Het Koninklijk Natuurkundig Genootschap (KNG) is een wetenschappelijk genootschap in de Nederlandse stad Groningen. Het werd op 28 februari 1801 door zes studenten opgericht als het Natuur- en Scheikundig Gezelschap. Aanvankelijk lag de nadruk op het zelf uitvoeren van natuur- en scheikundige proeven. Later ontwikkelde het genootschap zich vooral tot een organisatie voor lezingen en andere vormen van wetenschapscommunicatie. Het KNG heeft als doel de belangstelling voor de natuurwetenschappen in brede kring te bevorderen en telde in 2026 ongeveer 650 leden.

Het genootschap is vanaf zijn begin nauw verbonden geweest met de Rijksuniversiteit Groningen. In de eerste helft van de negentiende eeuw verschafte het instrumenten en gelegenheid tot experimenteel onderzoek, toen de universiteit daarvoor nog maar weinig voorzieningen had. Sinds 1840 is het genootschap eigenaar van het Concerthuis aan de Poelestraat. In 1976, bij het 175-jarig bestaan, verkreeg het het predicaat Koninklijk.

Geschiedenis Oprichting en eerste jaren Het initiatief tot de oprichting kwam van de rechtenstudent Theodorus van Swinderen. Op 28 februari 1801 kwam hij met vijf medestudenten bijeen. Gezamenlijk besloten zij een gezelschap op te richten waarin zij de natuur- en scheikunde konden beoefenen. De zes oprichters waren: NaamStudierichtingBestuursperiodeReden van uittredingTheodorus van SwinderenRechtsgeleerdheid1801-1851OverledenWarmolt TonckensRechtsgeleerdheid1801-1804VertrokkenJohannes TonckensRechtsgeleerdheid1801-1805VertrokkenSibrandus StratinghGeneeskunde1801-1841OverledenJan Gerard WoldringhRechtsgeleerdheid1801-1810Bedanktjhr. Onno Joost SickingheRechtsgeleerdheid1801-1810Bedankt De natuurkundige demonstraties tijdens de colleges van Jacob Baart de la Faille en de scheikundecolleges van Petrus Driessen vormden voor de studenten een belangrijke inspiratiebron. Van Swinderen beschikte bovendien over een elektriseermachine van zijn broer, waardoor zij zelf proeven konden uitvoeren. miniatuur|Portret van Theodorus van Swinderen miniatuur|Portret van Sibrandus Stratingh miniatuur|Portret van jhr. Onno Joost Sickinghe De oprichters kwamen aanvankelijk wekelijks in besloten kring bijeen om proeven uit te voeren en wetenschappelijke onderwerpen te bespreken. Zij vormden de dirigerende leden van het gezelschap. Daarnaast kende het genootschap werkende en honoraire leden en werden contribuerende leden toegelaten. Met de bijdragen van deze contribuerende leden werden onder meer instrumenten en materialen aangeschaft. De besloten proefbijeenkomsten werden gaandeweg aangevuld met voordrachten voor een groter publiek.

Luchtballon van 1804 Vier oprichters hielden zich in de beginjaren bezig met de toen nieuwe ballonvaart. Op 16 juni 1804 lieten leden van het genootschap buiten Groningen een langwerpige ballon opstijgen, gevuld met brandbare lucht (waterstof), die met zink en verdund zwavelzuur was opgewekt. Aan de ballon hing een bericht met de tekst: Die dezen luchtbol, opgelaten te Groningen den 16 juni 1804, terug brengt, bij den Heer Pieter Rembt Sickinghe aan 't grote Kerkhof te Groningen, of bij de Heer Tonckens te Westervelde in Assen te Drenthe, zal een daalder tot vererig hebben. De in het bericht genoemde Pieter Rembt Sickinghe (1743–1821) was de vader van medeoprichter Onno Joost Sickinghe en een contribuerend lid van het genootschap.

Pas ongeveer acht maanden later bereikte het genootschap het bericht dat de ballon al in de vroege ochtend van 17 juni bij Dollnitz, ten zuiden van Halle, was neergekomen. Een boerin die hem vond, zou het voorwerp aanvankelijk voor een dood schaap hebben aangezien. De ballon had de afstand vanuit Groningen in ongeveer twaalf uur afgelegd.

