Bergen op Zoom (; Bergs: Bèrrege, Frans: Berg-op-Zoom, Zeeuws: Berrehe op Zoôm, in Vlaanderen gespeld als Bergen-op-Zoom) is een stadANWB Topografische Atlas Noord-Brabant (2005) - kaart 82 77-390 . Geraadpleegd op 17 augustus 2024 in de Nederlandse provincie Noord-Brabant en de hoofdplaats van de gemeente Bergen op Zoom. thumb|De haven van Bergen op Zoom. Deze gemeente telt 70.000 inwoners op 25 juli 2024 en is daarmee in grootte de negende gemeente van Noord-Brabant en de 55ste gemeente van Nederland.

Toponymie De naam Bergen op Zoom kent een aantal verklaringen, waaronder die van bergen als haven of verwijzend naar de hoogteverschillen door de ligging op de Brabantse Wal, en het woord Zoom als de rand van de Brabantse Wal, dan wel afkomstig van het woord soma, dat moeras betekent. Met het - later gegraven - vaartje De Zoom heeft de naam niets te maken.

Op schrift wordt de naam soms informeel afgekort tot BoZ.

Ligging miniatuur|links|Maquette van Bergen op Zoom in 1774 in de Markiezenhof De stad Bergen op Zoom ligt in het uiterste westen van Noord-Brabant, tegen de oostelijke rand van de provincie Zeeland. De stad is gelegen op en naast de Brabantse Wal. Aldus ligt het naast de overgang tussen twee verschillende landschappen. Naar het westen toe is er een polderlandschap en de Oosterschelde, naar het oosten toe is er een zandrug waarop een reeks van landgoederen en natuurgebieden liggen. Verder loopt de Zoom ten noorden van de binnenstad en bereikt even later in de Theodorushaven het open water.

Ten westen van Bergen op Zoom vindt men natuurgebieden als het Markiezaatsmeer, de Molenplaat en de Prinsesseplaat, alsmede het open water van de Binnenschelde. De aanleg van Markiezaatskade en Oesterdam heeft ervoor gezorgd dat het water is verzoet en dat ook de getijdenwerking is verdwenen. Ten noorden ligt het dorp Halsteren met Lepelstraat dat sinds 1997 onder de gemeente Bergen op Zoom valt. Aan de noordwestrand van het dorp Halsteren ligt de Auvergnepolder met het Lange Water, een kreekrestant. Aan de overkant van het Schelde-Rijnkanaal , ten westen van Halsteren en Lepelstraat, bevindt zich het Zeeuwse eiland Tholen.

Naar het zuiden toe vindt men de Augustapolder en, op het grondgebied van de gemeente Woensdrecht, landgoed Mattemburgh. Ten oosten van de stad en de rijksweg 58 zijn er de landgoederen en natuurgebieden Groot Molenbeek, Zurenhoek en omgeving, Molenzicht, Lievensberg, Zoomland en Buitenlust.

Geschiedenis Ontstaan en ontwikkeling miniatuur|Kaart van Bergen op Zoom door Blaeu uit 1652 miniatuur|Slag op de Schelde bij Bergen op Zoom en Reymerswaal, 1574 In de Romeinse tijd bevond zich ter hoogte van de huidige Sint-Gertrudiskerk een offerplaats waarvan een groot aantal mini-amforen is teruggevonden. De amforen waren gemaakt van Bergs aardewerk. Ook zijn er Romeinse munten, een Keltische zegelring en een beeld teruggevonden van de Keltische god Sucellus. Mogelijk heeft daarbij op de plaats van deze kerk een tempel gestaan.Omroep Brabant: In Romeinse tijd al mensen in Bergen op Zoom, 29 oktober 2008

De stad is ontstaan op een zandrug in een veengebied dat naar het westen overging in de Scheldedelta. Het veengebied ten oosten van de zandrug werd in het begin van de 13e eeuw ontgonnen. Ter ontwatering doorgroef men de zandrug met een kanaaltje, de Grebbe genaamd, dat door het stadsgebied ter hoogte van de huidige Korenmarkt liep tot aan de Haven. Ter plaatse van de huidige Markt kwam een aantal landwegen samen: de huidige Steenbergsestraat/Fortuinstraat, de Wouwsestraat/Zuivelstraat en de Korte Bosstraat/Hoogstraat. Aldus ontwikkelde zich de stad, die voor de hertog van Brabant van belang was als vooruitgeschoven bastion tegen de expansie van het graafschap Zeeland en het graafschap Holland.

