Marie-Madeleine Jossier (circa 1650 - Parijs, 1717), ook bekend als Mademoiselle Cartilly, was een Franse sopraan en actrice.
Levensloop Marie-Madeleine trouwde met Christophe Cartillier (ook wel bekend als Cartilly), lakei van koning Lodewijk XIV. Het stel ging in Parijs wonen in de wijk Faubourg Saint-Germain.
Operarollen Marie-Madeleine kreeg in 1670 de titelrol toegekend in de opera Pomone van Robert Cambert en Pierre Perrin, die in 1669 hun eigen operagezelschap waren begonnen. De première vond plaats op 3 maart 1671 en in totaal vonden er 146 uitvoeringen plaats. Opmerkelijk is dat Marie-Madeleine de hoofdrol kreeg, terwijl de ervarener zangeres Catherine Suptille de minder belangrijke rol van Beroë kreeg. Marie-Madeleine protesteerde ook nog eens tegen deze rolverdeling: volgens haar was Beroë een typische rol voor een mannelijke zanger.
Nadat Jean-Baptiste Lully het operagezelschap van Cambert en Perrin had overgenomen, kreeg Marie-Madeleine in 1673 de hoofdrol van Palès in zijn opera Cadmus et Hermione. Ze zong hierin overigens ook nog een andere rol, namelijk die van Charite.
Na haar deelname aan Cadmus et Hermione verdween Marie-Madeleine van de openbare podia. Ze trad in 1673 nog wel op in toneelstukken bij M. de Filz en bezocht samen met Charles Dassoucy de Parijse salons.
Brussel Het is onbekend wat Marie-Madeleine na 1673 deed. Pas in mei 1682 dook ze weer op: ze zong in Brussel de rol van Medea in de opera Thésée van Lully.
Op 4 april 1683 werd in Brussel haar dochter Marie-Marthe gedoopt. Charles-Henri de Lorraine zou optreden als peetvader maar moest de eer overlaten aan zijn kamerheer Sylvestre de La Roche. Ze kreeg nog drie andere kinderen: Guillaume-Mathieu (gedoopt op 26 juni 1684), Anne-Isabelle-Charlotte (gedoopt op 9 juni 1685) en Jean-Sylvestre-Joseph (gedoopt op 15 december 1686).
Marie-Madeleine was in Brussel actief in de Opéra du Quai au Foin, waar ze in 1685 meewerkte aan komedies en ballets. In 1687 speelde in de tragedie Géta van Nicolas de Péchantré. Nadat de zaal in 1689 werd gesloten keerde ze terug naar Frankrijk, samen met een deel van de Brusselse acteurs en zangers.
Op 5 april 1695 hertrouwde Marie-Madeleine te Brussel met Sylvestre de La Roche. Componist Pietro Torri was een van de getuigen.
Overlijden In 1717 was Marie-Madeleine weer in Parijs om te herstellen van een ziekte, maar ze overleed. Tussen de erfgenamen in de families Cartillier en De la Roche brak vervolgens een juridisch conflict uit over de erfenis.
Categorie:Frans sopraan Categorie:Frans acteur