Bond van Surinaamse Arbeiders in Nederland was een kleine linkse organisatie van Surinaamse arbeiders, in 1935 opgericht in Amsterdam. De bond was in de jaren dertig van de twintigste eeuw actief en keerde zich tegen het fascisme en het kolonialisme. Een deel van de leden zat ook in de Communistische Partij van Nederland (CPN). Tijdens de Tweede Wereldoorlog gingen verschillende leden in het verzet. Minstens drie van hen overleefden de oorlog niet.

Geschiedenis Een groep Surinaamse arbeiders onder leiding van Albert Jan Telegraaf (1899-1961) richtte de bond in 1935 op in Amsterdam. Historici Tom Hoogervorst en Melita Tarisa noemen de bond in augustus van dat jaar een nieuw opgerichte organisatie. De bond wilde opkomen voor de rechten en de maatschappelijke positie van Surinamers in Nederland. Hij werkte samen met de CPN en had contact met Anton de Kom en Otto Huiswoud. Via De Kom, die in 1933 uit Suriname naar Nederland was teruggestuurd, kwamen veel leden in aanraking met de arbeidersbeweging. Verscheidene leden waren als zeeman naar Nederland gekomen. Telegraaf werkte in 1934 bij de KNSM. Albert Wittenberg voer ook voor de KNSM en ging later bij de brandweer werken. Over de organisatie zelf is weinig bewaard gebleven. Eerder verschenen in Wi Rutu, jrg. 8 (2008), nr. 2, p. 29-34.

De bond gaf een eigen blad uit, Surinamers in Nederland, met de ondertitel Voor gemeenschappelijke strijd van blank en zwart tegen onderdrukking en rassenhaat. Op het omslag drukte een zwarte hand een witte hand. Het blad was uitgesproken antikoloniaal. In juli 1935 schreef het dat Surinamers drie eeuwen lang door de Nederlandse regering "geknecht en uitgebuit" waren. Tegelijk riep de bond Surinaamse en Nederlandse arbeiders op om samen op te trekken. Telegraaf bracht het blad rond.

In juni en juli 1935 stuurde het bestuur een reeks protesten naar de Duitse en Italiaanse gezanten in Den Haag. De teksten verschenen ook in het communistische blad De Tribune. Twee moties dateren van 8 juni. De eerste protesteerde tegen de terechtstelling van vijftig antifascisten in Duitsland, onder wie de Hamburgse communist Fiete Schulze, en vroeg om de vrijlating van Ernst Thälmann. De tweede was gericht tegen de Italiaanse oorlogsvoorbereidingen tegen Abessinië. De bond eiste dat Italië de troepen terugriep die al onderweg waren. Diezelfde maand riep de bond Nederlandse havenarbeiders en vakbonden op om geen goederen meer naar Italië te vervoeren. In juli volgden nog een protest tegen de oorlog en een protest tegen de Jodenvervolging in Duitsland. In dat laatste wees de bond ook elk rassenvooroordeel af. Twee dagen later weersprak de bond in dezelfde krant het gerucht dat zijn voorzitter mensen wierf voor de Abessijnse fronten.

Op 27 augustus 1935 hield de bond een openbare vergadering samen met de Indonesische studentenvereniging Perhimpoenan Indonesia, de Chinees-Indonesische Sarekat Peranakan Tionghoa Indonesia en het Comité voor Abessynië. Op de agenda stonden de Italiaanse aanval op Abessinië en de Japanse bezetting van Chinees gebied. Telegraaf sprak namens de bond. Aan het slot werd de leus "Indonesië en Suriname los van Holland, nu!" aangenomen.

De bond telde weinig leden. De Centrale Inlichtingendienst hield in 1937 twee van hen in de gaten, onder wie Telegraaf, die inmiddels secretaris was. In 1936 reisde Telegraaf met De Kom en de schilder Nola Hatterman naar een conferentie in Parijs. Namens de bond zat hij in het Comité voor de verdediging van het Ethiopische Rijk.

Leden in het verzet Historica Liesbeth van der Horst noemt vier Surinaamse arbeiders die in het communistische verzet zaten: Charles Désiré Lu-A-Si, Iwan Kanteman, Albert Wittenberg en Christiaan van de Montel. Geciteerd in Man A Hing (2008/2015).

Lu-A-Si was elektrisch lasser en al voor de oorlog lid van de CPN. Na de Duitse inval plakte hij pamfletten en hielp hij de Februaristaking van 1941 organiseren. Op 25 juni 1941 werd hij thuis gearresteerd bij de CPN-Aktion, een grootschalige arrestatie van communisten door de bezetter. Hij zat vast in Schoorl, Amersfoort en Neuengamme en kwam op 1 augustus 1942 in Dachau aan. Eind oktober werd hij naar Auschwitz overgebracht. Daar stierf hij op 15 november 1942.

Kanteman werkte bij de Luchtbeschermingsdienst. Daardoor mocht hij na spertijd de straat op, en zo bracht hij onderduikers naar hun adres. Vanaf 1943 verspreidde hij De Waarheid en haalde hij geld op voor onderduikers. Hij werd verraden en op 10 juni 1944 gearresteerd. Op 19 maart 1945 stierf hij in Langenstein-Zwieberge, een buitenkamp van Buchenwald. Hij kreeg postuum het Verzetsherdenkingskruis.

Ook Wittenberg ging in 1941 bij de Luchtbeschermingsdienst werken, en hij deed koerierswerk voor de CPN. In 1943 namen hij en zijn vrouw de zes weken oude dochter van hun joodse buren in huis en gaven haar uit als hun eigen kind. In 1944 werd Wittenberg opgepakt. Via Kamp Vught, waar hij op 6 juli 1944 aankwam, werd hij naar Duitsland overgebracht, waarschijnlijk naar het kamp Mittelbau-Dora. Toen de Amerikanen in april 1945 naderden, werden de gevangenen afgevoerd. Bij Gardelegen dreven bewakers hen een schuur in en staken die in brand. Wittenberg kwam daar op 13 april 1945 om. De Erelijst van Gevallenen 1940-1945 noemt 10 april 1945 in Neuengamme. Yad Vashem erkende het echtpaar in 2011 als Rechtvaardigen onder de Volkeren.

Van de Montel en zijn vrouw verborgen onderduikers in zijn atelier.

Nagedachtenis In 1990 zei Hugo Kooks, voorzitter van de vereniging Ons Suriname, in de Volkskrant dat het verzetswerk van Surinamers vaak werd vergeten. Hij noemde daarbij leden van de bond. De namen van Lu-A-Si, Kanteman en Wittenberg staan op het monument voor de Surinaamse gevallenen van de Tweede Wereldoorlog aan de Waterkant in Paramaribo, dat op 2 oktober 1950 werd onthuld. In Amsterdam zijn het Iwan Kantemanplein en het Albert Wittenbergplein naar twee van de leden vernoemd.

Referenties

Categorie:Nederlandse vakbond Categorie:Nederlandse verzetsgroep in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Surinaamse vereniging