Sancta Dei Civitas (Latijn voor „De heilige stad van God”) is een encycliek van paus Leo XIII, uitgevaardigd op 3 december 1880. De encycliek handelt over de katholieke missies en in het bijzonder over de verenigingen die deze missies door gebed en financiële bijdragen ondersteunden. Leo XIII richtte het document tot de patriarchen, primaten, aartsbisschoppen en bisschoppen van de katholieke wereld.
De New Catholic Encyclopedia behandelt Sancta Dei Civitas als de eerste van zes belangrijke brieven van Leo XIII over missie en evangelisatie en interpreteert de encycliek als een poging het missiedenken te vernieuwen door het universele karakter van de missie opnieuw te benadrukken. In de encycliek zelf ligt het praktische zwaartepunt op de ondersteuning van missionarissen door prediking, gebed, aalmoezen en missiegenootschappen.
Achtergrond Sancta Dei Civitas verscheen in het derde jaar van het pontificaat van Leo XIII. De katholieke missionaire beweging kende in de laatste decennia van de negentiende eeuw een aanzienlijke expansie. Historicus J.P. Daughton beschrijft voor de periode vanaf 1880 een sterke groei van vooral Franse katholieke missieactiviteiten, gelijktijdig met de koloniale expansie van de seculiere Derde Franse Republiek. Missionarissen en vertegenwoordigers van de republikeinse staat konden daarbij samenwerken, maar hun uiteenlopende godsdienstige en politieke doelstellingen leidden eveneens tot spanningen en conflicten.
Ook de encycliek zelf schetst een situatie waarin de behoeften van de missies volgens Leo XIII toenamen. Hij wijst op nieuwe reisroutes en nieuw gestichte missieposten, terwijl het beschikbare aantal missionarissen volgens hem afnam. Als oorzaken noemt hij onder meer overlijden, ouderdom en overbelasting van missionarissen, maar ook de opheffing van religieuze gemeenschappen, militaire dienstplicht voor geestelijken en de confiscatie van kerkelijke goederen. Deze beschrijving weerspiegelt de beoordeling van de omstandigheden door de paus zelf en is geen neutrale inventarisatie van het politieke beleid van de betrokken staten.
Een belangrijke organisatorische achtergrond vormde het in Lyon gevestigde Genootschap voor de Voortplanting van het Geloof. Het genootschap werd formeel in 1822 opgericht en bouwde voort op onder meer het fondsenwervende werk van Pauline Jaricot. Leo XIII beschrijft het in de encycliek als een ongeveer zestig jaar eerder in Lyon gestichte vereniging die aanvankelijk enkele missies in Amerika ondersteunde en vervolgens hulp aan missies in verschillende delen van de wereld ging verlenen.
Inhoud
Kerk en universele missie De titel van de encycliek is ontleend aan het openingsbeeld van de Kerk als de „heilige stad van God”. Leo XIII stelt dat de Kerk niet binnen de grenzen van één staat besloten ligt en daarom geroepen is zich over de wereld uit te breiden. Hij verbindt deze gedachte met de bijbelse beeldspraak van het uitbreiden van een tent uit Jesaja 54:2.
De uitbreiding van het christendom wordt in de tekst in de eerste plaats toegeschreven aan de werking van de Heilige Geest, maar vindt volgens Leo XIII uiterlijk plaats door menselijk handelen. De verkondiging van het Evangelie krijgt daarbij de eerste plaats. Hiervoor beroept hij zich onder meer op Romeinen 10:14 en 10:17. Tegelijkertijd benadrukt hij dat ook gelovigen die niet zelf als missionaris optreden aan de missie kunnen bijdragen. Twee vormen van deelname staan centraal: materiële ondersteuning en gebed. Als bijbelse voorbeelden noemt de encycliek onder meer Lucas 8:3, 1 Korintiërs 9:14, Matteüs 9:38 en Handelingen 4:29.
Op die manier onderscheidt de encycliek tussen verschillende rollen binnen dezelfde missionaire opdracht. De eigenlijke prediking wordt verbonden met het kerkelijke ambt, terwijl gebed en financiële ondersteuning volgens Leo XIII toegankelijk zijn voor gelovigen uit alle maatschappelijke groepen. De New Catholic Encyclopedia ziet juist deze verbreding van de verantwoordelijkheid voor de missie als een belangrijk kenmerk van de tekst.