Fusies en naamontwikkeling In 1803 veranderde de naam in Natuur- en Scheikundig Genootschap. Datzelfde jaar was in Groningen een tweede vereniging ontstaan, die later de Natuuronderzoekende Maatschappij ging heten en haar leden uit een bredere maatschappelijke kring trok. De twee organisaties fuseerden in 1810 onder de naam Natuur- en Scheikundig Genootschap. In 1830 volgde een fusie met het Genootschap ter bevordering der Natuurlijke Historie. De nieuwe organisatie kreeg de naam Genootschap ter bevordering der Natuurkundige Wetenschappen.

Periode Naam 1801–1803 Natuur- en Scheikundig Gezelschap 1803–1830 Natuur- en Scheikundig Genootschap 1830–1862 Genootschap ter bevordering der Natuurkundige Wetenschappen 1862–1976 Natuurkundig Genootschap sinds 1976 Koninklijk Natuurkundig Genootschap

Relatie met de universiteit In de eerste decennia bouwde het genootschap een bibliotheek en een verzameling wetenschappelijke instrumenten op. In 1821 omvatten beide verzamelingen volgens de toenmalige catalogi elk 228 nummers. De universiteit was in die periode voornamelijk op onderwijs gericht en bood nog weinig ruimte en apparatuur voor onderzoek. Hoogleraren, studenten en curatoren van de universiteit sloten zich bij het genootschap aan; natuurwetenschappelijk onderzoek werd er met eigen instrumenten onder leiding van hoogleraren uitgevoerd. Nadat in 1850 in het nieuwe Academiegebouw volwaardige laboratoria voor natuur- en scheikunde waren ingericht, gingen het universitaire onderzoek en de activiteiten van het genootschap geleidelijk meer uiteenlopen. De onderlinge band bleef bestaan, terwijl het genootschap zich sterker op openbare lezingen en kennisverspreiding ging richten.

In 1899 werd op voorstel van de Groningse scheikundehoogleraar Johan Frederik Eijkman een afzonderlijke Wetenschappelijke Afdeling ingesteld. Deze afdeling moest het contact tussen onderzoekers bevorderen en bood ruimte om actuele wetenschappelijke vraagstukken te bespreken. Onder anderen Arnold Frederik Holleman en de astronoom Jacobus Cornelius Kapteyn waren bij de afdeling betrokken.

De toegankelijkheid van het genootschap werd in de loop van de negentiende eeuw verbreed. Vanaf 1828 mochten vrouwen onder voorwaarden openbare bijeenkomsten bijwonen. Mevrouw Wichers werd in 1873 als eerste vrouwelijk lid vermeld. In 1883 werden alle gewone bijeenkomsten voor vrouwen opengesteld en in 1896 hield F. Eldering, directrice van een meisjesschool, als eerste vrouw een lezing voor het genootschap, over de telefoon. Tine Tammes werd in 1899 lid van de Wetenschappelijke Afdeling. In 1967 trad met de gynaecoloog Rika Klasen de eerste vrouw tot het bestuur toe; in 2022 werd Marianne Rots de eerste vrouwelijke voorzitter.

Concerthuis Vanaf het begin van de jaren 1830 gebruikte het genootschap ruimten in het Concerthuis aan de Poelestraat in de binnenstad van Groningen. In 1840 kocht het het gebouw. Van Swinderen stelde daarvoor 16.000 gulden beschikbaar, tegen een jaarlijkse uitkering aan hem en, na zijn overlijden, aan zijn echtgenote. Het Concerthuis bood vergader- en collegezalen en ruimte voor de instrumentenverzameling. De verhuur van andere delen van het complex voor horeca, concerten en later een bioscoop leverde het genootschap tevens inkomsten op.

Sibrandus Stratingh gaf in het gebouw lezingen en demonstraties en presenteerde er in 1835 een door zijn instrumentmaker Christopher Becker gebouwd elektrisch modelvoertuig, de eerste voorloper van de elektrische auto, dat bijdroeg aan zijn internationale roem. Mede vanwege deze geschiedenis wees de Chemie Historische Groep van de Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging het Concerthuis in 2024 aan als Nationaal Chemisch Erfgoed.

