Tim Etchells (Stevenage, 1962) is een Engelse regisseur, schrijver en beeldend kunstenaar, woonachtig te Sheffield en Londen. Hij is sinds 1984 artistiek leider van het experimentele theatergezelschap Forced Entertainment. Ongeveer alle voorstellingen van dit gezelschap zijn gemaakt onder zijn regie of co-regie. Ze worden, naast het Verenigd Koninkrijk, vertoond op internationale podia en vooral in Duitsland en België. Hij schrijft fictie en non-fictie en publiceerde boeken en artikels over de hedendaagse podiumkunsten. Als beeldend kunstenaar werkt hij vaak met neon. Hij houdt zich verder bezig met performancekunst, video, fotografie, tekstprojecten, installaties en werkt als lesgever. Etchells werkte ook samen met artiesten als Meg Stuart, Ant Hampton, Fumiyo Ikeda, Seke Chimutengwende en Tanztheater Wuppertal.

Biografie Etchells werd geboren in Stevenage, een stad in Hertfordshire. Op school leerde hij "via de gebruikelijke Engelse mengelmoes van kerstspelen en pantomimes veel over slechte kostuums en kartonnen decors." Later ging hij naar een grote middelbare school waar drama niet officieel in het curriculum zat, maar met een enthousiaste aardrijkskundeleraar voerden ze toneelstukken op. "We deden vreselijke dingen", verklaarde hij aan e-tcetera magazine: "Maar iets in dat proces raakte me." Als tiener was hij gek op muziek en ging vaak naar concerten: "De postpunk scene was eclectisch en semi-theatraal." Via dj John Peel en NME magazine ontdekte hij "het web van verwijzingen dat daaruit voortvloeide naar de tegencultuur, experimentele literatuur en kunst. Het was duidelijk dat ik een bepaalde affiniteit had met taal, met schrijven, met de vreemde randjes ervan."

Aan de Universiteit van Exeter studeerde hij Engels en Drama. In het theaterlaboratorium aldaar werkten ze niet puur theoretisch, maar met "concrete studiopraktijk". In 1984 studeerde hij af en richtte met vijf medestudenten het gezelschap Forced Entertainment op, om "het theater te heruitvinden". Ze vestigden zich in Sheffield, omdat ze "wilden ontsnappen aan de invloed van de hoofdstad". Aan de krant The Guardian verklaarde Etchells dat die stad "een goede, geïsoleerde broeikas was. De periferie biedt ruimte voor andere visies."

Om de algemeen aanvaarde opvattingen over theater ter discussie te stellen, vermijdt het gezelschap een aantal geplogenheden, zoals een vastomlijnd script, een duidelijke verhaallijn, of realistische personages die door acteurs tot leven worden gebracht op het podium. Ze creëren eerder "speelse, improvisatorische voorstellingen," waarbij elk lid bijdraagt aan het geheel. Etchells verklaarde: "We creëren in de repetitieruimte, zonder veel van tevoren te weten. Mijn rol is om aan de zijlijn te staan, toe te kijken, terwijl de rest midden in de vrolijke chaos zit. Dat geeft me een ander perspectief. ... Ik wil niet doceren. Ik wil mensen niet vertellen wat ze moeten denken. Ik wil een energieveld creëren dat grappig, verontrustend en speels is, waar het publiek de politiek, de emotie en de realiteit van wat zich voor hen afspeelt, zelf kan interpreteren." Over zijn visie op theater zei Etchells het volgende: "Kunst is een uitstekende manier om de maatschappij te begrijpen – wat ons bindt en wat ons uit elkaar drijft. Theater is misschien wel de beste vorm om deze vragen te beantwoorden, omdat het zo nauw verbonden is met de sociale handeling van samenkomen en kijken, de gemeenschappelijke interactie tussen het podium en de zaal. Ik hou van performance omdat het de grenzen van dat contract tussen mensen echt kan aftasten en verleggen."

De eerste voorstelling van Forced Entertainment was Jessica in the Room of Lights uit 1984), waarin ze een "wazig verhaal verkennen over een bioscoopmedewerkster wiens echte leven vermengd raakt met de films die ze op haar werk ziet." Veel van de geplogenheden van het gezelschap waren hier al aanwezig, zoals het gebruik van voice-over en een soundtrack en een vertelwijze "gebaseerd op de botsing en tegenstrijdigheid van fragmenten in plaats van op een lineaire opeenvolging van gebeurtenissen."

