en medeoprichter en bestuurder van de in 1818 te Rotterdam opgerichte Algemeene Brandwaarborg-Maatschappij, die via latere fusies en overnames een van de historische voorlopers van Aegon werd. Een andere zoon, Johannes Knockers van Oosterzee (1793–1829), studeerde geneeskunde in Leiden en werd na zijn terugkeer een van de eerste aan de Kaap geboren artsen die daar praktiseerden. De familienaam bleef in Zuid-Afrika ook letterlijk op de kaart staan: tussen Parow en Bellville, bij Kaapstad, ligt de wijk Oosterzee. Deze ontstond uit delen van het vroegere landgoed Sea View van de met de Van Oosterzees verwante familie Duminy. In deze familietak kwam ook de samengestelde naam Knockers van Oosterzee voor.
De jongste zoon van Michiel Mattheus, Matthieu Henri van Oosterzee (1767–1840), bleef in Willemstad. Hij was er baljuw en later gemeenteraadslid. Zijn dochter Henrica Machelina Louisa van Oosterzee (1805–1883) trouwde in 1834 met Johan Diederik Leopold baron van Slingelandt (1807–1885), eerste luitenant der artillerie en drager van het Metalen Kruis, die later dijkgraaf van de Sabina-Henricapolder werd.
In latere generaties waren verschillende telgen van het geslacht actief in kunst, letteren, bestuur en het openbare leven. Sophia Henriëtte Kautzmann-van Oosterzee was schrijfster, Cornélie van Oosterzee componiste, pianiste en dirigente en Herman van Oosterzee kunstschilder en graficus. Louis Albert van Oosterzee was assistent-resident van de afdeling Noord-Nieuw-Guinea te Manokwari. Jan Wouter van Oosterzee was rechter en procureur-generaal in Suriname en trad in 1899 op als gouverneur ad interim. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bereikte Chris van Oosterzee als Engelandvaarder het Verenigd Koninkrijk.
Familiewapen