Adrienne Monnier (Parijs, 26 april 1892 – aldaar, 19 juni 1955) was een Franse boekhandelaar, schrijfster en uitgeefster. Zij was een invloedrijke figuur binnen de modernistische literaire wereld van Parijs in de jaren twintig en dertig.

Jeugd en opleiding Monnier werd op 26 april 1892 geboren in Parijs. Haar vader, Clovis Monnier (1859–1944), was postbeambte (postier ambulant) en sorteerde post tijdens het transport in nachttreinen. Haar moeder, Philiberte (geboren Sollier, 1873–1944), was "ruimdenkend" en had belangstelling voor literatuur en kunst. Adriennes jongere zus Marie (1894–1976) werd bekend als bekwaam borduurster en illustratrice. Hun moeder moedigde de zussen vanaf jonge leeftijd aan veel te lezen en nam hen geregeld mee naar het theater, de opera en het ballet.

In 1909 behaalde Monnier op zeventienjarige leeftijd haar middelbareschooldiploma met een onderwijsbevoegdheid (brevet supérieur). Enkele maanden later, in september, verhuisde zij naar Londen, officieel om haar Engels te verbeteren, maar in werkelijkheid om dicht bij haar klasgenote Suzanne Bonnierre te zijn, op wie zij "erg verliefd" was. Monnier werkte drie maanden als au pair en vond vervolgens gedurende zes maanden werk als docente Frans in Eastbourne. Later beschreef zij haar ervaringen in Engeland in Souvenirs de Londres.

Na haar terugkeer in Frankrijk gaf Monnier korte tijd les aan een particuliere school, waarna zij een opleiding stenografie en typen volgde. Met deze vaardigheden vond zij in 1912 werk als secretaresse bij de Université des Annales, een uitgeverij op de rechteroever van de Seine die zich toelegde op algemene literaire en culturele werken. Hoewel Monnier het werk prettig vond, voelde zij weinig verwantschap met de schrijvers en journalisten met wie zij in contact kwam. Haar voorkeur ging uit naar de bohémienwereld van de linkeroever en de avant-gardistische literaire omgeving die daarmee verbonden was.

In november 1913 raakte Monniers vader Clovis tijdens zijn werk ernstig gewond bij een treinongeluk. Hij hield daar een blijvende mankheid aan over. Toen de schadevergoeding werd uitgekeerd, gaf hij het volledige bedrag, 10.000 frank, aan Monnier om haar te helpen een boekhandel te beginnen.

La Maison des Amis des Livres miniatuur|Het gebouw aan de rue de l'Odéon 7 waar Monnier in 1915 haar boekhandel opende. Op 15 november 1915 opende Monnier haar boekhandel en uitleenbibliotheek, La Maison des Amis des Livres, aan de rue de l'Odéon 7 in het 6e arrondissement van Parijs. Zij behoorde tot de eerste vrouwen in Frankrijk die zelfstandig een boekhandel oprichtten. Hoewel vrouwen soms meewerkten in een familieboekhandel en weduwen incidenteel het boekhandels- of uitgeversbedrijf van hun echtgenoot overnamen, was het ongebruikelijk dat een Franse vrouw zelfstandig een boekhandel begon.

Monnier had als docente en literair secretaresse gewerkt, hield van de literaire wereld en was vastbesloten van de boekhandel haar beroep te maken. Met beperkt kapitaal opende zij haar winkel in een periode waarin behoefte bestond aan nieuwe boekhandels, omdat veel boekhandelaren hun werkzaamheden hadden verlaten om naar het front te gaan. Naarmate haar reputatie groeide, vroegen ook andere vrouwen haar om advies die haar voorbeeld wilden volgen en boekhandelaar wilden worden.