In december 1987 kwam het gezelschap voor de eerste keer naar de Lage Landen, met (Let the Water Run its Course) to the Sea that Made the Promise. Deze voorstelling was te zien in het Shaffytheater in Amsterdam, de Toneelschuur in Haarlem, de Beursschouwburg in Brussel, Monty in Antwerpen en Nieuwpoorttheater te Gent. In 1989 kwamen ze opnieuw naar het Nieuwpoorttheater, met de voorstelling 200% and Blood Thirsty. Met Emanuelle Enchanted kwamen ze in 1993 ook weer naar de Monty, de Toneelschuur en Nieuwpoorttheater. In 1994 was Club of No Regrets te zien in het Nieuwpoorttheater en op het Festival a/d Werf in Utrecht. Speak Bitterness werd in 1997 vertoond op het Festival a/d Werf en in het Nieuwpoorttheater en de Rotterdamse Schouwburg.

Met A Decade of Forced Entertainment vierde het gezelschap in 1994 zijn tienjarig bestaan. Deze lezing/performance "illustreert de methodes en bekommernissen van Forced Entertainment, door ze zelfbewust op te voeren - een dubbele houding die blijkt uit de afwisseling tussen de eerste en derde persoonsvorm meervoud. ... Die verschillende schalen versplinteren de op zich reeds discontinuë en interdisciplinaire producties van het gezelschap nog meer." In 1999 was deze lezing/performance te zien in Monty Antwerpen.

In 1995 maakte Forced Entertainment Nights in this City, een performance waarbij zowel publiek als artiesten zich in een rijdende bus bevonden voor een tour doorheen Sheffield, waarbij een rondleiding werd gegeven door verschillende gidsen die "feiten vermeden in hun zoektocht naar een andere waarheid." In 1997 werd het project in Rotterdam heropgevoerd.

Met Quizoola! maakten ze in 1996 een geïmproviseerde voorstelling waar "de performers voortdurend vragen stellen en beantwoorden. Of het nu filosofische, triviale of zeer persoonlijke vragen zijn, de antwoorden moeten ter plekke worden verzonnen. De antwoorden zijn soms waar, soms lang, soms onwaar, soms serieus, soms kort en soms komisch." De performance duurde 6 uur of 24 uur, waarbij het publiek vrij was om de hele voorstelling te blijven zitten of af en toe binnen te lopen. Quizoola! was te zien in Victoria Gent (1998), kunstencentrum STUK in Leuven (1998), Tweetakt festival in Antwerpen (1999), Monty Antwerpen (1999) en Kunstenfestivaldesarts (2000). Exclusief voor het Brusselse festival maakten ze ook de video installatie/performance Scar Stories. Quizoola! werd vertoond op internationale podia tot in 2023.

Op het Gentse Time festival in 1997 waren drie producties van Forced Entertainment te zien, waaronder de premiere van Pleasure. Ook de voorstelling Showtime uit 1996 en de installatie Ground Plans for Paradise maakten deel uit van het festival. Met Dirty Work uit 1998 stonden Etchells en z'n gezelschap in 2000 in de Rotterdamse Schouwburg en in 2009 in Kaaitheater Brussel. In 2002 stonden ze opnieuw op Kunstenfestivaldesarts met drie voorstellingen: First Night, And on the thousandth night ... en Instructions for forgetting.

Met Bloody Mess en het in 1993 gecreëerde 12AM: Awake & Looking Down kwam Forced Entertainment in 2004 naar het Kunstenfestivaldesarts, in het Brusselse Kaaitheater. Bloody Mess werd omschreven als "een hoogtepunt in hun twintigjarige theatercarrière, een epos voor de tien vertolkers, dat een opzienbarende en komische nieuwe logica creëert vanuit de botsingen van losstaande personages, verhalen en performances. ... Bloody Mess is een visuele voorstelling die de moderne wereld probeert te beschrijven in al zijn schoonheid, horror en complexiteit." In het Theaterschrift Lucifer magazine beschreef men het doorbreken van de vierde wand in deze voorstelling: "Acteurs zeggen bijvoorbeeld: 'Ik ga nu af en ga me verkleden als IJskoningin', waardoor de acteur achter het personage zichtbaar blijft. De technicus die de sneeuw- en schuimmachine bedient, is ook zichtbaar op het toneel en wordt door de spelers als 'Flockenmeister' aangesproken. Die doorzichtigheid, de speelsheid en de zichtbaarheid van de acteur-in-actie doet performanceachtig aan."

