Suzanne Maria Hiltermann, ook bekend als Suzanne Hiltermann-Souloumiac en onder de schuilnaam Touty (Sloten, 17 januari 1919 – Désaignes, 2 oktober 2001), was een Nederlandse verzetsvrouw die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Frankrijk actief was. Zij behoorde tot de Parijse leiding van het ontsnappingsnetwerk Dutch-Paris en hielp geallieerde vliegers onderduiken en ontsnappen. Na haar arrestatie in februari 1944 werd zij naar Ravensbrück gedeporteerd. Zij overleefde het kamp en ontving voor haar verzetswerk de Amerikaanse Medal of Freedom.
Jeugd en studie Hiltermann was een dochter van Rietje van der Knoop en fabrikant Bernard Gustav Josef Hiltermann.Stadsarchief Amsterdam: Registratie Sloten Zij was een zus van journalist en politiek commentator G.B.J. Hiltermann.
Hiltermann verhuisde voor een studie etnologie naar Parijs.
Verzetswerk
Eerste verzetsactiviteiten Tijdens de eerste jaren van de Duitse bezetting raakte Hiltermann betrokken bij het verzetswerk rond Herman Laatsman. In een verslag dat zij kort na de oorlog opstelde, schreef zij dat zij Nederlandse mannen hielp die Engeland wilden bereiken om zich daar bij de Nederlandse strijdkrachten aan te sluiten, en Nederlandse Joden die naar Zwitserland probeerden te ontkomen. Zij wist dat Laatsman illegaal werk verrichtte en hielp hem daarbij.
Hiltermann werkte onder anderen samen met Leo Mincowski, die als vertaler bij de Duitse ambassade in Parijs werkzaam was. De Duitse diplomaat Karl-Heinz Gerstner verstrekte informatie die via Mincowski en Hiltermann bij Laatsman en bij een Franse verzetsgroep terechtkwam.
In 1943 ging Hiltermann zich ook bezighouden met geallieerde vliegers die boven bezet gebied waren neergeschoten. In haar naoorlogse verslag beschreef zij hoe twee Amerikaanse bemanningsleden van een neergeschoten bommenwerper via haar werden opgevangen en vervolgens aan een Franse verzetsorganisatie werden overgedragen voor hun verdere ontsnapping.
Dutch-Paris In 1943 werd de Parijse groep rond Laatsman verbonden met Dutch-Paris, het ontsnappingsnetwerk onder leiding van Johan Hendrik Weidner. Het netwerk hielp vervolgden, verzetsmensen en geallieerde militairen uit bezet gebied ontsnappen.
Binnen de Parijse organisatie werkte Hiltermann samen met onder anderen Laatsman, Jean Michel Caubo, Mincowski en Albert Starink. Zij worden in de op het onderzoek van historica Megan Koreman gebaseerde ledenlijst tot de Parijse leiding gerekend.
Een belangrijk deel van Hiltermanns werkzaamheden bestond uit de opvang en verdere ontsnapping van neergeschoten geallieerde vliegers. Omdat zij Engels sprak, kon zij rechtstreeks met de ondergedoken bemanningsleden communiceren. Via contacten met andere verzetsgroepen kwamen ook vliegers die op verschillende plaatsen rond Parijs verborgen zaten bij de organisatie terecht.
De hulp bestond uit meer dan alleen het vinden van onderdak. Hiltermann hielp bij het regelen van voedsel, burgerkleding, foto's en valse identiteitspapieren. Via de Franse verzetsman Miguel Duchanel beschikte haar groep over officiële stempels die konden worden gebruikt voor identiteitspapieren en rantsoenkaarten. In haar verslag beschreef zij hoe zij naar ondergedoken vliegers toeging om vast te stellen wat zij nodig hadden en vervolgens kleding en documenten voor hen regelde.
Begin 1944 nam het aantal vliegers dat via Parijs moest worden geholpen toe. Hiltermann beschreef onder meer de opvang van een groep van tien Amerikanen en twee Britten. Omdat er niet onmiddellijk voldoende onderduikadressen beschikbaar waren, moest voor tijdelijke huisvesting worden gezorgd. Zij ontmoette de mannen op het Gare du Nord, bracht hen naar een fotograaf voor pasfoto's en werkte vervolgens met andere leden van het netwerk aan hun uitrusting en identiteitspapieren.
Hiltermann trad daarnaast zelf op als koerier en gids. Zij bracht vliegers naar het Gare d'Austerlitz en begeleidde groepen per trein van Parijs naar Toulouse. Daar werden zij overgedragen aan andere helpers van Dutch-Paris voor het vervolg van hun ontsnappingsroute richting de Pyreneeën en Spanje. In februari 1944 begeleidde zij samen met een andere koerier een groep van twaalf vliegers naar Toulouse.
Arrestatie en deportatie In februari 1944 werd Dutch-Paris getroffen door een reeks arrestaties. De Duitse politie had informatie over het netwerk verkregen nadat koerier Suzy Kraay was gearresteerd, gemarteld en met represailles tegen haar familie was bedreigd.
Na een van haar reizen naar Toulouse hoorde Hiltermann dat Kraay en Caubo waren gearresteerd. Volgens haar naoorlogse verslag gingen zij en Mincowski daarop naar haar woning, waar belastende papieren werden vernietigd. Lijsten met gegevens over vliegers en materiaal voor het vervaardigen van identiteitspapieren werden verborgen.
Volgens de ledenlijst van Dutch-Paris werd Hiltermann op 26 februari 1944 gearresteerd. Ook Laatsman en Mincowski werden die dag opgepakt. Hiltermann werd vervolgens gedeporteerd naar het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück.
In het voorjaar van 1945 kwam zij via de reddingsactie van de Witte Bussen naar Zweden. De vriendschappen die zij in Ravensbrück had gesloten, bleven na de oorlog belangrijk. Volgens haar zoon Alain Souloumiac behoorden voormalige medegevangenen tot haar naaste vrienden.
Na de oorlog Na de oorlog trouwde Hiltermann met Pierre Souloumiac, een kapitein bij de Franse koopvaardij en de broer van haar kampvriendin Simone Souloumiac. Het echtpaar kreeg drie kinderen. Zij woonde in Longjumeau, schreef kinderverhalen en werkte als correspondent voor de Haagse Post.
thumb|Het Franse lycée in Hongkong. Hiltermann stond aan de wieg van de Franse school waaruit deze instelling voortkwam.
In de jaren zestig woonde zij in Hongkong. In 1963 was zij initiatiefneemster van de eerste niet-confessionele Franse school in Hongkong, de voorloper van de French International School.
Later keerde zij terug naar Frankrijk. Zij vestigde zich in Désaignes, in het departement Ardèche, waar zij op 2 oktober 2001 overleed.
Onderscheiding Voor haar hulp aan geallieerde vliegers ontving Hiltermann de Amerikaanse Medal of Freedom, toegekend door president Harry S. Truman.
Literatuur Megan Koreman, Gewone helden. De Dutch-Paris ontsnappingslijn 1942–1945. Boom, Amsterdam, 2016. ISBN 9789058755568. Megan Koreman, The Escape Line: How the Ordinary Heroes of Dutch-Paris Resisted the Nazi Occupation of Western Europe. Oxford University Press, 2018. ISBN 9780190662271.
Categorie:Nederlands verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Kampgevangene in Ravensbrück