Missiegenootschappen Een groot gedeelte van Sancta Dei Civitas is gewijd aan georganiseerde steun voor de missies. Leo XIII noemt in het bijzonder drie verenigingen. De eerste en uitvoerigst besproken organisatie is het Genootschap voor de Voortplanting van het Geloof. De paus verwijst naar de steun die het genootschap van zijn voorgangers Pius VII, Leo XII, Pius VIII, Gregorius XVI en Pius IX had ontvangen en prijst de organisatie vanwege haar financiële en geestelijke ondersteuning van de missies.
Daarnaast noemt hij een vereniging van de „Heilige Kindsheid van Jezus Christus” en een vereniging voor de „Scholen van het Oosten”. De Heilige Kindsheid richtte zich volgens de encycliek op verlaten of aan armoede blootgestelde kinderen, met bijzondere aandacht voor China. De vereniging voor de Scholen van het Oosten richtte zich volgens Leo XIII op de godsdienstige vorming van jongeren. De drie organisaties ondersteunden volgens de paus gezamenlijk het werk van de Romeinse Propaganda Fide, de toenmalige congregatie die belast was met de katholieke missie.
De Franse vereniging van de Heilige Kindsheid en haar activiteiten in China zijn uitvoerig onderzocht door historica Henrietta Harrison. Haar studie in The American Historical Review behandelt de geschiedenis van de organisatie in China tussen 1843 en 1951 en plaatst haar liefdadigheids- en opvoedingsactiviteiten binnen de bredere Frans-katholieke missionaire cultuur.
Problemen van de missies Na de bespreking van de missiegenootschappen gaat Leo XIII in op wat hij beschouwt als de moeilijkheden waarmee de missionaire beweging werd geconfronteerd. Naast het tekort aan missionarissen en financiële middelen noemt hij politieke maatregelen tegen religieuze gemeenschappen en geestelijken. Tegelijkertijd zouden geografische exploratie en nieuwe verbindingen volgens hem nieuwe gebieden voor missionaire activiteit toegankelijk hebben gemaakt, waardoor de behoefte aan personeel en financiële steun juist toenam.
De encycliek gebruikt bovendien scherpe confessionele taal voor andere predikers die volgens Leo XIII katholieke missionarissen beconcurreerden. Hij beschuldigt zulke predikers ervan dwaling te verbreiden en verwarring te veroorzaken doordat het christelijk geloof op verschillende wijzen werd uitgelegd. Dit gedeelte weerspiegelt het sterk confessionele karakter van de negentiende-eeuwse katholieke missieopvatting.
Oproep tot gebed, aalmoezen en missionaire roepingen Het laatste gedeelte van de encycliek bevat een oproep aan de bisschoppen om de missies in hun bisdommen actief te bevorderen. Zij moeten geschikte geestelijken die een missionaire roeping hebben aanmoedigen, terwijl priesters, religieuzen en leken worden aangespoord voor missionarissen te bidden.
Leo XIII beveelt daarnaast de voorspraak aan van Maria, Jozef van Nazareth, de apostelen en andere heiligen die met de verkondiging van het christendom in verband worden gebracht. Aan gebed moet volgens de encycliek materiële ondersteuning worden toegevoegd. Kleine bijdragen van grote aantallen gelovigen worden voorgesteld als een manier waarop mensen die zelf niet naar missiegebieden vertrekken toch aan het missionaire werk kunnen deelnemen.
Theologische accenten Een centraal ecclesiologisch uitgangspunt van Sancta Dei Civitas is de universaliteit van de Kerk. Het beeld van de Kerk als een stad die niet door staatsgrenzen wordt begrensd vormt het uitgangspunt voor de universele missionaire opdracht.
Daarnaast verbindt de encycliek goddelijk en menselijk handelen. De groei van het christendom wordt primair toegeschreven aan de Heilige Geest, terwijl verkondiging, gebed en materiële hulp als menselijke middelen voor hetzelfde doel worden voorgesteld. De tekst verbindt zo de missionaire opdracht met zowel genade als menselijke medewerking.
