Graves de communi re is een encycliek van paus Leo XIII, uitgevaardigd op 18 januari 1901 en gewijd aan de betekenis van de term christelijke democratie.Leo XIII, Graves de Communi Re, 18 januari 1901, nrs. 1–4, The Holy See, geraadpleegd op 21 augustus 2026. De encycliek verscheen bijna tien jaar na Rerum Novarum (1891) en behoort tot de geschriften waarin Leo XIII zich bezighield met de sociale kwestie en de verhouding tussen de Katholieke Kerk, arbeiders en de opkomende sociale bewegingen.John Molony en David Thompson, ‘Christian social thought’, in Sheridan Gilley en Brian Stanley (red.), The Cambridge History of Christianity. Volume 8: World Christianities c. 1815–c. 1914, Cambridge University Press, 2005, pp. 142–163, in het bijzonder p. 152. doi:10.1017/CHOL9780521814560.011.

In Graves de communi re probeerde Leo XIII de toen omstreden benaming „christelijke democratie” af te bakenen. Hij gebruikte die niet voor een democratische staatsvorm of een politiek partijprogramma, maar voor christelijk geïnspireerde sociale actie ten behoeve van de bevolking, in het bijzonder de arbeiders en andere economisch kwetsbare groepen.Leo XIII, Graves de Communi Re, 18 januari 1901, nrs. 5–9, The Holy See, geraadpleegd op 21 augustus 2026. Daarmee verschilt het gebruik van het begrip in deze encycliek van de latere betekenis van christendemocratie als politieke stroming en als aanduiding voor politieke partijen.Rosario Forlenza en Bjørn Thomassen, ‘The Globalization of Christian Democracy: Religious Entanglements in the Making of Modern Politics’, Religions, 13 (2022), nr. 7, art. 659, p. 4. doi:10.3390/rel13070659.

Achtergrond Leo XIII plaatste de encycliek tegen de achtergrond van de economische en sociale conflicten van de late negentiende eeuw. Hij verwees naar technologische en economische veranderingen en naar de spanningen tussen kapitaal en arbeid. Tevens herinnerde hij aan zijn eerdere encyclieken Quod Apostolici Muneris uit 1878, gericht tegen het socialisme, en Rerum Novarum uit 1891, waarin hij de rechten en plichten van kapitaalbezitters en arbeiders had behandeld.

Volgens Leo XIII had de katholieke sociale actie na Rerum Novarum geleid tot verschillende organisaties ten behoeve van arbeiders en kleine landbouwers. Hij noemde onder meer informatie- of volksbureaus, plattelandsbanken die krediet aan kleine boeren verstrekten, verenigingen voor onderlinge hulp en arbeidersverenigingen. Voor dit soort activiteiten bestonden verschillende benamingen. De encycliek vermeldt onder meer „christelijke sociale beweging”, „sociale christenen” en „christelijke democratie”. De laatste term riep volgens Leo discussie op, onder andere omdat hij kon worden opgevat als steun aan een democratische regeringsvorm of als een beperking van de christelijke sociale opdracht tot uitsluitend de arme bevolkingsgroepen.

Inhoud miniatuur|Poolse uitgave van de encycliek Christelijke democratie en politiek Een centraal onderdeel van de encycliek is het onderscheid tussen de sociale en de politieke betekenis van democratie. Leo XIII erkende dat „democratie” in politieke zin naar volksregering verwijst, maar bepaalde dat de uitdrukking „christelijke democratie” in de door hem besproken katholieke beweging zonder politieke betekenis moest worden gebruikt. Hij omschreef haar als christelijke sociale actie ten behoeve van het volk.

Daaruit volgde volgens de paus niet dat katholieken een bepaalde staatsvorm moesten nastreven. De beginselen van het natuurrecht en het Evangelie konden volgens hem samengaan met verschillende regeringsvormen, voor zover die niet in strijd waren met rechtvaardigheid en moraal. Katholieken die zich voor de positie van arbeiders inzetten, moesten hun sociale activiteit daarom niet gebruiken om de ene regeringsvorm door een andere te vervangen. Tegelijk verlangde Leo gehoorzaamheid aan het rechtmatige burgerlijke gezag en aan het kerkelijke gezag. In de encycliek wordt die gehoorzaamheid uitdrukkelijk gekoppeld aan rechtmatige of rechtvaardige bevelen.

Socialisme, eigendom en sociale orde Leo XIII stelde zijn opvatting van christelijke democratie tegenover wat hij in de encycliek „sociale democratie” noemde en met het socialisme vereenzelvigde. Hij schreef aan deze stroming onder meer materialisme, de afschaffing van het particuliere eigendomsrecht en het opheffen van maatschappelijke standen toe. Daartegenover stelde hij dat christelijke democratie het eigendomsrecht en maatschappelijke verschillen moest erkennen en tegelijkertijd de levensomstandigheden van de bevolking moest verbeteren.

