Abraham de Hoop (Amsterdam, 1 februari 1870 - Auschwitz, 12 februari 1943) was een Nederlands zakenman en politicus. Hij was directeur bij de Nederlandse Bioscoopbond. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij lid van de Joodse Raad.

Levensloop Abraham de Hoop was een zoon van Jacob Abraham de Hoop (1863-1925) en Jansje de Hoop-Bierman (1861-1943). Hij was de jongste in een gezin van vijf kinderen. Na de ULO kwam De Hoop, in de voetsporen van zijn vader, in de diamanthandel terecht. Dat trok hem niet en daarom maakte hij de overstap naar Persbureau Vaz Dias, waar hij onder andere over politiek en economie schreef. In september 1921 kwam hij als administrateur in dienst van de Nederlandse Bioscoopbond. Daarnaast voerde hij de redactie van Off, het tijdschrift van de bond. In 1929 nam hij ontslag bij Vaz Dias. In 1935 besloot de Bioscoopbond onder leiding van De Hoop niet toe te treden tot een Internationale Filmkamer, omdat die onder leiding van de Duitse Filmkamer zou vallen. De voorzitter daarvan was door Joseph Goebbels benoemd.Nieuws uit filmland. Geen nazileiding gewenst, De Tribune, 28 oktober 1935

Samen met enkele andere belangrijke figuren uit de bioscoopwereld richtte De Hoop in 1927 het Bio-vakantieoord op. Deze stichting was eigenaar van Villa Russenduin in Bergen aan Zee, waar jaarlijks negenhonderd minderbedeelde kinderen op vakantie gingen. De Hoop nam in 1934 namens de liberale Vrijheidsbond zitting in de gemeenteraad van Amsterdam. Bij de verkiezingen in 1935 verloor de Vrijheidsbond een zetel, waardoor De Hoop weer verdween uit de gemeenteraad.Nieuwe en heengaande raadsleden, De Gooi- en Eemlander, 27 juni 1935 De Hoop was ook voorzitter van de Ancient Order of Foresters. Namens die organisatie drong hij er op aan dat buitenlandse regeringen Joodse vluchtelingen uit Duitsland opnamen.Ancient Order of Forester, Nieuw Israëlietisch Weekblad, 9 december 1939

De Hoop gaf in november 1940 als gevolg van de Duitse verordeningen zijn voorzitterschap van de Nederlandse Bioscoopbond op. In maart 1941 werd hij lid van de nieuw gevormde Joodse Raad. Bij de Joodse Raad gaf De Hoop leiding aan de afdeling aan de Lijnbaansgracht, die verantwoordelijk was voor de registratie van bezittingen van Joden. De Hoop was aanwezig bij het gesprek met plaatsvervangend chef van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung Ferdinand aus der Fünten van 26 juni 1942, waarbij de Duitser aankondigde dat Nederlandse Joden naar werkkampen in Duitsland zouden worden overgebracht.Bart van der Boom (2022). De politiek van het kleinste kwaad. Een geschiedenis van de Joodse Raad voor Amsterdam, 1941-1943. Amsterdam: Boom, p.138 In werkelijkheid werd het grootste deel van de Joden naar Polen gebracht en daar vergast. In februari 1943 werd De Hoop opgepakt en naar Kamp Westerbork overgebracht, ondanks de Sperre die hij bezat. Zijn vrouw en vier kinderen vergezelden hem. Drie dagen later volgde transport naar Auschwitz, waar De Hoop direct na aankomst werd vergast.

Persoonlijk De Hoop was getrouwd met Nannette Julie Suikerwerk. Samen kregen zij vier kinderen. Al naaste familieleden van Abraham de Hoop kwamen om tijdens de Holocaust: zijn vrouw, vier kinderen, zijn moeder, een broer en drie zussen (zijn vader was al in 1925 overleden).

Categorie:Gemeenteraadslid van Amsterdam Categorie:Kampgevangene in Westerbork Categorie:Nederlands Holocaustslachtoffer Categorie:Omgekomen in concentratiekamp Auschwitz Categorie:Politicus voor de Liberale Staatspartij