Voor ALIBI van Meg Stuart schreef Etchells een deel van de tekst. Stuart werkt "op de grenslijn tussen theater, dans, beeldende kunst, nieuwe media en architectuur" en met deze voorstelling wilde ze "de situatie onderzoeken waarin we altijd en overal met beelden van onszelf en anderen geconfronteerd worden, tot we enkel in die beelden lijken te bestaan, tot ze onze ervaring verbrokkelen of zelfs volledig overschrijven. Het gevoel niet aanwezig te zijn bij je eigen daden." Etchells werkte zodoende rond "het onderscheid tussen een gebeurtenis die is omgevormd tot een verhaal en een gebeurtenis die ‘niet-verhaald’ blijft – traumatisch, in voortdurende ontwikkeling, nog niet verwerkt, nog onbegrepen." In het programmaboekje schreef hij: "Inzicht, als dat al in ALIBI voorkomt, is altijd onzeker, fragmentarisch. ... Niet zozeer het inzicht, als wel het gevecht om het te vinden, het besef dat woorden ook leugens, teleurstellingen, misverstanden, onvoltooide waarheden kunnen zijn. Wat kun je weten in een ogenblik?" Deze voorstelling was te zien in Kaaitheater Brussel, De Singel in Antwerpen, het Holland Festival de Rotterdamse Schouwburg en kunstencentrum VIERNULVIER in Gent.

In 2005 opende het Kaaitheater z'n theaterseizoen met Forced Entertainments twaalf uur durende lezing/performance Marathon Lexicon, waarbij voor elke letter van het alfabet een aantal lemma's besproken worden, die van ver of dichtbij te maken hebben met podiumkunst. Exquisite Pain (2005) was te bewonderen in Kaaitheater en het STUK. Met The World in Pictures (2006) maken ze volgens Bruzz magazine "het midden tussen een existentialistische reflectie, cabaret en een doortrapte rockshow." Deze voorstelling passeerde in Vooruit Gent, Stadsschouwburg Groningen, Rotterdamse Schouwburg, Schouwburg Amsterdam, Stadsschouwburg Utrecht en STUK in Leuven.

In 2007 creëerde Etchells het jeugdtoneel That Night Follows Day voor het Gentse kunstencentrum Victoria. Samen met schoolkinderen van 8 tot 14 jaar ontwikkelde hij de tekst en bijhorende performance over "hoe zij de wereld van de volwassenen meemaken en hoe de volwassenen hun eigen wereld projecteren op die van de kinderen." In een radio-interview verduidelijkte een van de deelnemertjes: “We willen hen echt confronteren met wat zij allemaal zeggen en wat ze ons allemaal leren. Ook leugens en zo. Ze denken dat wij dat allemaal geloven.” De Morgen had het over "een jongerenkoor dat impliciet het actieve, volwaardige burgerschap opeist. ... De kinderen dienen als kleine spiegel voor de grote zaal. Etchells heeft hun spontaniteit tot op de millimeter moeten drillen om geen kakofonie te krijgen." In De Standaard wordt het omschreven als "een polyfone variant op Pink Floyds Another Brick in the Wall. Zijn partners in crime zijn zeventien kinderen tussen acht en veertien jaar - al dan niet toevallig de leeftijd van Etchells’ eigen kroost. Samen gieten ze een stortbad van herkenbare geboden en verboden uit over het publiek." In Focus Knack ging het over hoe "de kinderen het volwassen publiek ietwat berispend toespraken over hun betweterige en vaak te betuttelende houding jegens hen." In het dagblad Trouw had men het dan weer over "een groep kinderen die zich als koor voor het publiek opstellen om hen hun hypocriete gedrag terug in het gezicht te gooien. 'Jullie nemen geld uit onze spaarpot en beloven dat je het later zal terugbetalen. Jullie maken beloftes en denken dat we ze niet zullen onthouden'. Het leverde een confronterende ontmaskering van het volwassen publiek op."