miniatuur|Instorting van de Altelsgletsjer in 1895: begingebied (in het rechterbovenkwart) en lawinepad Een gletsjerinstorting of gletsjerstorting ook wel bekend als gletsjerbreuk, ijsval of gletsjerlawine (Duits: Gletschersturz, Engels: glacier fall), is een natuurverschijnsel dat bestaat uit het plotseling afbreken en langs een helling naar beneden storten van grote hoeveelheden ijs van een gletsjer, in de vorm van een ijslawine. Soms worden alleen bijzonder grote afgebroken volumes van meer dan een miljoen m³ aangeduid als een gletsjerinstorting.
Een neerstortende gletsjer kan gedeeltelijk smelten door de valenergie die vrijkomt, verergerd door mee vallende rotsen, waardoor de ijs- en puinmassa verderop kan veranderen in een natte puin- en modderstroom die verderop in de vallei plotselinge overstromingen veroorzaakt.
Voorbeelden
Op 28 mei 2025 stortte in Zwitserland de Birch-gletsjer samen met meegesleurd puin naar beneden waardoor het dorp Blatten bijna volledig vernield werd en bedekt door een laag modder en puin. Op 26 augustus 2026 brak in Nepal, aan de noordzijde van de Langtang Lirung en de Tsangbu Ri (Kimshung) een gletsjer van 610 meter dik plots af en viel 1200 meter naar beneden, waarna het smeltende ijs, rotsen en puin verder stroomafwaarts spoelden in een gebied waar het voordien flink geregend had. De stortvloed veroorzaakte verder stroomafwaarts de plotselinge overstromingen in Nepal en Tibet 2026 die aan honderden mensen het leven kostten en waarvan de vloedgolf tot in India merkbaar was.
miniatuur| De Nerissen (beneden) wordt gevoed door afkalving van de Øksfjordjøkelen die erboven ligt.
Categorie:Natuurramp Categorie:Glaciologie