Christian Peder Kryssing (Kolding, 7 juli 1891 - Haderslev, 7 juli 1976) was een Deense officier en SS-Brigadeführer (brigadegeneraal) en Generalmajor in de Waffen-SS tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was een Deense collaborateur en anticommunist. Van 1941 tot 1942 was Kryssing commandant van het Freikorps „Danmark“ (Frikorps Danmark).
Leven Op 7 juli 1891 werd Kryssing geboren in Kolding. Hij was de zoon van kapitein Niels KryssingPreradovisch von 1985, p.167. (1846–1902) en diens vrouw Christine Kjær (1858). Net als zijn vader koos Kryssing voor een militaire loopbaan. Hij werd opgeleid in het dienstvak artillerie. Van 21 mei 1917 tot 4 juni 1917 volgde hij een opleiding aan de militaire school. Na het succesvol afronden van zijn opleiding werd Kryssing als adjudant bij het 3e artilleriebataljon geplaatst. Van 1 augustus tot 1 oktober 1922 deed hij dienst als artilleriewaarnemer bij de luchtvaartschool van de landmacht.
Op 12 september 1923 volgde zijn benoeming tot commandant van de 3e batterij van de 4e artillerieafdeling.Schulz 2005, p.637. Hierna werd hij geplaatst bij de artillerieschool. Van 1932 tot 1933 was hij commandant van de 2e batterij van de 5e artillerieafdeling. In 1937 volgde zijn benoeming tot commandant van de 5e artillerieafdeling.
Interbellum In de jaren dertig werd hij een aanhanger van het nationaalsocialisme. Na de capitulatie van Denemarken op 9 april 1940 gaf hij aan bereid te zijn met de Duitse bezettingsmacht samen te werken. Hij was echter nooit lid van de Danmarks Nationalsocialistiske Arbejderparti.
Tweede Wereldoorlog Kort voor het begin van de Tweede Wereldoorlog was Kryssing als Oberstløjtnant (luitenant-kolonel) commandant van de 5e artillerieafdeling van het 2e veldartillerieregiment, dat was gestationeerd in Holbæk op het eiland Seeland.
Op 3 juli 1941 werd Christian Peder Kryssing benoemd tot commandant van het vrijwilligerskorps "Denemarken", dat aan het Oostfront zou gaan vechten. Op 23 februari 1942 werd Kryssing vanwege meningsverschillen tussen hem en de nationaalsocialistische officieren binnen zijn commando uit zijn functie ontheven. Hij bevond zich op dat moment voor een opleiding in Treskau bij Posen. Zijn opvolger was de nationaalsocialistische officier Christian Frederik von Schalburg. Kryssing werd eerst overgeplaatst naar de SS Totenkopf Division en daarna naar de 5. SS-Panzer-Division Wiking.Trigg 2012, p.157. In augustus 1943 werd hij benoemd tot commandant van een 9000 man sterke kustgevechtsgroep in Oranienbaum. Gedurende zijn diensttijd werd Kryssing de hoogste buitenlandse vrijwilliger in de Waffen-SS, met de rang van SS-Brigadeführer (brigadegeneraal).
In februari 1944 volgde zijn benoeming tot commandant van de SS-Kampfgruppe Küste, die werd ingezet voor de verdediging van de Noord-Estse kust. In juni 1944 trad hij echter om persoonlijke redenen uit actieve dienst. Zijn beide zonen waren aan het Oostfront gesneuveld en zijn vrouw, die als verpleegster in een Duits veldhospitaal in Tallinn (Reval) werkte, raakte bij een bombardement zwaargewond.
De laatste maanden van de oorlog brachten Kryssing en zijn vrouw door in het SS-herstellingsoord "Externsteine" bij Detmold. Hier gaf hij zich in april 1945 over aan de Amerikaanse troepen. Daarbij liep hij – waarschijnlijk als gevolg van een misverstand – schotwonden aan beide onderbenen op.
Na de oorlog In juni 1945 werd hij overgebracht naar een Brits krijgsgevangenenhospitaal en een jaar later overgedragen aan de Deense politie. Op 4 november 1946 werd Kryssing vanwege zijn lidmaatschap van de Waffen-SS veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf, maar in mei 1947 werd de straf door het Hooggerechtshof in een herzieningsprocedure verlaagd tot vier jaar.Trigg 2012, p.479.
Het vonnis werd geveld op basis van een toen al zwaar bekritiseerde toevoeging aan het Deense wetboek van strafrecht, die met terugwerkende kracht alle Deense vrijwilligers die in Waffen-SS-eenheden hadden gevochten, strafbaar stelde wegens landverraad en een gevangenisstraf van ten minste twee jaar voorschreef.
In de daaropvolgende jaren drong Kryssing herhaaldelijk, maar tevergeefs, aan op heropening van zijn zaak. Op 7 juli 1976 stierf Kryssing in Haderslev.
Familie Op 23 maart 1921 trouwde Kryssing met Karen Marie Effersøe (3 februari 1888 in Tórshavn), dochter van de natuurkundige Jon E. (1852–1906) en Agnes Christensen (1855–1937). Het echtpaar kreeg twee zonen: Jens Effersøe Kryssing en Niels John Effersøe Kryssing. Hun beide zonen sneuvelden in respectievelijk 1942 en 1944 tijdens hun dienst in de SS aan het Oostfront.Trigg 2012, p.321.
Carrière Kryssing bekleedde verschillende rangen in zowel de Koninklijke Deense landmacht als Waffen-SS. De volgende tabel laat zien dat de bevorderingen niet synchroon liepen. Datums Koninklijke Deense landmacht Waffen-SS 14 april 1909Schulz 2005, p.636. Menig — 13 augustus 1909 Officerselev — 1909 Sekondløjtnant — 14 april 1910 Kornett — 24 oktober 1913 Premierløjtnant — 1 april 1927Dansk Biografisk Leksikon: C.P. Kryssing. Geraadpleegd op 29 augustus 2026. Kaptajn — 1 november 1937 Oberstløjtnant — 19 juli 1941 - 9 augustus 1941(met ingang van 1 juli 1941) — SS-Obersturmbannführer der Reserve der Waffen-SS 13 februari 1943(met ingang van 30 januari 1943) — SS-Standartenführer der R. der Waffen-SS 31 augustus 1943(met ingang van 20 april 1943) — SS-Oberführer der Waffen-SS 4 september 1943(met ingang van 1 augustus 1943Trigg 2012, p.321.Dienstaltersliste der Schutzstaffel der NSDAP. Stand vom 30. Januar 1944. p.20.) — SS-Brigadeführer en Generalmajor in de Waffen-SS Opmerking rang: Christian Peder Kryssing, was een voormalige officier van het Koninklijke Deense landmacht. De buitenlandse vrijwilligers werden ook niet in de Dienstalterslisten der SS opgetekend, en kregen ook geen SS-nummerYerger 1999, p.167..
Onderscheidingen Selectie: Ridder in de Orde van de Dannebrog op 4 oktober 1933Tixier 2019, p.SS BRIG FHR KRYSSING. IJzeren Kruis 1939, 1e Klasse en 2e Klasse
Kryssing Kryssing Kryssing Kryssing