Vogelina Lobe (Amsterdam, 23 juni 1912 – Antwerpen, 1 juli 1997) was een Belgisch feministisch en socialistisch activiste. Ze werkte als journaliste en redactrice en was adjunct-secretaris van de Socialistische Vooruitziende Vrouwen (S.V.V.).

Biografie

Jeugd Lobe verhuisde in 1919 met haar drie broers en haar Joodse ouders, Hartog Lobe en Marianne Lelie, definitief vanuit Amsterdam naar Antwerpen. Haar vader was arbeider in de toen opkomende Antwerpse diamantindustrie. Op haar 15de was ze al lid van het Algemeen Vlaamsch Studentenverbond en was ze zelfs een tijd lang voorzitter (1928-1929). Wonende in Berchem kon ze niet naar het Stedelijk Lyceum van Antwerpen omdat leerlingen van buiten Antwerpen schoolgeld moesten betalen. Later kon ze ook niet naar de normaalschool omwille van haar Nederlandse nationaliteit. Pas in 1955 zou ze afstuderen als sociaal assistent.

Interbellum Van 1928 tot 1933 was Lobe actief bij de Socialistische Studenten, de Natuurvrienden en de Anti-Oorlogsbond. Toen ze werd opgepakt na een manifestatie van oud-strijders belandde ze een eerste keer in de gevangenis voor smaad aan de politie. Dankzij politicus Willem Eekelers bleef de zaak zonder gevolg. In 1930 kwam ze na een politieke rel weer in voorarrest terecht en dreigde uitzetting, omdat ze geen Belg was. Na een protestactie van socialistische studenten kreeg Willem Eekelers haar opnieuw vrij. Ze sloot zich in 1930 bij de Socialistische Vrouwenbeweging aan, op instigatie van Josephine Stas, die jonge vrouwen trachtte te interesseren voor de Socialistische Vrouwenbeweging.

Lobe schreef artikels voor de Volksgazet, werd in 1934 hoofdredactrice van het Vrouwenfront (dat 15 maanden bestond) en vanaf april 1936 tot einde 1967 van De Stem der Vrouw. Ze was een van de eerste vrouwen die durfde te schrijven over geboorteregeling, seksuele voorlichting en gezinsplanning. In 1931 leerde ze de socialistische politica Isabelle Blume kennen en werd ze secretaresse op Blumes vrouwensecretariaat in het Volkshuis van Brussel. Vanaf 1937 werd ze nationale adjunct-secretaris van de S.V.V. Tot de oorlog was ze ook secretaris van de S.V.V. van het arrondissement Turnhout.

Tweede Wereldoorlog Tijdens de oorlog keerde Lobe met haar gezin, na een vluchtpoging naar Frankrijk, uiteindelijk terug naar Hoboken. Ze hernam haar werk bij S.V.V. maar werd later in 1940 ontslagen. Ze werd in het verzet actief bij het clandestiene netwerk Socrates (Réseau Socrate) dat werkweigeraars steunde en hielp onderduikadressen te zoeken voor Joodse kinderen. In 1955 werd haar hiervoor het statuut Burgerlijk Weerstander toegekend als erkenning voor 'activiteiten waaraan wezenlijke gevaren verbonden waren'. Haar ouders, daarentegen, werden via Kazerne Dossin op 29 augustus 1942 naar Auschwitz gedeporteerd en daar vermoord.

Naoorlogse periode Van 1945 tot 1956 was Lobe journaliste bij het programmablad De Radioweek bij het N.I.R, terwijl ze ook schreef voor het socialistische blad Parool en voor Zondagspost. In 1956 werd ze, met de hulp van Mathilde Schroyens, directrice van de Stedelijke School voor Maatschappelijke Assistenten in Antwerpen. Ze werkte ook mee aan de Belgische Vereniging voor Seksuele Voorlichting, later BVGSO (Belgische Vereniging voor Gezinsplanning en Seksuele Opvoeding). Vanaf 1973 maakte ze deel uit van de werkgroep binnen de Socialistische Gemeenschappelijke Actie, om de geschiedenis van de socialistische arbeidersbeweging van Antwerpen (Gesaba) te schrijven.

Persoonlijk leven

In 1932 trouwde ze met de Antwerpse kunstenaar Frans Dille. Samen hadden ze 2 kinderen.

Publicaties

Korte geschiedenis van de gezinsplanning in België, Brussel, 1966 Huwelijksgeluk en -moraal, s.l., 1955 De vrouw en de kunst, Antwerpen, 1950 Voor de vrouwen, door de vrouwen, c.1930

Externe link

Archief van Lobe Vogelina. 1931-1990. In: ODIS.

Categorie:Belgisch feminist Categorie:Belgisch socialist