De afwijzing van het socialisme betekende volgens de encycliek niet dat de bestaande toestand van arbeiders zonder meer aanvaard moest worden. Leo verdedigde uitdrukkelijk activiteiten die het bestaan van werkenden draaglijker konden maken en hen in staat stelden meer bestaanszekerheid op te bouwen. Dergelijke maatregelen moesten volgens hem tevens voorkomen dat arbeiders zich tot het socialisme zouden wenden.Leo XIII, Graves de Communi Re, 18 januari 1901, nrs. 10–20, The Holy See, geraadpleegd op 21 augustus 2026.

Sociale actie, rechtvaardigheid en liefdadigheid Leo XIII beschouwde de sociale kwestie niet uitsluitend als een economisch vraagstuk. Volgens hem had zij in de eerste plaats ook een morele en religieuze dimensie. Tegelijkertijd stelde hij dat christelijke sociale actie de materiële behoeften van mensen niet mocht verwaarlozen.

In dat verband verbond de encycliek naastenliefde met rechtvaardigheid. Naast onmiddellijke armenzorg bepleitte Leo duurzame instellingen voor arbeiders en behoeftigen en initiatieven die sparen, zelfredzaamheid en bestaanszekerheid konden bevorderen. Ook verenigingen die de positie van arbeiders verbeterden, werden ondersteund, mits zij volgens de kerkelijke leer en onder religieuze leiding functioneerden. De sociale opdracht richtte zich volgens de paus bovendien niet uitsluitend op de lagere klassen. Ook welgestelde groepen maakten deel uit van dezelfde maatschappij en hadden volgens hem een verplichting bij te dragen aan het algemeen welzijn.

Kerkelijke leiding De encycliek legde nadruk op organisatorische eenheid en kerkelijk toezicht. Katholieke sociale verenigingen moesten volgens Leo XIII hun eigen werkzaamheden kunnen verrichten, maar binnen een gemeenschappelijke leiding en onder het gezag van de bisschoppen. Voor Italië wees hij daarbij op de organisatie van katholieke congressen en comités als coördinerend orgaan.Leo XIII, Graves de Communi Re, 18 januari 1901, nrs. 21–29, The Holy See, geraadpleegd op 21 augustus 2026. Aan het slot van de encycliek benadrukte hij opnieuw dat initiatieven van personen en verenigingen onder bisschoppelijk gezag moesten staan.

Betekenis en receptie miniatuur|Paus Leo XIII In de geschiedschrijving over de christendemocratie wordt Graves de communi re gezien als een poging van Leo XIII om grenzen te stellen aan de politieke interpretatie van de katholieke sociale beweging. Molony en Thompson beschrijven hoe Leo de term „christelijke democratie” beperkte tot sociale actie, terwijl hij tegelijkertijd de inzet voor betere omstandigheden voor arbeiders bleef verdedigen.Molony en Thompson (2005), p. 152.

Rosario Forlenza en Bjørn Thomassen plaatsen deze afbakening in de bredere ontwikkeling van het politieke katholicisme. Volgens hen stond het Vaticaan terughoudend tegenover de overgang van katholiek sociaal activisme naar partijpolitiek. Zij wijzen er echter op dat dergelijke sociale mobilisatie in de praktijk toch in het politieke domein terechtkwam. De oproep tot katholieke sociale activiteit ging volgens hen gepaard met een groei van organisaties en initiatieven die zich niet volledig onder controle van het Vaticaan lieten houden.

Politicologen Stathis Kalyvas en Kees van Kersbergen beschrijven de latere Europese christendemocratische partijen als voortgekomen uit katholieke confessionele bewegingen uit de tweede helft van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. De Katholieke Kerk verzette zich volgens hun overzicht aanvankelijk tegen de ontwikkeling van zelfstandige confessionele partijen, maar katholieke bewegingen verwierven via die partijvorming gaandeweg een grotere onafhankelijkheid van de kerkelijke hiërarchie en gingen parlementaire en electorale democratie ondersteunen.Stathis N. Kalyvas en Kees van Kersbergen, ‘Christian Democracy’, Annual Review of Political Science, 13 (2010), pp. 183–209, in het bijzonder pp. 185–186. doi:10.1146/annurev.polisci.11.021406.172506. De politieke betekenis die „christendemocratie” later kreeg, was daarmee ruimer dan de niet-partijpolitieke betekenis die Leo XIII in Graves de communi re aan de term gaf.

Zie ook

Rerum Novarum Christendemocratie Sociale leer van de Katholieke Kerk Lijst van encyclieken van paus Leo XIII

Externe link

Graves de Communi Re – Engelse tekst op de website van het Vaticaan

Categorie:Pauselijke encycliek Categorie:Christendemocratie Categorie:1901