Tametsi Futura Prospicientibus is een encycliek van paus Leo XIII, gedateerd op 1 november 1900 en gewijd aan Jezus Christus als Verlosser. De Latijnse tekst draagt als onderwerp De Iesu Christo Redemptore ("Over Jezus Christus de Verlosser"). De encycliek werd gericht aan de patriarchen, primaten, aartsbisschoppen, bisschoppen en andere plaatselijke ordinarissen die in gemeenschap stonden met de Heilige Stoel. Zij verscheen tijdens het Heilig Jaar 1900 en tegen de achtergrond van de naderende eeuwwisseling.
De tekst is christologisch opgebouwd rond de woorden uit Johannes 14:6 waarin Christus zichzelf aanduidt als "de Weg, de Waarheid en het Leven". Leo XIII verbindt deze drie begrippen met de verlossing van de mens, de morele navolging van Christus, de verhouding tussen geloof en rede, de rol van de Kerk en de plaats van het christelijk geloof in het maatschappelijke leven.
Achtergrond Tametsi Futura Prospicientibus verscheen in het drieëntwintigste jaar van het pontificaat van Leo XIII. In de openingspassage verwijst de paus naar het einde van de eeuw, naar de zorgen die hij waarneemt in het openbare en particuliere leven en naar tekenen van hernieuwde godsdienstigheid. Hij noemt daarbij met name de grote aantallen pelgrims die tijdens het Heilig Jaar naar Rome kwamen. Vervolgens presenteert hij het bevorderen van de kennis en liefde van Christus als een centrale opdracht van de Kerk.
Het Jubeljaar 1900 ging in Italië gepaard met een omvangrijke katholieke mobilisatie. Historicus Jon Mathieu beschrijft onder meer het initiatief om op Italiaanse bergtoppen monumenten ter ere van Christus de Verlosser op te richten. Deze activiteiten vonden plaats tegen de achtergrond van de gespannen verhouding tussen de Heilige Stoel en de sinds de Italiaanse eenwording gevestigde Italiaanse staat.
De intellectuele context van Leo XIII's pontificaat werd mede bepaald door zijn bevordering van de filosofie van Thomas van Aquino. De paus had die herwaardering in 1879 programmatisch ondersteund met de encycliek Aeterni Patris. Historica Rose Luminiello rekent Leo XIII tot de voornaamste vertegenwoordigers van het herstel van het thomisme binnen het katholieke politieke en intellectuele denken van de late negentiende eeuw. Dit vormt een bredere context voor Tametsi Futura Prospicientibus, maar betekent niet dat iedere gedachtegang in de encycliek rechtstreeks aan een bepaalde tekst van Thomas van Aquino kan worden toegeschreven.
Inhoud
Christus als Verlosser In de eerste gedeelten van de encycliek stelt Leo XIII de verlossing door Christus centraal. De mensheid wordt volgens de paus getroffen door de gevolgen van de zonde en kan haar uiteindelijke bestemming niet uit eigen kracht bereiken. Christus heeft volgens de tekst door zijn menswording, kruisdood en verlossend handelen de verhouding tussen God en mens hersteld. Leo spreekt daarbij over het bloed van Christus als prijs van de verlossing, over het herstel van de genade en over de heropening van de weg naar het eeuwige leven.
Aan deze soteriologische voorstelling verbindt de paus een antropologische gedachtegang. De mens is volgens hem op God gericht en bezit een waardigheid die samenhangt met zijn redelijke en morele natuur. De verlossing door Christus herstelt volgens de encycliek niet alleen de mogelijkheid van bovennatuurlijk heil, maar maakt de mens tevens opnieuw bewust van zijn oorsprong, bestemming, waardigheid en verbondenheid met andere mensen.
De Weg Vanaf paragraaf 6 werkt Leo XIII Johannes 14:6 systematisch uit. Christus is in de eerste plaats "de Weg". Volgens de encycliek bereikt de mens zijn uiteindelijke doel door de genade van Christus en door het onderhouden van diens geboden. Het christelijke leven veronderstelt daarom niet alleen geloof, maar ook morele gehoorzaamheid en zelfbeheersing.