Ook het heil van de individuele mens heeft een centrale plaats. Leo XIII motiveert de missionaire activiteit vanuit wat hij de „redding van de zielen” noemt en vanuit de uitbreiding van het rijk van Christus. De ondersteuning van de missies krijgt daardoor in de encycliek niet alleen een organisatorische of financiële betekenis, maar wordt zelf als godsdienstige plicht en als vorm van deelname aan de evangelisatie beschouwd.
Historische en intellectuele duiding De tekst gebruikt op verschillende plaatsen begrippen die kenmerkend zijn voor negentiende-eeuwse Europese opvattingen over missie en beschaving. Leo XIII verbindt christelijke bekering bijvoorbeeld met een overgang van wat hij als „barbarij” en onbeschaafde levenswijzen beschouwde naar een „beschaafd leven”. De formulering veronderstelt daarmee een hiërarchisch onderscheid tussen Europese christelijke beschaving en de samenlevingen waarop het missionaire werk was gericht.
Historisch onderzoek naar de katholieke missies van deze periode plaatst dergelijke opvattingen in een bredere context van Europese expansie, kolonialisme en concurrerende ideeën over beschaving. Daughton heeft voor het Franse koloniale rijk laten zien dat katholieke missionarissen en de seculiere Franse Republiek soms gemeenschappelijke belangen hadden, maar dat hun verhouding eveneens door aanzienlijke ideologische conflicten werd bepaald. Joseph W. Peterson laat in zijn onderzoek naar negentiende-eeuwse Franse missies in Algerije eveneens zien dat missionaire denkbeelden over religie en cultuur zich ontwikkelden in voortdurende wisselwerking met koloniale omstandigheden en debatten in Frankrijk.
Sancta Dei Civitas bevat geen uitgewerkt filosofisch stelsel. De argumentatie is in hoofdzaak bijbels, ecclesiologisch en pastoraal: zij redeneert vanuit de universele aanspraak van het christelijke geloof, het heil van de mens en de verantwoordelijkheid van de katholieke gemeenschap voor de missionaire verkondiging. De encycliek moet daarom worden onderscheiden van filosofisch-systematische geschriften van Leo XIII, zoals Aeterni Patris (1879), waarin de verhouding tussen filosofie en katholieke theologie uitdrukkelijker centraal staat.
Doorwerking Leo XIII kwam later zelf op Sancta Dei Civitas terug. In de encycliek Christi nomen van 24 december 1894 herinnerde hij eraan dat hij de eerdere encycliek in het derde jaar van zijn pontificaat had uitgevaardigd om onder katholieken een grotere betrokkenheid en vrijgevigheid ten gunste van het Genootschap voor de Voortplanting van het Geloof te bevorderen.
Binnen de bredere ontwikkeling van de katholieke missieleer wordt de encycliek gezien als een vroeg document uit een reeks pauselijke geschriften over evangelisatie. Volgens de New Catholic Encyclopedia kreeg een meer systematische pauselijke missieleer in de twintigste eeuw gestalte, te beginnen met Maximum illud van Benedictus XV uit 1919. Dat document legde onder meer meer nadruk op de vorming van een inheemse clerus en keerde zich tegen missionair etnocentrisme.
Het decreet Ad gentes van het Tweede Vaticaans Concilie uit 1965 noemt Sancta Dei Civitas in een voetnoot bij de bespreking van de uitbreiding van de Kerk, samen met onder meer Maximum illud en Rerum Ecclesiae. De verwijzing laat zien dat het document in de twintigste-eeuwse katholieke documentatie over missie deel bleef uitmaken van de historische voorgeschiedenis van het kerkelijke missiedenken.
Zie ook
Leo XIII Missiologie Maximum illud Ad gentes Evangelisatie Lijst van encyclieken van paus Leo XIII
Externe links
Sancta Dei Civitas – Engelse tekst op de website van de Heilige Stoel Sancta Dei Civitas – Latijnse tekst op de website van de Heilige Stoel
Categorie:Pauselijke encycliek Categorie:1880