De stad Bergen op Zoom maakte aanvankelijk deel uit van het Land van Breda en werd dus tot die tijd bestuurd door de heer van Breda. Toen heer Arnoud van Leuven in 1287 overleed werd het land van Breda gesplitst in twee afzonderlijke heerlijkheden. Deze splitsing kwam voort uit het erfrecht en de verdeling tussen de nakomelingen van twee dochters van Godfried III van Schoten, zie bij de baronie Breda. Aldus ontstond het Land van Bergen op Zoom, met de stad Bergen op Zoom als kern. In 1533 werd deze heerlijkheid verheven tot een markgraafschap (markiezaat), waarmee deze formeel een hogere rang verwierf dan de baronie van Breda. Haar feitelijk belang werd daarmee echter niet groter. Kerkrechtelijk behoorde Bergen tot het bisdom Luik; twee telgen van het geslacht Van Bergen brachten het tot prins-bisschop van Luik: Cornelis van Bergen en Robert II van Bergen. De leden van het geslacht Van Glymes vervulden diplomatieke functies, en fungeerden tevens als heren en markiezen van Bergen op Zoom.

In 1801 werd het markiezaat Bergen op Zoom aangekocht door de Bataafse Republiek en verloor het al zijn rechten.

Handelsstad Tussen 1198 en 1212 kreeg Bergen op Zoom stadsrechten. Wanneer de stad deze precies heeft verworven, is onduidelijk omdat de stadsarchieven bij een grote stadsbrand in 1397 verloren zijn gegaan. Omdat de oudste (indirecte) verwijzing naar Bergen op Zoom als stad uit 1213 stamt, bestaat het vermoeden dat stadsrechten al aan het begin van de 13e eeuw verkregen zijn. De stadsbrand van 1397 verwoestte bijna de hele stad. In het soetste van de meye Was tot Bergen groot geschreye, 't verbrande alle stocken, staecken behalve Olifant en Draecke.

Het betrof twee huizen, De Olifant en De Draeck, aan de Grote Markt. Het huidige Hotel de Draak, aan de Grote Markt 38, is gevestigd in een pand uit 1500 dat het resultaat is van een ingrijpende verbouwing. De met tongewelven overdekte kelders stammen nog uit het 14e-eeuwse pand. De Olifant, ter rechterzijde grenzend aan De Draak, was een poortgebouw over de Sint-Annastraat en werd in 1544 aangekocht en bij het Stadhuis van Bergen op Zoom gevoegd.

De eerst bekende ommuring van de stad werd van 1330-1335 gebouwd. De ommuring had een ronde vorm die nog terug te vinden is in de loop van de huidige Westersingel, Noordsingel, Van de Rijstraat, St.-Josephstraat, Kloosterstraat, en Koepelstraat. Er waren vier stadspoorten, waarvan uiteindelijk slechts de Lievevrouwepoort werd bewaard, omdat deze als gevangenpoort dienstdeed. Op 7 mei 1397 brandde de stad bijna geheel af. De eind 14e eeuw ten noorden van de Grebbe aangelegde Nieuwe Markt (het huidige Sint-Catharinaplein) kreeg omstreeks 1400 de functie van vismarkt. De Grebbe raakte geleidelijk aan steeds meer overkluisd.

In 1444 legde een brand opnieuw een groot deel van Bergen op Zoom in de as. In 1482 kwam de Korenmarkt tot stand, gevolgd door straten als Roskamstraat en Lindebaan.

Buiten de muren, ten westen van de binnenstad, ontstond het Havenkwartier. Van 1484-1491 werd het havenkwartier omwald. Van 1505-1508 werd een muur aan de westzijde gebouwd, voorzien van drie poorten: twee stadspoorten (de St.-Nicolaas- of Houtpoort en de Water- of Hampoort) en een waterpoort (de St.-Jacobspoort). Hierdoor verloor de Lievevrouwepoort haar verdedigingsfunctie, maar ze bleef als gevangenis in gebruik.

De stad op de grens van het graafschap Zeeland, het graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant ontwikkelde zich tot een belangrijke handelsstad en kende laken- en aardewerknijverheid. De huidige Oosterschelde was toen de Scheldemond en daarmee de toegang tot Antwerpen. De toegang tot Bergen op Zoom was echter niet eenvoudig: eerst moest men door een bochtige kreek varen, om uiteindelijk bij de gegraven Oude Haven uit te komen. Via de Lievevrouwestraat kon van daaruit de Markt worden bereikt. Vanaf midden 14e eeuw werden er jaarlijks twee jaarmarkten gehouden, waarop Engels laken, wol en meekrap werden verhandeld. Op de Paasmarkt sloot in Antwerpen de Pinkstermarkt aan terwijl de Koudemarkt volgde op de Bamismarkt, die daar vanaf eind augustus (beide duurden zes weken) plaatsvond. Zo profiteerde de stad van de internationale status van de Antwerpse markten.

