miniatuur|Bord met 'Voor Joden verboden'. Dit artikel is een overzicht van de anti-Joodse maatregelen in Nederland die werden ingevoerd na de bezetting van Nederland op 10 mei 1940.
De maatregelen tegen Joden werden onder meer gepubliceerd in het tweetalige Verordeningenblad voor het bezette Nederlandsche gebied en ondertekend door Rijkscommissaris van Nederland Arthur Seyss-Inquart.
Veel van deze maatregelen waren in strijd met de Nederlandse wet, maar middels verordening 137/40, die werd afgevaardigd op 13 september 1940, kon de Duitse bezetter van de Nederlandse wetgeving afwijken.
1940
Juli
1 juli: Vanaf 1 juli 1940 werd het voor Joden verboden om voor de luchtbeschermingsdienst te werken. 2 juli: Joden werden uitgesloten van de Arbeitseinsatz en mochten niet tewerkgesteld worden in nazi-Duitsland.
Augustus
5 augustus: Ritueel slachten werd verboden.
September
4 september: Alle niet-Nederlandse Joden werden opgedragen om tussen 4 en 9 september het kustgebied te verlaten. 6 september: Joden mochten niet langer benoemd of bevorderd worden in overheidsdiensten. 14 september: Markten in Amsterdam werden voor Joden verboden. 26 september: Alle Joodse publicaties, met uitzondering van Het Joodsche Weekblad, werden verboden. 30 september: De definitie van 'Jood' werd vastgesteld als 'een persoon met ten minste een Joodse grootouder die lid is geweest van de Joodse gemeenschap'. Dit was gebaseerd op de raciale definitie van het begrip 'Jood' uit de Rassenwetten van Neurenberg. miniatuur|Ariërverklaring
Oktober
4 oktober: Er mogen geen Joden in overheidsdienst worden aangenomen of bevorderd. Dit werd bekendgemaakt met een kort artikel in de Deutsche Zeitung in den Niederlanden.Keine Juden und Mischlinge als Beamte In Zukunft von Anstellung und Beförderung ausgeschlossen. "Deutsche Zeitung in den Niederlanden". Amsterdam, 04-10-1940, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 24-08-2026, 5 oktober: Ambtenaren en medewerkers van openbare en gesubsidieerde instellingen, zoals universiteiten, moesten een Ariërverklaring invullen en ondertekenen. 22 oktober: Middels verordening 189/1940 'betreffende het aangeven van joodsche ondernemingen’ werden Joodse ondernemingen en vastgoed dat in bezit was van deze ondernemingen in kaart gebracht. De ondernemingen moesten aangemeld worden bij de Wirtschaftsprüfstelle (Bureau voor Economisch onderzoek), een afdeling van het Generalkommissariat für Finanz und Wirtschaft. Voor het beheer van grote bedrijven werden meestal Duitse Treuhänders of Verwalters (bewindvoerders) aangewezen die waren aangesteld door de Omnia-Treuhandgesellschaft.
November miniatuur|Publicatie in de Deutsche Zeitung in den Niederlanden met de aankondiging van de schorsing van Joodse ambtenaren.Entlassung von Juden aus Öffentlichen Ämtern Verfügung zur Sicherung der Ruhe und Ordnung in den Niederlanden. "Deutsche Zeitung in den Niederlanden". Amsterdam, 28-11-1940, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 05-09-2026, 21 november: Joodse ambtenaren werden uit overheidsdienst geschorst en later ontslagen.
December
19 december: Verbod voor Joden op het in dienst hebben van Duits huishoudelijk personeel. Oprichting van de Joodse Coördinatie Commissie (JCC), een vrijwillig overkoepelend orgaan van diverse Joodse organisaties in Nederland.
1941
Januari
10 januari: Personen met ten minste een Joodse grootouder werden verplicht hun afkomst te laten registreren bij het bevolkingsregister. In totaal werden in Nederland 160.820 personen geregistreerd, onder wie 15.549 half-Joden en 5.719 kwart-Joden. 12 januari: Verbod voor Joden om de bioscoop te bezoeken. 16 januari: Duitse stadscommissaris Hans Böhmcker verplichtte de gemeente Amsterdam gedetailleerde informatie door te geven over het aantal winkels en huizen die in het bezit waren van Joden. Daarnaast moest de gemeente in kaart brengen waar zich Joodse scholen, instellingen en synagogen in de stad bevonden en welke tramlijnen door deze gebieden liepen. miniatuur|Februaristaking, gezien vanaf het Raamplein, Amsterdam.