Voor de bouw van het Forum Groningen verkocht het KNG in 2012 het achterste deel van het complex aan de gemeente; dit gedeelte werd afgebroken. Het voorhuis met onder meer de Kapteynzaal bleef eigendom van het genootschap. Sinds de opening van het Forum in 2019 vinden de grotere lezingen daar plaats, terwijl het bestuur de Kapteynzaal als vergaderruimte blijft gebruiken.

Activiteiten miniatuur|Forum Groningen Het KNG organiseert van september tot en met mei maandelijkse lezingen over uiteenlopende natuurwetenschappelijke en medische onderwerpen. De bijeenkomsten worden gehouden in Forum Groningen en zijn veelal ook via een internetverbinding of achteraf als opname te volgen. Een groot deel van de ledenkring bestaat uit medewerkers en oud-medewerkers van de Rijksuniversiteit Groningen, daaraan verbonden onderzoekscentra en de Hanzehogeschool Groningen.

Tot de jaarlijks terugkerende activiteiten behoren: het Nobelsymposium, sinds 2002, waarin deskundigen de in dat jaar toegekende Nobelprijzen voor natuurkunde, scheikunde en fysiologie of geneeskunde toelichten; de Van Swinderen Prijs, sinds 2003, voor de beste Nederlandstalige samenvatting en presentatie van een cum laude verdedigd proefschrift bij de faculteiten Science and Engineering of Medische Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen; de Jacobus C. Kapteynlezing, sinds 2013 samen met Studium Generale Groningen georganiseerd en gericht op een breed publiek.

In 2026 vierde het genootschap zijn 225-jarig bestaan. Het Universiteitsmuseum Groningen wijdde daaraan de tentoonstelling Van proef tot publiek, over de geschiedenis van het KNG, de veranderende vormen van wetenschapscommunicatie en de positie van vrouwen binnen het genootschap. Bij het jubileum verscheen bij University of Groningen Press tevens het boek Scientific Challenges Today and Tomorrow.

Bibliotheek en archief miniatuur|De Universiteitsbibliotheek Groningen De Universiteitsbibliotheek Groningen beheert een collectie van ongeveer 4.500 werken uit de bibliotheek van het genootschap. Deze bevat eigen uitgaven en verhandelingen van andere wetenschappelijke genootschappen; het wetenschappelijke deel van de bibliotheek is sinds 1907 bij de universiteit in bruikleen. Delen van het historische verenigingsarchief worden bewaard bij de Groninger Archieven.

Voorzitters Onderstaande tabel geeft een overzicht van de voorzitters vanaf 1814.

Periode Voorzitter Bijzonderhedenca. 1814–1836Sibrandus Elzoo Stratingh 1836–1841 Sibrandus Stratingh mede-oprichter 1841–1861 Willem Jacob Meurs Wichers 1861–1867 Jacob Baart de la Faille sr. 1867–1875 Cornelis Ulrich Jan Huber 1875–1895 Jacob Baart de la Faille jr. erevoorzitter (1895) 1895–1907 Florentinus Goswin Groneman erevoorzitter (1907) 1907–1924 Hartog Jacob Hamburger 1924–1935 Hilmar Johannes Backererelid (benoemingsjaar onbekend) 1935–1936 Johannes Cornelis Schoute 1936–1937 Hilmar Johannes Backer 1937–1943 Herman Maximilien de Burlet 1943–1949 Hilmar Johannes Backer 1949–1954 Eelko Herman Wiebenga 1954–1962 Johannes (Hans) Ariëns Kappers 1962–1981 Hendrik Brinkmanerelid (1976) 1981–1990 Willem Gerrit Mookerelid (2008) 1990–1998 Adriaan van der Woudeerelid (2008) 1998–2020 Pieter Corijnus van der Kruiterelid (2020) 2020–2022 Lou Franciscus Maria Hubertus de Leij 2022–heden Marianne G. Rots

Externe links Officiële website Inventaris van het archief bij de Groninger Archieven

Categorie:Natuurwetenschappelijk genootschap Categorie:Nederlandse vereniging Categorie:Wetenschap in Nederland Categorie:Geschiedenis van Groningen (stad)