De Verordening van de Rijkspresident ter bescherming van het Duitse volk (Duits: Verordnung des Reichspräsidenten zum Schutze des Deutschen Volkes), bijgenaamd de "Schubladenverordnung" en "Schubkastenverordnung" (schuiflaverordening), (RGBl. 1933 I, blz. 35-40) was een door Rijkspresident Paul von Hindenburg op 4 februari 1933 uitgevaardigde noodverordening op grond van artikel 48, lid 2 van de Grondwet van Weimar (WRV), dat de grondwettelijke grondrechten van vrijheid van vergadering en persvrijheid grotendeels buiten werking stelde.
Inhoud en ontstaan In de constitutie van de Weimar-republiek was de mogelijkheid voor de rijkspresident opgenomen om tijdelijke noodverordeningen uit te vaardigen (artikel 48). Enkele dagen na het aantreden van Adolf Hitler als Rijkskanselier op 30 januari 1933 had Hindenburg op grond van dit prerogatief deze verordening uitgevaardigd, die het mogelijk maakte om, op straffe van hechtenis, niet vooraf aangemelde openbare politieke bijeenkomsten, drukwerk "waarvan de inhoud de openbare veiligheid of orde in gevaar kon brengen" en fondsenwerving door "bepaalde verenigingen" voor politieke doeleinden te verbieden. Rijksminister van Binnenlandse Zaken Wilhelm Frick (NSDAP) werd gemachtigd de noodzakelijke wettelijke en administratieve voorschriften voor de uitvoering ervan uit te vaardigen.
Deze verordening was al in 1932 voorbereid door het kabinet-Papen (destijds ook bekend als het 'kabinet der baronnen'). Kurt von Schleicher, Hitlers partijloze voorganger als Rijkskanselier, dreigde in een radiotoespraak op 15 december 1932 met de uitvaardiging van een "strenge" verordening:
„[…] Voor de noodzakelijke ongedaanmaking van opzettelijke verstoringen teneinde de economische rust te verzekeren, zijn in het verleden helaas een groot aantal uitzonderingsmaatregelen nodig geweest. Ik moet openlijk bekennen dat ik het rampzalig zou vinden als we in Duitsland op de lange termijn niet zonder deze strenge bepalingen zouden kunnen. Ik heb daarom mijnheer de Rijkspresident verzocht om, gezien de zonder twijfel ingetreden rust, dergelijke uitzonderingsmaatregelen op te heffen, om eindelijk weer een keer naar normale rechtsverhoudingen terug te kunnen keren. Mijnheer de Rijkspresident wil op dit voorstel ingaan in vertrouwen op de gezonde geest van de ordelievende bevolking, maar heeft wel tot uitdrukking gebracht dat hij niet zal aarzelen om een strenge verordening ter bescherming van het Duitse volk in te stellen, als hij in zijn verwachtingen wordt teleurgesteld. De professionele onruststokers, evenals het provocatieve en sfeervergiftigende deel van de pers, wil ik in verband hiermee waarschuwen dat een dergelijke verordening in de la ligt en inderdaad in haar grondigheid een excellent werk is.
Ik hoop dat de toepassing van deze verordening net zo min nodig is als de inzet van het leger. Ik wil er echter tevens ten opzichte van de staatsvijandige communistische beweging geen twijfel over laten bestaan dat de rijksregering ook niet voor draconische uitzonderingsmaatregelen tegen de communistische partij zal terugschrikken, als zij het laten vieren van de teugels zal misbruiken voor het voortzetten van de ophitsing van het volk.[…]“Originele tekst: „[…] Die zur wirtschaftlichen Beruhigung notwendige Ausschaltung aller absichtlichen Störungen hat in der Vergangenheit leider eine große Zahl von Ausnahmebedingungen nötig gemacht. Ich gestehe offen, dass ich es für verhängnisvoll halten würde, wenn wir in Deutschland auf die Dauer nicht ohne diese scharfen Bestimmungen auskommen könnten. Ich habe deshalb den Herrn Reichspräsidenten gebeten, die zweifellos eingetretene Beruhigung zum Anlass zu nehmen, um derartige Ausnahmebestimmungen aufzuheben, um endlich einmal wieder zu normalen Rechtsverhältnissen zurückzukehren. Der Herr Reichspräsident will diesem Vorschlag im Vertrauen auf den gesunden Sinn der ordnungsliebenden Bevölkerung entsprechen, hat dabei aber zum Ausdruck gebracht, dass er nicht zögern würde, eine scharfe Verordnung zum Schutze des deutschen Volkes zu erlassen, falls er sich in seinen Erwartungen getäuscht sieht. Den gewerbsmäßigen Unruhestiftern ebenso wie einer gewissen aufreizenden, die Atmosphäre vergiftenden Presse darf ich in diesem Zusammenhang warnend zur Kenntnis bringen, dass eine solche Verordnung fertig im Schubkasten liegt und in der Tat in ihrer Lückenlosigkeit eine ausgezeichnete Arbeit darstellt.
