Charles-Lambert-Joseph de Maurissens (Namen, 15 oktober 1751 – Brussel, 24 oktober 1833) was een Belgisch rechtsgeleerde, hoogleraar en magistraat.

Biografie Leuven Charles-Lambert-Joseph de Maurissens volgde de humaniora aan het jezuïetencollege in Namen en studeerde vervolgens rechten aan de Universiteit Leuven.

Hij trouwde met Angélique Plubeau. Het huwelijk bleef kinderloos. Tussen 1800 en 1810 verwierf hij een landgoed te Pellenberg. Bij testament liet hij dit bezit na aan zijn neef, Eduard-Godfried de Maurissens.Domein de Maurissens, Inventaris Onroerend Erfgoed.

In 1776 werd hij benoemd tot advocaat bij de Provinciale Raad van Namen. In 1782 werd hij hoogleraar aan de Leuvense universiteit. Tijdens zijn academische loopbaan in Leuven publiceerde de Maurissens een omvangrijk werk over het Romeins recht, Recitationes in quinquaginta libros digestorum ex lectionibus tam publicis quam privatis, variorum professorum depromptae & usibus Belgii accommodatae, cum relegatione ad recitationes Heineccii in titulis Digestorum Institutionibus analogis. Het werk, dat gebaseerd was op openbare en private colleges van verschillende hoogleraren, was aangepast aan de rechtspraktijk in de Zuidelijke Nederlanden en verwees onder meer naar de rechtsleer van Johann Gottlieb Heineccius. Het verscheen voor het eerst in 1789 en werd gedurende lange tijd gebruikt door rechtenstudenten. Een tweede editie verscheen in 1810 onder de titel Auctore Carolo De Maurissens, jurium doctore et professore, necnon in curia Bruxellensi judice. Een volgende editie verscheen in 1821 onder de titel Maurissen recitationes in quinquaginta libros digestorum.

Tijdens de Brabantse Revolutie verliet de Maurissens Leuven, samen met andere professoren die zich hadden aangesloten bij de hervormingen die onder keizer Jozef II waren ingevoerd.

In 1791 werd hij benoemd tot auditeur bij de Rekenkamer. Bij de inval van de Franse revolutionaire legers oefende hij dit ambt nog uit. Na het einde van het Oostenrijkse bewind trok hij zich terug in Namen.

Oostenrijks ambtenaar Tijdens de Eerste Oostenrijkse Restauratie werd de Maurissens opnieuw bij bestuurlijke en diplomatieke aangelegenheden betrokken. Hij trad op als gezant van Klemens von Metternich en kreeg de opdracht de publieke opinie te peilen over een mogelijke hereniging van het prinsbisdom Luik met België.

Na de tweede Franse inval verliet hij het land. Gedurende de revolutionaire periode bleef hij in dienst van het Oostenrijkse huis. Hij verzamelde financiële middelen voor het Oostenrijkse leger. Hij reisde ook naar Wenen, waar hij belast was met archieven die hem waren toevertrouwd. Daarna werd hij naar de Munt van Günzburg gezonden. Hij bleef daar tot aan de Franse inval.

Franse Tijd In 1800 keerde de Maurissens, na ongeveer zeven jaar afwezigheid, terug naar België. Hij wachtte daarbij zijn formele schrapping van de lijst van emigranten niet af.

Na zijn terugkeer benoemde de Jury van Instructie van het departement Samber en Maas hem tot hoogleraar in de rechten in Namen. Deze benoeming kwam tot stand buiten de centrale regering om.

In 1806 werd, in het kader van de reorganisatie van het hoger onderwijs en de oprichting van een afzonderlijke rechtsfaculteit, de École de droit de Bruxelles opgericht. De Maurissens werd benoemd tot professor aan deze instelling, die deel uitmaakte van de Académie de Bruxelles en later binnen de Université impériale te Brussel werd georganiseerd. Vanaf 1806 was de Maurissens professor aan deze faculteit. Hij behoorde tot de eerste hoogleraren van de instelling. Hij doceerde er Romeins recht en behoorde tot de juristen die het Franse rechtsonderwijs in Brussel vormgaven tijdens het Eerste Franse Keizerrijk.

Rond 1810 verleende de Universiteit van Parijs hem de titel van doctor in de rechten, als erkenning voor zijn juridische en wetenschappelijke werkzaamheden.

Naast zijn onderwijsactiviteiten nam hij deel aan jury's die kandidaten beoordeelden voor onderwijsfuncties in de rechten. Hij was onder meer jurylid bij examens en prijskampen voor de benoeming van docenten aan de instellingen voor hoger onderwijs in Brussel, Straatsburg en Koblenz.

In 1809 werd de Maurissens benoemd tot rechter bij het burgerlijk tribunaal in Brussel. Hij combineerde deze functie met zijn academische werkzaamheden.

Bij verschillende gelegenheden werd zijn kandidatuur voor een functie als raadsheer in het hof van beroep in Brussel door de autoriteiten aan keizer Napoleon voorgedragen. Deze benoeming kwam echter niet tot stand.

Na de oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden verzekerde koning Willem I hem een benoeming als rapporteur bij de Algemene Rekenkamer in Brussel. De instelling werd echter afgeschaft voordat de Maurissens de functie kon opnemen.

In 1822 vroeg hij, op 72-jarige leeftijd, zijn pensioen als rechter aan. Dit werd hem toegekend.

Literatuur F.D. DOYEN, 'Charles-Lambert-Joseph de Maurissens', in Biographie nationale de Belgique, vol. 14, Brussel, Académie royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique, 1866, 106-108. John GILISSEN, 'Recitationes de Charles de Maurissens. Éditions italiennes de 1842 et de 1850', in Revue d’histoire du droit 55, 1987, 165-166. Oscar COOMANS DE BRACHÈNE, État présent de la noblesse belge, Annuaire 1993, Brussel, 1993. Kris SCHEYS, De familie De maurissens: van morissen tot Pellenberg, Lubbeek, Heemkring Libbeke, 1998.

Categorie:Zuid-Nederlands rechtsgeleerde (voor 1830) Categorie:Zuid-Nederlands rechter (voor 1830) Categorie:Hoogleraar aan de Universiteit Leuven (1425-1797) Categorie:Zuid-Nederlands ambtenaar (voor 1830) Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 18e eeuw Categorie:Hoogleraar aan de Université impériale te Brussel