Adurbadagan (Middelperzisch: Ādurbādagān/Āδarbāyagān, Parthisch: Āturpātākān) was een noordwestelijke provincie van het Sassanidische Rijk, die grotendeels samenviel met het huidige Azerbeidzjan in Iran. Het gebied werd bestuurd door een marzban ("markgraaf") en fungeerde als een belangrijke grensregio (en later religieuze regio) tegenover het buurland Armenië. Het is tevens het grondwoord van de moderne Iraanse regio Azerbeidzjan en van de republiek Azerbeidzjan.

De hoofdstad van de provincie was Ganzak.

Etymologie Ādurbādagān is de Middelperzische spelling van het Parthische Āturpātākān, dat is afgeleid van de naam van de voormalige satraap van het gebied, Atropates (Āturpāt). Het wordt in het Georgisch als Adarbadagan en in het Armeens als Atrpatakan vermeld.

Geografie Hoewel Middelperzische teksten onduidelijk zijn over de geografie van Adurbadagan, zijn Nieuwperzische en Arabische teksten duidelijker. Volgens de 9e-eeuwse Perzische geograaf Ibn Khordadbeh maakten de volgende steden deel uit van de provincie: Ardebil, Bagavan, Balwankirgh, Barza, Barzand, Ghabrawan, Ganzak, Khuy, Kulsarah, Maragha, Marand, Muqan, Shapurkhwast, Sisar, T'awrezh, Nariz, Urmia, Salmas, Shiz en Warthan (Vardanakert), die hij beschouwde als het meest noordelijke punt van Adurbadagan. De zuidelijke grens van de provincie lag bij de stad Sisar. Maragha was de belangrijkste stad in het westelijke deel, terwijl Ardebil de belangrijkste stad in het oostelijke deel was. In de Middelperzische geografische tekst Šahrestānīhā ī Ērānšahr wordt een belangrijke stad in Adurbadagan genoemd, "Shahrestan i Adurbadagan", wat mogelijk een andere naam voor Ardebil was. De hoofdstad van de provincie was Ganzak.

Toen het Arsacidische huis van Armenië werd afgeschaft en het land in 428 een Sassanidische provincie werd, werden de Armeense districten Parskahayk en Paytakaran opgenomen in Adurbadagan. De noordelijke grens van Adurbadagan werd in 571 uitgebreid met de toevoeging van het Armeense district Sisanak (Sjoenik).

Geschiedenis

Sinds c. 323 v.Chr. werd het gebied van Adurbadagan geregeerd door lokale dynastieën, aanvankelijk door Atropates en zijn nakomelingen, en een tak van de Parthische Arsaciden vanaf de 1e eeuw n.Chr. Tijdens het late Parthische tijdperk raakte het rijk in verval, wat resulteerde in een verzwakking van de greep op westelijk Iran. De iranoloog Touraj Daryaee betoogt dat de regeerperiode van de Parthische vorst Vologases V (r. 191-208) het keerpunt in de geschiedenis van de Arsaciden was, omdat de dynastie veel van haar prestige verloor. De inwoners van Adurbadagan (zowel de adel als de boeren) sloten een verbond met de Sassanidische prins Ardashir I (r. 224-242) tijdens zijn oorlogen tegen Artabanus IV, de zoon en tweede opvolger van Vologases V (r. 216-224). In 226 onderwierp Adurbadagan zich met weinig weerstand aan Ardashir I nadat deze Artabanus IV had verslagen en gedood in de Slag bij Hormizdegan. Ardashir en zijn zoon en erfgenaam Shapur I (r. 240-270) worden afgebeeld in een rotsreliëf nabij Salmas, mogelijk een getuigenis van de Sassanidische verovering van Adurbadagan. De adel van Adurbadagan sloot zich hoogstwaarschijnlijk aan bij de Sassaniden vanwege hun verlangen naar een sterke staat die in staat was de orde te handhaven. De priesters, die zich wellicht vervreemd voelden van de gemoedelijke Arsaciden, steunden waarschijnlijk ook de Sassaniden vanwege hun band met het zoroastrisme.