Februari
1 februari: Het werd voor Joodse studenten niet toegestaan aan de universiteit te studeren, tenzij ze speciale toestemming kregen van secretaris-generaal Jan van Dam. 5 februari: Artsen werden verplicht op te geven of zij van Joodse afkomst waren. 11 februari: Joden mochten zich niet meer inschrijven als studenten aan de hogeschool of universiteit. 12 februari: Een buurt in Amsterdam waar veel Joden woonden werd afgezet met prikkeldraad en aangewezen als 'Joodsche Wijk' (). 13 februari: Oprichting van de Joodse Raad voor Amsterdam. De raad werd geleid door Abraham Asscher (1880-1950) en David Cohen (1882-1967). 22 en 23 februari: 427 Joodse mannen werden opgepakt en naar concentratiekampen gedeporteerd als represaille voor de dood van NSB’er Hendrik Koot. Als reactie hierop legden arbeiders tijdens de Februaristaking op 25 februari het werk neer en demonstreerden tienduizenden mensen tegen de bezetter. 27 februari: Joden werden geschrapt als bloeddonoren uit het register van het Nederlandse Rode Kruis. 28 februari: Middels Verordening 41/1941 kreeg de bezetter de bevoegdheid om verenigingen en stichtingen zonder economisch doel te controleren, reorganiseren of ontbinden.
Maart
12 maart: Joodse ondernemingen werden onder Duits beheer geplaatst. Later volgde de liquidatie van kleine Joodse ondernemingen en de arisering van grote Joodse ondernemingen met een economisch belang. 31 maart: De werd opgericht. Het kantoor organiseerde de transport van Joden uit Nederland naar Kamp Westerbork. Vanuit daar werden mensen gedeporteerd naar concentratie- en vernietigingskampen.
April
1 april: Cafés werden verplicht borden met 'Voor Joden verboden' op te hangen. 15 april: Joden werden verplicht hun radio in te leveren.
Mei
1 mei: Het werd voor Joodse artsen, apothekers en advocaten verboden om niet-Joodse klanten en patiënten te hebben. 1 mei: Markten en handelsbeurzen werden voor Joden verboden. 6 mei: In Amsterdam werden straten aangemerkt als 'Joodse straten'. 15 mei: Joden mochten niet langer onderdeel zijn van Nederlandse gesubsidieerde orkesten. 27 mei: Middels verordening 102/1941 werden Joden verplicht aan te geven of zij landbouwgronden in bezit hadden. 31 mei: Het werd voor Joden verboden om stranden en zwembaden te bezoeken, en kamers te huren in bepaalde badplaatsen en toeristische bestemmingen.
Juni
20 juni: Joden van buiten Amsterdam werden verplicht hun fiets in te leveren. 26 juni: Joodse winkels mochten niet langer op zondag geopend zijn. miniatuur|Persoonsbewijs van Els Kalff-de Hartog
Juli
3 juli: Joden moeten verplicht een zwarte J op hun persoonsbewijs laten stempelen.
Augustus
1 augustus: Joodse makelaren mochten geen niet-Joodse klanten meer hebben. 8 augustus: Het werd voor Joden verplicht om contant geld en banktegoeden boven de 1000 gulden in te leveren bij Lippmann, Rosenthal & Co.. 11 augustus: Joden moeten hun grondbezit aangeven bij de . miniatuur|Brief aan Frits Grewel over de uitsluiting van Joodse studenten van de Universiteit van Amsterdam (oktober 1941).
September
1 september: Joodse kinderen werden uitgesloten van het openbaar onderwijs en moesten naar Joodse scholen. In Amsterdam werd deze regel in oktober 1941 van kracht. 15 september: Joden werden uitgesloten van onder meer parken, dierentuinen, theaters, sportinrichtingen, openbare bibliotheken en musea. Op deze plekken werden borden met 'Voor Joden verboden' opgehangen. 15 september: Het werd voor Joden verboden om zonder vergunning te reizen of verhuizen. 22 september: Joden mochten niet langer lid zijn van verenigingen en stichtingen zonder economisch doel. 24 september: Voor bepaalde beroepen en ambachten werd het verplicht een vergunning te hebben.
Oktober
20 oktober: Beroepsbeperkingen voor Joden werden verder uitgebreid. 22 oktober: Joden mochten niet langer lid zijn van niet-Joodse verenigingen.