De antropologie die hierbij naar voren komt, veronderstelt een geordende verhouding tussen rede, wil en begeerten. Leo XIII beschouwt het vermogen van de mens om zijn lagere neigingen onder leiding van de rede te beheersen als een uitdrukking van menselijke waardigheid. Lijden en zelfverloochening worden geplaatst binnen de christelijke navolging van Christus. Tegelijk wijst de encycliek de gedachte af dat menselijke autonomie inhoudt dat de mens onafhankelijk zou zijn van God of van iedere hogere morele orde.
In dezelfde gedachtegang verbindt Leo XIII de weg van Christus met de Kerk. Hij stelt dat Christus zijn leer en de middelen tot heil aan de Kerk heeft toevertrouwd en dat de Kerk daardoor een afgeleide rol heeft in het leiden van de mens naar zijn bovennatuurlijke bestemming. De jezuïet Francis X. Lawlor behandelde deze passage in een studie over de bemiddelende functie van de Kerk in pauselijke documenten. Volgens Lawlor construeert Leo XIII hier een parallel tussen Christus en de Kerk binnen de heilorde: Christus bezit zijn heilbrengende functie uit zichzelf, terwijl de Kerk haar functie ontleent aan de opdracht en macht die zij volgens de katholieke leer van Christus heeft ontvangen.
De Waarheid In het volgende gedeelte behandelt Leo XIII Christus als "de Waarheid". De encycliek erkent een eigen terrein voor menselijke studie, onderzoek en redenering, maar verwerpt de opvatting dat de menselijke rede de hoogste maatstaf van alle waarheid zou zijn. Volgens Leo XIII bestaan er geopenbaarde waarheden die het vermogen van de natuurlijke rede overstijgen zonder daarmee in strijd te zijn.
De paus verdedigt daarmee een onderscheid én samenhang tussen natuurlijke kennis en goddelijke openbaring. Wetenschappelijk en filosofisch onderzoek zijn volgens de tekst op zichzelf legitiem, maar de menselijke rede moet tevens haar eigen grenzen erkennen. Voor religieuze kennis kent de encycliek uiteindelijk gezag toe aan de openbaring van Christus en aan het kerkelijke leergezag dat deze openbaring doorgeeft.
Deze benadering kan worden geplaatst binnen Leo XIII's bredere bevordering van het neothomistische denken, waarin natuur en bovennatuur en rede en geloof van elkaar worden onderscheiden zonder als noodzakelijk tegengesteld te worden beschouwd. Een rechtstreekse afhankelijkheid van Tametsi Futura Prospicientibus van afzonderlijke passages uit Thomas van Aquino is in de hier gebruikte secundaire literatuur echter niet aangetoond.
Het Leven Christus als "het Leven" verwijst in de encycliek in de eerste plaats naar het bovennatuurlijke leven van genade en naar de uiteindelijke bestemming van de mens. Leo XIII onderscheidt natuurlijke morele deugd van het bovennatuurlijke heil en betoogt dat een louter natuurlijke ethiek voor dat laatste niet volstaat. Het eeuwige leven is volgens de encycliek afhankelijk van de genade van Christus en wordt binnen de door de paus beschreven heilorde bemiddeld door geloof en Kerk.
De tekst verbindt daarmee christologie, soteriologie en ecclesiologie. In Lawlors latere analyse van pauselijke documenten vormt juist deze verbinding tussen Christus en de Kerk een voorbeeld van de katholieke opvatting dat het verlossingswerk van Christus in de geschiedenis door middel van de Kerk wordt voortgezet.
Maatschappelijke en politieke dimensie De encycliek beperkt het koningschap van Christus niet tot de persoonlijke geloofsbeleving. Leo XIII stelt dat de heerschappij van Christus zowel personen als menselijke gemeenschappen omvat en dat de "wet van Christus" daarom betekenis heeft voor het particuliere én openbare leven. Onder die wet verstaat hij onder meer de natuurlijke morele voorschriften, de door Christus vervolmaakte geboden en de leer en instellingen die hij aan Christus toeschrijft.
Vanuit dat uitgangspunt bekritiseert de paus een maatschappelijke orde waarin religie principieel van het publieke leven wordt losgemaakt. De encycliek betrekt haar christelijke uitgangspunten onder meer op wetgeving, politieke instellingen, onderwijs, huwelijk en gezin en de verhouding tussen kapitaal en arbeid. Zij sluit daarmee aan bij thema's die Leo XIII eerder in onder andere Immortale Dei, Libertas praestantissimum en Rerum novarum had behandeld.
