miniatuur Het Oud-Iraans (niet te verwarren met Proto-Iraans of Oud-Perzisch) is de verzamelnaam voor de Iraanse talen die werden gesproken in de oudheid, ruwweg in de periode tussen 1500 v.Chr. en 300 v.Chr. Het is een taalkundige reconstructie en een subgroep van de Indo-Iraanse talen, die op hun beurt deel uitmaken van de Indo-Europese taalfamilie.

De term verwijst niet naar één enkele taal, maar naar een groep nauw verwante talen die werden gesproken op het Iraanse Plateau, in Centraal-Azië en in delen van Oost-Europa.

Classificatie en opbouw Taalkundigen delen het Oud-Iraans geografisch op in twee hoofdgroepen op basis van klankverschuivingen en grammaticale kenmerken:

West-Iraans

Oud-Perzisch: De best gedocumenteerde Oud-Iraanse taal. Dit was de moedertaal van de Achaemenidische elite en is overgeleverd via spijkerschriftinscripties. Medisch: De taal van het Medische Rijk. Er zijn geen directe teksten in het Medisch overgeleverd, maar de taal is bekend door leenwoorden in het Oud-Perzisch en persoonsnamen in Assyrische bronnen.

Oost-Iraans

Avestisch: De taal waarin de Avesta, de heilige schriften van het Zoroastrisme, zijn geschreven. Het is taalkundig zeer archaïsch en nauw verwant aan het Vedisch Sanskriet. Scythisch/Sarmatisch: De talen van de nomadische Scythen en Sarmaten in de Euraziatische steppen. Deze talen zijn ongedocumenteerd, behalve via plaats- en persoonsnamen in Griekse bronnen. miniatuur kaderloos|250x250px

Proto-Iraans

De hypothetische gemeenschappelijke oertaal waar alle Oud-Iraanse talen uit zijn voortgekomen, wordt het Proto-Iraans genoemd. Deze taal werd vermoedelijk gesproken in de vroege bronstijd (ca. 2000 v.Chr.) door pastorale stammen in de Centraal-Aziatische steppen (vaak geassocieerd met de Andronovocultuur), voordat zij naar het zuiden migreerden richting het huidige Iran en Afghanistan.

Kenmerken De Oud-Iraanse talen behoren tot de SATEM-talen binnen de Indo-Europese familie. Ze vertonen een zeer complexe, flecterende grammatica:

Naamvallen: De talen kenden doorgaans acht naamvallen (nominatief, accusatief, instrumentalis, datief, ablatief, genitief, locatief en vocatief). Getal: Er werd onderscheid gemaakt tussen enkelvoud, meervoud en duaal (tweevoud). Klankverschuiving: Een belangrijk kenmerk dat het Oud-Iraans onderscheidt van het verwante Sanskriet is de verschuiving van de Indo-Iraanse klank *s naar een h (bijvoorbeeld het Indo-Iraanse *sindhu werd in het Iraans hindu).

Overgang naar Middel-Iraans Rond de 4e eeuw v.Chr., mede door de ineenstorting van het Achaemenidische Rijk na de veroveringen door Alexander de Grote, ondergingen de Iraanse talen grote structurele veranderingen. De complexe naamvallenstelsels en verbuigingen sleten grotendeels weg. Dit markeert het einde van de Oud-Iraanse periode en het begin van de Middel-Iraanse periode (waaronder het Middel-Perzisch of Pahlavi, en het Sogdisch).

Categorie:Iraanse taal