Jarqoʻton (ook wel gespeld als Jarkutan, Djarkutan, Dzharkutan en Dzjarkoetan) is een proto-stedelijke nederzetting uit de bronstijd en vroege ijzertijd in Oezbekistan en een centrum van de oude beschavingen in Bactrië. De archeologische site, gelegen aan een oude beek, heeft twee monumentale gebouwen, een pottenbakkerswijk, een citadel en uitgestrekte begraafplaatsen. Jarqoʻton ligt in het westen van de provincie Surxondaryo, in het zuiden van Oezbekistan, ongeveer vijf kilometer ten zuidoosten van Sherobod en 50 km ten noordwesten van Termiz.

Beschrijving Jarqoʻton is een van de grootste nederzettingen van de Oasencultuur (ook wel Oxuscultuur genoemd) uit de late bronstijd. De cultuur was wijdverspreid in het zuidoosten van Turkmenistan, Oezbekistan en het noorden van Afghanistan.

De opgravingen in Jarqoʻton werden in 1973 gestart door het Instituut voor Archeologie van de Academie van Wetenschappen van de Oezbeekse SSR, en in 1994 hervat als een samenwerkingsproject met het Deutsches Archäologisches Institut. Tijdens eerdere opgravingen werden de burchtheuvel, het kasteelachtige bouwwerk, een ander monumentaal gebouw, de pottenbakkerswijk en meer dan 1500 graven blootgelegd en gedeeltelijk gepubliceerd. Tijdens dit proces werd een relatieve chronologie vastgesteld voor het aardewerk en de kleine artefacten, evenals de relaties met andere vindplaatsen van de Oxuscultuur. Op basis van het aardewerk werd de opeenvolging van de nederzetting verdeeld in de fasen Jarqoʻton, Kusali en Mullalli, die tussen de vroege Sapalli en de latere Bustan-fases van de oasecultuur werden geplaatst.

De opgravingen wijzen erop dat de noordelijke helft het oudere deel is en het gebied van de sociale hogere klasse. De zuidelijke helft bestaat hoofdzakelijk uit eenvoudige lemen huizen en werkplaatsen. Onder de overblijfselen van de kasteelmuur werden rijke huizen uit de bronstijd ontdekt. Dit bewijst dat de muur ofwel uit een late fase van de bronstijd stamt, ofwel zelfs uit de vroege ijzertijd. In deze context is het opvallend dat er op de burchtheuvel alleen aardewerk uit de vroege ijzertijd is gevonden. Onder een gebouwencomplex op Heuvel V werd een groot platform van leemsteen gevonden, dat kennelijk de heuveltop verbreedde. In de onderste lagen van het monumentale gebouw op Heuvel VI, met zijn acht meter brede ommuring met vier meter uitstekende ronde bastions, werd een ingenieuze kamerindeling ontdekt, vergelijkbaar met de beter bewaarde gebouwen in Margiana (Togolok). Onder de westelijke helft van het gebouw werden sporen gevonden van een ouder gebouw met een regelmatige plattegrond en ruimtes tot 49 m² (7 × 7 m) groot, evenals verschillende soorten ovens. Het aardewerk dateert dit gebouw uit de vroegste Jarqoʻton-fase, die overlappingen vertoont met de Sapalli-fase. Onder het oostelijke deel van het monumentale gebouw werden werkplaatsen en ovens uit dezelfde periode gevonden.

Tussen verschillende andere graven werd een catacombegraf gevonden, dat nadien opnieuw in gebruik werd genomen. Het materiaal van de begraafplaats diende als gidsfossiel voor het dateren van het aardewerk van de nederzetting.

De opgravingen tonen aan dat de opeenvolging van fasen in Jarqoʻton complexer was dan eerder werd gedacht. Het onderzoek van de burchtheuvel is cruciaal om vast te stellen of er sprake was van een continue bewoning van de bronstijd tot de ijzertijd, of dat de locatie na de neergang van de oasecultuur een tijdlang verlaten was.

Categorie:Surxondaryo Categorie:Archeologische vindplaats in Oezbekistan Categorie:Bronstijdvindplaats in Azië