miniatuur Bakschieten ofwel Mijole is een Belgische volkssport, een werpspel, waarbij zoveel mogelijk schijven in de opening van een bak worden gegooid. Het is een spel waarbij behendigheid en geluk een rol spelen.
Het spel wordt gespeeld met een houten bak en 12 stuivers. Oorsprong Dit spel, mijole in het Frans, werd in het begin van de 20ste eeuw gespeeld door groentekwekers die in Brussel op de markt stonden. Tegen het einde van de marktdag gebruikte men de bakken die bestemd waren om er spinazie in te snijden om het spel te spelen.
Het spel verspreidde zich eerst naar de plaatsen waar de groentekwekers vandaan kwamen: Vlaams- en Waals-Brabant en in de Denderstreek, waar het spel gespeeld werd in de volkscafés.
Spelregels Het spel kan gespeeld worden met 2 personen of 2 ploegen. De stuivers worden verdeeld onder de spelers. De speler die aan de beurt is, neemt plaats achter een lijn die zich op 2,5 meter afstand bevindt van het gat van de bakschietbak en schiet (werpt) een stuiver naar de bak.
Het toeval beslist wie of welke ploeg mag beginnen; als er voordien al een spel gespeeld is, mag de verliezer beginnen. Daarna is het de beurt aan de andere ploeg. Nadien is het telkens de beurt aan iemand van het verliezende kamp. Daarna wordt de rest van de stuivers geworpen.
Tijdens het spel blijven de geworpen stuivers liggen.
Punten: Als de schijf in het gat valt: 3 punten Een schijf die de middellijn raakt of op de rand van het gat ligt: 2 punten Als de schijf op de bak terechtkomt: 1 punt Een schijf die naast de bak valt: -1 punt De punten van elke schijf van de speler of ploeg wordt opgeteld. De deelnemer of ploeg met de hoogste score is de winnaar.
De bak De bak om te bakschieten is van hout, heeft een lengte van ±50 cm, een breedte van ± 30 cm en staat op een eigen onderstel of ligt op een tafel (± 80 cm hoogte). Hij heeft opstaande randen aan de zijkanten en achteraan. De bak heeft een gat in het midden dat ietsje groter is dan de stuivers. Over de breedte van de bak, door het midden van het gat, loopt een lijn. Er is een schuif om de stuivers in op te vangen. Een bak die veel gebruikt wordt, slijt een beetje uit. Een stuiver valt dan iets makkelijker in het gat.
De stuivers Een stuiver is in deze context een afgeronde schijf met een diameter van ± 35 mm, een dikte van ± 5 mm. Het materiaal is meestal messing.
Gelijkaardige volkssporten thumb|Pudebak|180x180pxthumb|Toad in the hole|151x151px
Tonspel Tonspel of jeu du tonneau: In de bak zitten verschillende openingen.
Pudebak Ook kikkerspel, jeu de la grenouille of juego de la rana genoemd. Puit is streektaal voor kikker, vandaar het woord pudebak.
De stuivers worden in de muil van een of meer metalen kikkers, die op de bak gemonteerd zijn, en in andere openingen in de bak gegooid. Het spel wordt in verschillende plaatsen in Europa en Amerika gespeeld.
Toad in the hole Het gelijkaardige toad in the hole wordt vooral in de plaats Lewes (East Sussex) gespeeld. Er is een tafel met een loden toplaag en een gat in midden. Bij het kroegspel moet men proberen om munten in dit gat te gooien.
Categorie:Belgische folklore