Odéonia Monnier adviseerde en ondersteunde Sylvia Beach toen Beach in 1919 een Engelstalige boekhandel oprichtte onder de naam Shakespeare and Company. In de jaren twintig lagen de winkels van Beach en Monnier tegenover elkaar aan de rue de l'Odéon, in het hart van het Quartier Latin. Beide boekhandels werden ontmoetingsplaatsen voor Franse, Britse en Amerikaanse schrijvers.

Door lezingen te organiseren en informele gesprekken tussen auteurs en lezers aan te moedigen, brachten de twee vrouwen een huiselijke en gastvrije sfeer in de boekhandel. Deze bevorderde niet alleen vriendschappen, maar ook culturele uitwisseling.

Le Navire d'Argent In juni 1925 richtte Monnier, met morele en literaire steun van Beach, het Franstalige literaire tijdschrift Le Navire d'Argent op. Jean Prévost werd aangesteld als literair redacteur. De naam verwees naar het zilveren zeilschip dat voorkomt in het wapen van Parijs. Een nummer kostte 5 frank; een abonnement voor twaalf maanden kostte 50 frank.

Hoewel het tijdschrift financieel geen succes was, vormde het een belangrijk onderdeel van het literaire klimaat van de jaren twintig en werd het omschreven als "een groot Europees licht". Het hielp verschillende schrijvers bij het begin van hun literaire carrière. Een nummer telde doorgaans ongeveer honderd pagina's. Het tijdschrift was "Frans van taal, maar internationaal van geest" en maakte veelvuldig gebruik van het netwerk van schrijvers dat de boekhandel van Monnier bezocht.

Het eerste nummer bevatte een Franstalige vertaling van het gedicht The Love Song of J. Alfred Prufrock van T.S. Eliot, die Monnier en Beach gezamenlijk hadden vervaardigd. Andere nummers bevatten een vroege versie van een gedeelte van James Joyce's Finnegans Wake (oktober 1925) en een verkorte versie van Antoine de Saint-Exupéry's novelle L'Aviateur in het voorlaatste nummer (april 1926). Een nummer uit maart 1926 was gewijd aan Amerikaanse schrijvers, onder wie Walt Whitman, William Carlos Williams en E.E. Cummings. Het tijdschrift introduceerde Ernest Hemingway bovendien voor het eerst in vertaling bij het Franstalige publiek.

Monnier publiceerde zelf bijdragen onder het pseudoniem J.-M. Sollier, gebaseerd op de meisjesnaam van haar moeder. Na twaalf nummers beëindigde zij Le Navire d'Argent, omdat de inspanning en kosten niet langer beheersbaar waren. Om haar verliezen te dekken, liet Monnier haar persoonlijke collectie van 400 boeken veilen, waarvan veel exemplaren door de auteurs aan haar waren opgedragen.

Tien jaar later richtte Monnier een opvolgend tijdschrift op, de Gazette des Amis des Livres, dat verscheen van januari 1938 tot mei 1940.

Latere jaren Hoewel Beach haar boekhandel tijdens de Duitse bezetting sloot, bleef die van Monnier geopend. Zij bleef boeken leveren en bood Parijse lezers een toevluchtsoord. Gedurende tien jaar na de oorlog zette Monnier haar werkzaamheden als essayiste, vertaalster en boekhandelaar voort.

Monnier kampte met een slechte gezondheid. In september 1954 werd bij haar de ziekte van Ménière vastgesteld, een aandoening van het binnenoor die het evenwicht en gehoor beïnvloedt. Daarnaast had zij last van waanbeelden. Op 19 juni 1955 maakte zij een einde aan haar leven door een overdosis slaapmiddelen in te nemen.

Werken

Les Gazettes, Gallimard, Parijs, 1960. La Figure, René Julliard, Parijs, 1923. Les Vertus, René Julliard, Parijs, 1926. Fableaux, René Julliard, Parijs, 1932. Souvenirs de Londres, Mercure de France, Parijs, 1957. Rue de l'Odéon, Albin Michel, Parijs, 1960.

Categorie:Frans schrijver Categorie:Frans uitgever Categorie:Boekhandelaar