November
3 november: In Amsterdam mogen Joden enkel nog handel en inkopen doen op Joodse markten. Deze bevonden zich op Waterlooplein, in de Transvaalbuurt, Rivierenbuurt en in Amsterdam-Zuid. 7 november: Joden mochten geen lid meer zijn van dans-, tennis- en bridgeverenigingen. 7 november: De regels omtrent verhuizen en reizen werden aangescherpt. Joden mochten niet meer zonder toestemming verhuizen of reizen.
December
5 december: Buitenlandse Joden in Nederland werden verplicht zich te laten registreren voor emigratie. miniatuur|Werkkamp Balderhaar nabij bij Kloosterhaar (z.d.).
1942
Januari
1 januari: Joden mochten niet langer niet-Joods huishoudelijk personeel in dienst hebben. 1 januari: Joodse mannen werden opgeroepen voor tewerkstelling in de Joodse werkkampen van de Rijksdienst voor de Werkverruiming. Op 10 januari vertrokken de eerste Joden vanuit Amsterdam naar werkkampen in Noord- en Oost-Nederland. 9 januari: Joden werden uitgesloten van alle vormen van openbaar onderwijs. 17 januari: Joden uit Zaandam werden verplicht naar Amsterdam te verhuizen.
Maart
23 maart: Joden mochten niet langer vervoersmiddelen bezitten of besturen. 25 maart: Gemengde huwelijken tussen Joden en niet-Joden werden verboden. Seksuele omgang tussen niet gehuwde Joden en niet-Joden werd zwaar bestraft. 26 maart: Verbod op het verwijderen van huisraad uit woningen van Joden.
April
1 april: Het was voor Joden niet meer toegestaan te trouwen in het Stadhuis van Amsterdam.
miniatuur|Joodse vrouw met een Jodenster op haar blouse.
Mei
3 mei: Joden boven de zes jaar oud werden verplicht een Jodenster te dragen. 12 mei: Het werd voor Joden verboden een rekening te hebben bij de Postcheque- en Girodienst. 21 mei: Joden werden verplicht hun waardevolle voorwerpen, zoals goud, zilver en kunst- en cultuurgoederen, in te leveren bij Lippmann Rosenthal & Co.. 29 mei: Visverbod voor Joden.
Juni
5 juni: Joden kregen een algeheel reisverbod. 11 juni: Joden mochten niet langer vismarkten bezoeken. 12 juni: Het winkelverbod voor Joden werd sterk uitgebreid. Zij mochten enkel op gezette tijdstippen in bepaalde winkels boodschappen doen. Toegang tot winkels van niet-Joden werd voor hen verboden. 12 juni: Het beoefenen van sport werd voor Joden verboden. 12 juni: Joden in Amsterdam werden verplicht hun fiets in te leveren. Op het niet inleveren van de fiets stond een geldboete van 1000 gulden of een celstraf van maximaal zes maanden. 30 juni: Voor Joden werd een avondklok ingesteld. Tussen 20:00 en 6:00 moesten zij thuisblijven. miniatuur|Extra editie van Het Joodsche Weekblad met aankondigingen van consequenties voor het overtreden van anti-Joodse maatregelen (7 augustus 1942).
Juli
6 juli: Joden mochten niet meer op bezoek bij niet-Joden. 6 juli: Telefoneren werd voor Joden verboden. 17 juli: Joden mogen enkel tussen 15:00 en 17:00 boodschappen doen bij Joodse winkels. 31 juli: Joden mochten niet langer kapsalons bezoeken.
September
8 september: In Den Haag werd het voor Joden verboden op openbare banken te zitten. 15 september: Joodse studenten kregen een studieverbod en werden hiermee uitgesloten van universiteiten en hogescholen.
1943
Februari
5 februari: Joden mochten geen brieven of verzoekschriften meer rechtstreeks naar de Duitse autoriteiten versturen. Alle post ging vanaf dat moment via de Joodse Raad.
Maart
15 maart: In Den Haag werd besloten een premie ('kopgeld') van ƒ 7,50 uit te delen per opgepakte ondergedoken Jood.
April
10 april: Joden mochten niet langer in de provincies Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant, Zeeland en Limburg wonen. Joden uit Noord-Brabant werden verplicht zich bij Kamp Vught te melden. 22 april: Joden mochten niet langer in de provincies Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Holland verblijven. Hierna werden alle provincies 'judenrein' verklaard.
Juni
30 juni: Alle verzekeringsovereenkomsten werden opgeheven.