De Yakushima witte den (Pinus amamiana, synoniem: Pinus armandii Franchet var. amamiana (Koidzumi) Hatusima) is een soort uit de dennenfamilie (Pinaceae). Het natuurlijke verspreidingsgebied omvat de Japanse eilanden Yakushima en Tanegashima, die ten zuiden van Kyūshū liggen.Christopher J. Earle. Pinus bungeana. The Gymnosperm Database, datum=2012-11-23, geraadplegd op 2019-04-30GRI, ID=476158, Pinus amamiana, geraadpleegd op 2019-04-30 Deze endemische soort groeit in open, blootgestelde bestanden op rotsachtige hellingen, in gebieden waar verder vaak nauwelijks sprake is van noemenswaardige vegetatie. Op Yakushima komt de soort voor op hoogtes van 250 tot 900 meter, terwijl hij op Tanegashima op hoogtes van 50 tot 200 meter groeit.IUC, 2013, ID=34180, Pinus amamiana, T. Katsuki, A. Farjon, Download=2019-04-30

Beschrijving De Yakushima witte den is een groenblijvende boom en bereikt een hoogte van 20 tot 30 meter. De stam bereikt op borsthoogte een diameter van maximaal 2 meter. De bast van jonge bomen is glad en grijsbruin; bij oudere bomen ontstaan er scheuren en breekt de schors – vooral aan de voet van de stam – in grote, afbladderende platen die variëren van grijs tot grijszwart. De takken van jonge bomen staan in schijnkransen en vormen een kegelvormige kroon die later verbreedt tot een ronde, open kroon. De twijgen met naalden zijn glad. Jonge scheuten zijn licht behaard maar worden al snel kaal; ze zijn aanvankelijk grijsgroen en kleuren later grijsbruin. Aljos Farjon: A Handbook of the World's Conifers. Band 2, S. 619–620

De vegetatieve knoppen zijn cilindervormig en licht harsachtig. Eindknoppen zijn 10 tot 15 millimeter lang, terwijl zijknoppen korter zijn. De knopschubben zijn roodbruin en eirond-langwerpig.

De naalden groeien in bundels van vijf en ontspringen uit een schede van dunne schubben die al snel afvalt. De naalden zijn slank, staan uiteen en zijn recht of licht gebogen. Ze variëren in lengte van 5 tot 8, soms tot 9 centimeter zijn 0,8 tot 1 millimeter breed en hebben een driehoekige doorsnede. De huidmondjeslijnen zitten alleen aan de bovenzijde (de naar de as gerichte zijde).. In elke naald worden drie harskanalen gevormd. James E. Eckenwalder: Conifers of the World, S. 411 De naalden blijven twee tot drie jaar aan de boom zitten. Aljos Farjon: A Handbook of the World's Conifers. Band 2, S. 620

De mannelijke kegels groeien in lange, spiraalsgewijs gerangschikte trossen aan de basis van jonge scheuten. Deze kegels zijn cilindervormig of eivormig-elliptisch – variërend van slank tot gedrongen – en 1,5 tot 2,5 cm (zelden tot 3 cm) lang. Ze zijn groenwit met een licht roodachtige top.[ De vrouwelijke kegels groeien afzonderlijk of in paren aan stevige, gebogen stelen van 1 tot 2 cm lang. Ze zijn aanvankelijk groen en staan rechtop, maar kleuren later donker paarsbruin en gaan steeds meer hangen. De vrouwelijke kegels zijn vaak harsachtig, openen slechts een klein beetje, zijn 5 tot 7 cm lang en hebben een diameter van 3 tot 4 cm in geopende toestand. De zaadschubben zijn houtig, stijf en licht naar binnen gebogen; ze zijn 1,5 tot 2 cm lang en 2 tot 3 cm breed, al zijn de onderste schubben nauwelijks gebogen. Aan de naar de as toe gerichte zijde (adaxiale zijde) bevinden zich twee holten waarin de pitten (vaak zaden genoemd) zich ontwikkelen. De apofyse is ruitvormig – of min of meer afgerond aan de buitenzijde – en varieert in kleur van licht geelbruin tot donker roodbruin; ze is dik en houtig, met een rechte of licht gebogen rand die uitloopt in een onopvallende, stompe umbo.

De ongevleugelde pitten, die variëren van grijs tot bijna zwart, zijn ellipsoïde van vorm – 10 tot 12 mm lang, 5 tot 6 mm breed en ongeveer 4 mm dik – en hebben soms een kleine richel langs de van de as af gerichte rand (abaxiale zijde) of, in zeldzame gevallen, een rudimentaire vleugel.

Bedreigingen Op de IUCN Rode Lijst van bedreigde soorten uit 2010 is de Yakushima witte den geclassificeerd als 'bedreigd'. Het natuurlijke verspreidingsgebied beslaat slechts 600 vierkante kilometer; er zijn in totaal slechts vier locaties bekend en de gezamenlijke bestanden beslaan een werkelijk bezet oppervlak van ongeveer 50 vierkante kilometer. Er zijn drie populaties op Yakushima: een in Seibu met 2.000 tot 3.000 bomen, een in Hirauchi met minder dan 1.000 bomen en een in Takahira met minder dan 100 exemplaren. Op Tanegashima bevindt zich slechts één populatie, centraal op het eiland, die uit ongeveer 300 volwassen bomen bestaat. Alle populaties nemen echter in omvang af. Voorheen werden de bomen gekapt voor hun hout. Daarnaast zorgen nematoden (rondwormen) – die per ongeluk vanuit de Verenigde Staten zijn geïntroduceerd – voor het afsterven van jonge bomen; op Tanegashima worden ook volwassen bomen aangetast. De populaties op Yakushima bevinden zich in een beschermd gebied.

Externe links The American Conifer Society Database BOTANY.CZ PINUS AMAMIANA Koidzumi – borovice jakušimská / borovica

Categorie:Den Yakushima witte den