De Cercle de Politique Etrangère (CPE) was een Belgische politieke kring die zich bezighield met buitenlandse politiek. De organisatie werd opgericht in 1962. Historica Klaartje Schrijvers beschrijft Florimond Damman en een groep andere betrokkenen als stichtende leden, maar noemt Paul Rohr de initiatiefnemer van de kring. Historica Catherine Lanneau noemt Rohr eveneens als oprichter. De CPE stelde zich ten doel het inzicht van parlementariërs in buitenlandse aangelegenheden te verdiepen.
Oprichting Schrijvers situeert de oprichting van de Cercle de Politique Etrangère in de omgeving van AENA, een netwerk waarin ook Damman actief was. Zij schrijft dat Damman de kring in 1962 samen met anderen oprichtte. Lanneau plaatst zowel Damman als Rohr eveneens in het netwerk rond AENA en omschrijft Rohr als oprichter van de CPE.
Dat Rohr vanaf het begin een leidende functie vervulde, blijkt ook uit een contemporaine vermelding. Op 23 mei 1962 berichtte Le Monde over een bijeenkomst met de voormalige Belgische minister van Buitenlandse Zaken Pierre Wigny. Rohr werd daarbij aangeduid als voorzitter van de Cercle de politique étrangère de Bruxelles.
Schrijvers noemt naast Damman de volgende stichtende leden:
Raoul Crabbé, hoofdredacteur van Phare-Dimanche; Jacques Dubois, directeur van het tijdschrift Eurafrica; Jo Gérard, journalist bij Europe Magazine en La Libre Belgique; Gérard Hupin, advocaat en voorzitter van de Parti National; Hilaire Lahaye, senator voor de liberale PLP; Fernand Petit, industrieel; Paul Rohr, voormalig voorzitter van de commissie buitenlandse zaken van de Liberale Partij/PLP; Robert Schmidt, advocaat; William Van Remoortel, advocaat; generaal E. Van der Meersch; generaal Léon Van Oost.
Étienne Verhoeyen noemt in zijn studie uit 1974 daarnaast E. Mendiaux onder de stichtende leden.
Doelstellingen en standpunten Volgens Schrijvers was de doelstelling van de CPE het bevorderen van een diepgaander inzicht in buitenlandse aangelegenheden bij parlementariërs. Zij verbindt die doelstelling met de opvatting binnen de kring dat de brede overeenstemming tussen de traditionele Belgische partijen over het buitenlandse beleid, en in het bijzonder het Congobeleid, ertoe leidde dat bepaalde problemen onvoldoende aan bod kwamen.
Verhoeyen omschreef de CPE in 1974 als een in hoofdzaak anticommunistische organisatie met een beperkt ledenbestand. Volgens zijn onderzoek telde de kring in 1972 ongeveer 200 betalende leden. De CPE verklaarde zich volgens dezelfde bron voorstander van een vrij en geïntegreerd Europa met supranationale instellingen die onder controle zouden staan van een rechtstreeks verkozen parlement.
Een belangrijk aandachtspunt binnen de kring was het Belgische beleid ten aanzien van Congo. Schrijvers schrijft, onder verwijzing naar een CRISP-studie uit 1964, dat Rohr al vanaf 1960 kritiek uitte op het Belgische beleid dat tot de onafhankelijkheid van Congo had geleid en dat deze kritische houding tegenover de wijze waarop de onafhankelijkheid tot stand kwam door de andere stichtende leden werd gedeeld. Zij vermeldt tevens dat sommige leden van de CPE eind 1962 de militaire interventie van de Verenigde Naties in Katanga veroordeelden.
Rohr publiceerde op 15 juli 1964 als voorzitter van de Brusselse CPE een vrije tribune in Le Monde, getiteld La leçon du Congo ex-belge, waarin hij scherpe kritiek uitte op de snelle dekolonisatie van Belgisch-Congo.
Latere ontwikkeling De CPE bestond ook in de jaren 1970 nog. Verhoeyen vermeldde in 1974 dat zij in 1972 200 betalende leden telde en toen onder het voorzitterschap van Rohr stond.
In een overzicht van de Belgische uiterst-rechtse groeperingen, gebaseerd op de situatie in het kalenderjaar 1980 en gepubliceerd in 1981, vermeldde politicoloog Peter Verlinden de Cercle de Politique Etrangère nog als bestaande organisatie. Hij omschreef de kring op dat ogenblik als veel minder actief en noemde Paul Rohr en Jo Gérard als leden.
Historiografische duiding De politieke situering van de CPE moet worden onderscheiden van de manier waarop de organisatie zichzelf presenteerde. Verhoeyen behandelde de kring in 1974 in het onderdeel over wat hij de conservatieve extreemrechtse stroming noemde. In de inleiding van dezelfde studie waarschuwde hij evenwel dat het begrip extreemrechts moeilijk scherp af te bakenen was, dat het als analytische categorie werd gebruikt en dat verschillende van de behandelde organisaties die kwalificatie zelf zouden afwijzen.
Ook Schrijvers situeert de CPE in haar onderzoek naar Belgische netwerken aan de uiterste rechterzijde van het politieke spectrum. Lanneau behandelt Damman, Rohr en hun omgeving in een studie over Belgische netwerken tussen gaullisme en radicaal-rechts. Zij beschrijft de bredere milieus waarin zij opereerden als overwegend rechts en samengesteld uit onder meer conservatieve katholieke en liberale persoonlijkheden.
Literatuur
Verder lezen
Categorie:Anticommunisme Categorie:Belgische organisatie