De gebeurtenissen die zich afspeelden tijdens de vroege Sassanidische periode vergrootten het belang van Adurbadagan. Hoewel de Arsaciden in Iran ten val kwamen, verhinderde hun zijtak in Armenië dat Ardashir I Armenië (of in ieder geval niet heel Armenië) veroverde. Hoewel Armenië uiteindelijk in 252 door Shapur I werd veroverd, zou het land een probleem blijven vormen voor de Sassaniden, vooral omdat het zich tot het christendom bekeerde. Als gevolg hiervan was Adurbadagan sinds de komst van de Sassaniden versterkt tot een militair bolwerk, en later tot een religieus bolwerk. In 241/2 moest Shapur I echter een expeditie naar Adurbadagan sturen om de onrust te onderdrukken. Daarna werd de provincie schijnbaar volledig onderworpen.

Onder Kavad I (r. 488-496, 498-531) en zijn zoon en opvolger Khusro I (r. 531-579) was het rijk verdeeld in vier grensgebieden (kust in Middelperzisch), met een militaire bevelhebber (spahbed) aan het hoofd van elk district. De grensgebieden stonden bekend als khwarasan (Oost), khwararan (West), nemroz (Zuid) en abakhtar (Noord). Vanwege de negatieve connotaties werd de term abakhtar vervangen door de naam Adurbadagan. Omdat ze dezelfde naam delen, werden de kust van Adurbadagan en de gelijknamige provincie in bronnen vaak ten onrechte als hetzelfde beschouwd. De provincie Adurbadagan, samen met provincies als Gilan en Albanië, behoorde tot het noordelijke kwart.

In augustus 591 vond de Slag bij Blarathon plaats nabij Ganzak, tussen de troepen van Khusro II en de rebellen van Bahram Chobin. Niet lang na de slag kwam Vistahm, de oom van Khusro II van moederszijde, echter in opstand (de precieze datum is onbekend, 590/1-596 of 594/5-600) en slaagde erin de controle over delen van Adurbadagan te verkrijgen. Hij werd echter verslagen door Khusro II en de Sassanidische generaal Smbat IV Bagratoeni. Tijdens de Byzantijns-Sassanidische oorlog van 602-628 werd de vuurtempel van Adur Gushnasp in 623/4 geplunderd door de Byzantijnse keizer Heraclius. De Iraniërs slaagden erin het vuur te redden, dat ze later terugbrachten naar de tempel, die snel herbouwd werd. De apocalyptische Middelperzische tekst Zand-i Wahman yasn geeft mogelijk een vorm van eigentijdse herinnering weer aan de verwoesting van de tempel: "Zij zullen Adur Gushnasp van zijn plaats verwijderen... vanwege (de verwoesting van) deze legers zal Adur Gushnasp naar Padishkhwargar worden gebracht."

In 651 vielen de Arabieren Adurbadagan binnen, dat het domein was van de broers Isfandyadh en Bahram uit Ispahbudhan. Isfandyadh bood weerstand aan de Arabieren, waarna een veldslag volgde. Hij werd echter verslagen en gevangengenomen. Terwijl Isfandyadh gevangen zat, vertelde hij de Arabische generaal Bujayr ibn Abdallah dat als hij Adurbadagan gemakkelijk en vreedzaam wilde veroveren, hij vrede met hem moest sluiten. Volgens Bal'ami zou Isfandyadh hebben gezegd: "Als jullie mij zouden doden, zou heel Adurbadagan in opstand komen om mijn bloed te wreken en oorlog tegen jullie voeren." De Arabische generaal aanvaardde het advies van Isfandyadh en sloot vrede met hem. Bahram, de broer van Isfandyadh, weigerde zich echter over te geven aan de Arabische troepen en bleef zich verzetten. Hij werd echter snel door de Arabieren verslagen en gedwongen uit Adurbadagan te vluchten, waarop Adurbadagan onder Arabisch gezag kwam te staan.

Bevolking De meerderheid van de bevolking in Adurbadagan bestond uit West-Iraanse etnische groepen die het zoroastrisme beoefenden en Adhari spraken (inclusief het dialect Tati). Met de incorporatie van Armeense districten in 428 en 527 had Adurbadagan ook een Armeense bevolking.

Categorie:Sassaniden Categorie:Geschiedenis van Iran Categorie:Historisch land in Azië