De Amerikaanse jezuïet en politiek theoloog John Courtney Murray gebruikte juist deze passages uit Tametsi Futura Prospicientibus in zijn analyse van Leo XIII's opvattingen over Kerk en staat. Murray interpreteerde Leo's "wet van Christus" als een norm die ook op de maatschappelijke orde betrekking heeft en die volgens de paus grenzen stelt aan het handelen van overheid en wetgever. Tegelijk waarschuwde Murray tegen de conclusie dat Leo's algemene beginselen zonder verdere argumentatie één specifieke juridische of historische staatsvorm zouden voorschrijven. In zijn lezing gaat het bij Leo's ideaal van een christelijke samenleving om een bredere maatschappelijke orde die door christelijke overtuigingen en normen wordt gevormd; de precieze juridische institutionalisering daarvan is een afzonderlijke vraag.
Theologische en filosofische kenmerken De theologie van Tametsi Futura Prospicientibus is in de eerste plaats christocentrisch. Christus wordt voorgesteld als Verlosser, leermeester, koning en bron van het bovennatuurlijke leven. De drieledige structuur "Weg, Waarheid en Leven" verbindt respectievelijk het morele handelen, de kennis van de waarheid en het leven van genade met de persoon van Christus.
Het mensbeeld van de encycliek is teleologisch: de mens heeft volgens Leo XIII een oorsprong en einddoel in God. Menselijke vrijheid wordt daarom niet opgevat als volledige onafhankelijkheid van een voorafgaande morele orde, maar als het vermogen om overeenkomstig rede en uiteindelijk overeenkomstig het goddelijke doel te handelen. Zelfbeheersing vormt binnen deze visie geen aantasting maar juist een verwezenlijking van menselijke waardigheid.
Ook in de kennisleer wordt vrijheid gecombineerd met een objectieve waarheidsorde. De natuurlijke rede heeft volgens de encycliek een legitieme autonomie op haar eigen terrein, terwijl bovennatuurlijke openbaring kennis verschaft die volgens de paus niet uit de rede alleen kan worden afgeleid. Deze verhouding tussen natuur en bovennatuur kan worden begrepen tegen de achtergrond van de neothomistische heroriëntatie tijdens Leo XIII's pontificaat.
De maatschappelijke filosofie van het document gaat ervan uit dat politieke en sociale gemeenschappen onder een objectieve morele orde staan. De autoriteit van de staat is in deze voorstelling niet onbeperkt en maatschappelijke instituties worden beoordeeld in het licht van natuurlijke en christelijke normen. Murray heeft dit aspect van Leo XIII's denken omschreven als een vorm van christelijk constitutionalisme, waarbij goddelijke en morele normen tevens als grenzen aan politieke macht functioneren.
Latere wetenschappelijke bespreking Tametsi Futura Prospicientibus is in latere theologische literatuur onder meer aangehaald in discussies over de verhouding tussen christologie en ecclesiologie en over de plaats van religie in de politieke orde. Lawlor gebruikte de encycliek in 1951 bij zijn onderzoek naar de bemiddelende rol van de Kerk in pauselijke documenten. Murray behandelde de passages over het koningschap van Christus en de "wet van Christus" in zijn onderzoek naar de leer van Leo XIII over overheid, recht en religie.
Deze secundaire interpretaties leggen verschillende accenten. Lawlor concentreert zich op de kerkelijke bemiddeling van het heil, terwijl Murray de tekst plaatst binnen Leo XIII's bredere opvattingen over de morele begrenzing van politieke macht en de verhouding tussen Kerk en staat. Zij bieden daarmee onderscheiden aanknopingspunten voor de theologische en politiek-filosofische receptie van de encycliek.
Literatuur
Zie ook
Leo XIII Aeterni Patris Immortale Dei Rerum novarum Christologie Katholieke sociale leer Lijst van encyclieken van paus Leo XIII
Externe link
Tametsi Futura Prospicientibus - officiële Engelse tekst op de website van de Heilige Stoel
Categorie:Pauselijke encycliek Categorie:1900