Ottilie Voss (Goch, 15 september 1880 - Bourges, 17 mei 1915) was een Duitse spionne tijdens de Eerste Wereldoorlog die in 1915 door het Franse leger geëxecuteerd werd.

Biografie Voss volgde een opleiding als onderwijzeres en verhuisde na 1905 naar Frankrijk. Ze sprak goed Frans en Engels en ging aan de slag als tolk in het hotel Jasmin in Agen. Dit hotel lag vlakbij het treinstation. Deze betrekking eindigde na twee jaar en Voss ging aan de slag als huisleraar. Ze gaf les in haar kamers en genoot een goede reputatie bij de plaatselijke burgerij en de schoolinspectie.

Begin van de oorlog Bij de mobilisatie in de zomer van 1914 verliet Voss na zeven jaar Agen. Naar haar eigen verklaring reisde ze via Parijs en Dieppe naar Engeland, waar ze begin augustus aankwam. Ze verklaarde dat ze hier haar Engels wilde bijspijkeren. De data die ze gaf betreffende deze reis zijn echter onduidelijk. Begin september was ze korte tijd terug in Agen waar ze haar kamers leeghaalde en haar meubels verkocht. Via Rotterdam reisde ze terug naar Duitsland en nam haar intrek bij haar ouders.

Voss, 34 jaar oud intussen, zocht een betrekking en las volgens haar eigen verklaring een zoekertje in de krant waarin personen met een goede talenkennis werden gezocht. Zo kwam ze terecht bij de generale staf van het Duitse leger waar ze een spoedcursus van een tiental dagen volgde om haar op te leiden als spion. Ze kreeg een vals Belgisch paspoort onder de naam Jeanne Bouvier. Daarin wordt ze beschreven als geboren in 1882, 1m62 groot, met grijze ogen en blond haar. In het Zwitserse Zurich kreeg ze een tijdelijk reisdocument dat haar toeliet naar Frankrijk te reizen.

Drie weken als spionne Op 3 februari 1915 kwam ze aan in Frankrijk. Haar eerste spionagemissie leidde haar door het zuidoosten van Frankrijk. Ze bezocht Marseille, Lyon, Nice en Montpellier. Ze observeerde de Franse oorlogsschepen in de havens, de recrutering voor het leger en de troepenbewegingen in de stations. Ze bezocht ook het theater en de bioscoop om het moreel onder de bevolking te peilen. Met deze inlichtingen reisde ze terug naar Duitsland.

Ze reisde opnieuw naar Frankrijk en was in Orléans en Nevers. Op 26 februari kwam ze aan in Bourges. Die stad had een kazerne waar een infanterieregiment was gelegerd en had ook een belangrijke wapenindustrie. Er werden kanonnen en obussen geproduceerd. Tegen dan was Voss al opgemerkt door de Franse inlichtingendiensten. De dag na haar aankomst in Bourges werd Voss gearresteerd. In haar hotel werden kaarten van de spoorwegen en gecodeerde notities gevonden. Voss had vijfhonderd goudfrank meegekregen. Ze werd opgesloten in de gevangenis en verhoord.

Proces Op 9 april 1915 werd ze voor de krijgsraad van het 8e Legerkorps gebracht. Voss gaf toe dat ze had gespioneerd. Ze verklaarde dat ze dit had gedaan uit geldnood. Ze had 1250 goudfrank ontvangen voor haar werk. Ze verklaarde verder dat ze van Frankrijk hield en het land niet wilde verraden. Ze had enkel algemene en weinig waardevolle inlichtingen gegeven aan haar opdrachtgevers. Dit laatste werd bevestigd door de onderzoekers. Voss werd toch veroordeeld tot de doodstraf, om een voorbeeld te stellen.

Ze diende vanuit de gevangenis in Bourges (Prison du Bordiot) een gratieverzoek in, dat op 16 mei werd verworpen door de Franse president Poincaré. 's Anderendaags werd ze geëxecuteerd in de gevangenis. Ze werd begraven in een anoniem graf op het Cimetière Saint-Lazare in Bourges.

Bronnen

Categorie:Duits geëxecuteerd persoon Categorie:Duits persoon in de Eerste Wereldoorlog Categorie:Duits spion