Ich hoffe, dass ihre Anwendung ebenso wenig nötig werden wird, wie der Einsatz der Reichswehr. Ich möchte aber auch die staatsfeindliche kommunistische Bewegung nicht im Zweifel darüber lassen, dass die Reichsregierung auch vor drakonischen Ausnahme-Bestimmungen gegen die kommunistische Partei nicht zurückschrecken wird, falls sie die Lockerung der Zügel zur vermehrten Verhetzung der Bevölkerung missbrauchen sollte. […]
Naar aanleiding van de opmerking van von Schleicher werd deze verordening ook wel de "Schubladenverordnung" (ladeverordening) genoemd.
Doel De naderhand door rijkskanselier Adolf Hitler, minister van Binnenlandse Zaken Frick en minister van Justitie Gürtner medeondertekende verordening diende om uitgesproken linkse partijen en bewegingen, de belangrijkste politieke tegenstanders van de NSDAP, te bestrijden tijdens de inmiddels begonnen campagne voor de Rijksdagverkiezingen die op 5 maart 1933 zouden worden gehouden. De verordening werd gepubliceerd in het Reichsgesetzblatt op 6 februari 1933 en trad de dag daarop in werking.
Samen met de daarop volgende Rijksdagbrandverordening (28 februari) en Machtigingswet (24 maart) was de verordening bedoeld om zo snel mogelijk na de machtsovername van de nationaalsocialisten de Grondwet van Weimar buiten werking te stellen, en daarmee een stap op de weg om de Weimarrepubliek te ontmantelen en een totalitaire dictatuur in te stellen.
De strafbepalingen betreffende openbare bijeenkomsten in de artikelen 14 en 19 werden in november 1934 ingetrokken en opnieuw gedefinieerd in de "Sammlungsgesetz" (wet op openbare bijeenkomsten).
De aanvullende strafbepalingen in sectie IV werden na de Tweede Wereldoorlog ingetrokken door Wet nr. 55 van de Geallieerde Controleraad van 20 juni 1947.
Zie ook Rijksdagbrandverordening Machtigingswet (1933)
Literatuur Kurt Häntzschel: Die Politischen Notverordnungen zum Schutz von Volk und Staat vom 28. Februar 1933, gegen Verrat am Deutschen Volke und hochverräterische Umtriebe vom 28. Februar 1933, zum Schutze des deutschen Volkes vom 4. Februar 1933, zur Erhaltung des inneren Friedens vom 19. Dezember 1932, über die Auflösung der kommunistischen Gottlosenorganisationen vom 3. Mai 1932, mit den Ausführungsbestimmungen des Reichs und der Länder. Stilke, Berlin 1933. Herdruk: De Gruyter. 4e druk: 2021. Konrad Repgen: Akten der Reichskanzlei. Regierung Hitler 1933–1938. deel 1: Karl-Heinz Minuth: 1933/34. Band 1: 30. Januar bis 31. August 1933. Dokumente Nr. 1–206. Boldt, Boppard am Rhein 1983, ISBN 3-7646-1839-6.
Volledige tekst Volledige tekst: Documentarchiv.de
Categorie:Politiek in nazi-Duitsland Categorie:Politiek in 1933 Categorie:Politiek in de Weimarrepubliek