Garnizoensstad miniatuur|Maquette van Bergen op Zoom in 1747 Vanaf 1530 verminderde het belang van Bergen op Zoom als handelsstad. In dat jaar vond de Sint-Felixvloed plaats en hierna begon de Oosterschelde te verzanden en werd de Westerschelde geleidelijk de belangrijkste toegangsweg naar Antwerpen. Hierbij kwamen de troebelen van de Tachtigjarige Oorlog. In 1580 vond de zogenaamde Soldatenfurie plaats, waarbij veel kerkelijk bezit werd vernield door de Staatsgezinden. Bergen op Zoom nam een strategische positie in op de grens van noord en zuid, en toen Parma in 1588 vanuit het zuiden oprukte, trachtte hij de stad in te nemen door middel van het Beleg van Bergen op Zoom. Dit beleg werd uiteindelijk afgeslagen. Om bij herhaling van een beleg goed voorbereid te zijn, werden versterkingen aangelegd door Adriaen Anthonisz en David van Orliëns. Inderdaad belegerden de Spanjaarden, nu onder leiding van Spinola, in 1622 de stad opnieuw. Dit hernieuwde Beleg van Bergen op Zoom kon worden weerstaan door de bevoorrading vanuit de zee aan de westkant en door de militaire inzet van de Schotse Brigade. Het lied Merck toch hoe sterck van Adriaen Valerius is op dit beleg gebaseerd.

Bergen op Zoom was ondertussen getransformeerd van een handelsstad tot een garnizoensstad. Daarbij kwam dat ook de invloed van de markies sterk verminderde. Tussen 1698 en 1713 werden de vestingwerken ingrijpend gemoderniseerd door Menno van Coehoorn. De oude stadsmuren werden afgebroken en de vesting ging deel uitmaken van de West-Brabantse waterlinie. Omdat de stad nog nooit veroverd was door een vijandelijke mogendheid stond Bergen op Zoom bekend als La Pucelle (de Maagd). Maar tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog lukte het de Fransen, bij het Beleg van Bergen op Zoom van 1747, om de stad in te nemen. De naam van Bergen op Zoom is daarom (als: BERG-OP-ZOOM) op de Arc de Triomphe in Parijs te vinden als een van de door het Franse Rijk veroverde steden. De stad werd verdedigd door de hoogbejaarde generaal Cronström. Grote delen van de stad werden bij de inname door de Fransen verwoest. Ook de Sint-Gertrudiskerk liep daarbij zware schade op.

Een ontploffing in 1831, van kruitmagazijn "De Stoelemat", zorgde al evenzeer voor grote schade, nu in de omgeving van de Gevangenpoort.

In 1867 werd de vesting opgeheven en van 1868-1890 werd zij ontmanteld. Dit wil niet zeggen dat het garnizoen verdween. Er bleef nog lange tijd een aantal kazernes bestaan, en wel: Cort Heyligers Kazerne (1939-2002), aan het Jan Borghoutsplein, zie ook: Gijsbertus Martinus Cort Heyligers. Kazerne Groot Arsenaal (vanaf 1880) aan de Rijtuigweg Oranje-Nassaukazerne (nu appartementengebouw De Ramerie) aan de Korenmarkt Wilhelmina Kazerne (1899-1971), thans Centrum voor de Kunsten (CKB) aan de Burgemeester Stulemeijerlaan Militair Hospitaal (1818-1922) in het Gouvernementshuis aan de Wouwsestraat

Aldus bleef ook enig militair erfgoed behouden.

In 2010 ontdekte een inwoner tijdens het graven in zijn tuin bij toeval een gedeelte van het onderaards gangenstelsel dat deel uitmaakte van het Ravelijn "Antwerpen". De gang is, voor zover bekend, het enige gangenstelsel naar een ontwerp van Menno van Coehoorn in Nederland dat nog intact is en is samen met een ravelijn het enig overgebleven restant van de vestingwerken.

Een Staatse en protestantse periode De geschiedenis van Bergen op Zoom wijkt op belangrijke punten af van die van veel andere Brabantse steden. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog koos de stad in 1577 de zijde van de opstand tegen Spanje. Vanaf 1580 kreeg de Reformatie er vaste voet. De openbare katholieke eredienst werd verboden, de Sint-Gertrudiskerk kwam in gereformeerde handen en Bergen op Zoom ontwikkelde zich tot een belangrijk gereformeerd bolwerk in het overwegend katholieke Brabant. De stad bleef daarbij strategisch van groot belang voor de Republiek en voor Zeeland.