De geschiedenis van Vietnam begint voor onze jaartelling, toen Vietnam een vazalstaat van China was. In de 11e eeuw vestigde zich een onafhankelijke keizer in het gebied. Vietnam kreeg vanaf de 15e eeuw te maken met Europese koloniale machten. In de 19e eeuw werd het een protectoraat van Frankrijk. Na de Tweede Wereldoorlog riep het noorden van Vietnam de onafhankelijkheid uit en werd het land in tweeën verdeeld, om na een guerrilla-oorlog tegen de Fransen en de Amerikanen weer te worden herenigd.
Prehistorie De oudst bekende cultuur in de regio is de Sơn Vicultuur, die mogelijk tot 30.000 jaar oud was. Een belangrijkste vindplaats van artefacten is de Điều-grot in de provincie Hoa Binh, ten zuiden van Hanoi. Vanaf ongeveer 16.000 v.Chr. ontstond in dezelfde regio de Hòa Bìnhcultuur, waarvan stenen werktuigen in heel continentaal Zuidoost-Azië zijn gevonden. De laatste epipaleolithische cultuur in de regio was de Bắc Sơncultuur (rond 10.000 v.Chr.). Naast stenen werktuigen was aardewerk hier ook gebruikelijk. Rijstteelt met irrigatie was bekend vanaf ongeveer 3000 v.Chr.
De bronstijd wordt gedocumenteerd door culturen zoals de Gò Mun- en Đồng Đậucultuur. De ijzertijd begon hier rond 500 v.Chr. met de Sa Huỳnhcultuur, waarvan de dragers, vermoedelijk afkomstig van de eilanden van het huidige Indonesië, zich langs de kusten en op de voorliggende eilanden vestigden. In het zuiden bloeide de Đồng Naicultuur. Tegelijkertijd bestond in de Rode Rivierdelta de Đông Sơncultuur, bekend om haar rijkelijk versierde bronzen trommels. Uit deze cultuur ontstond in het midden van het 1e millennium v.Chr. het eerste bekende koninkrijk van de Việt ( Chinees:越 Yuè), meer precies de Lạc Việt, Văn Lang.
Vroege geschiedenis Een van de eerste Vietnamese staten was Dai Viet Quoc (Groot Viet Land/Rijk). Het woord Viet is hierin een verwijzing naar het volk, maar het land had verschillende locaties in hedendaags China en Vietnam.
Gedurende het eerste millennium bevond het Vietnamese kerngebied zich in de delta van de Rode rivier en was het een vazalstaat van keizerlijk China. Chinese invloed deed zich gelden in de taal, de cultuur, de regeringsstructuur en de structuur van het keizerschap. Deze zijn allemaal gebaseerd op de leer van Confucius. Het Vietnamees, dat weliswaar van een geheel andere taalfamilie afstamt dan het Chinees, werd geschreven in Chinese karakters totdat enkele westerlingen het Quoc ngu introduceerden. De naam, Dai Viet Quoc, was officieel erkend door de Chinese keizer.
Eerste onafhankelijke keizer thumb|Territoriale expansie (n.Chr.) van Vietnam in respectievelijk 900, 1100, 1475, 1650 en 1760 In 1010 vestigde de eerste onafhankelijke keizer van de Ly dynastie zich in Thang Long (het hedendaagse Hanoi). In 1471, na een langzame expansie naar het zuiden van hedendaags Vietnam, veroverde een leger van de Le-dynastie de belangrijkste gebieden van het koninkrijk Champa rond het huidige Đà Nẵng. Hierdoor werd Champa gereduceerd tot enkele gebieden rond Nha Trang en uiteindelijk in 1822 volledig door Vietnam geannexeerd.
Oorlog met Lan Xang In 1477 raakte Vietnam ook verstrikt in een oorlog met Lan Xang in Laos. De Vietnamese keizer had gevraagd om haren van een witte olifant, die de koning van Lan Xang, Sao Tia Kaphat had. In plaats van haren stuurde de koning echter de uitwerpselen van de olifant. De Vietnamese troepen slaagden er uiteindelijk in om de hoofdstad Luang Prabang te veroveren maar werden uiteindelijk verdreven door een leger onder leiding van prins Souvanna Banlang en vernietigend verslagen. Hierna raakte keizer Chinh Hoa ongeveer in 1695 betrokken bij een opvolgingsconflict in Lan Xang. Hij steunde prins Sai Setthathirat II met een leger en hielp hem op de troon. Dit leidde echter tot het uiteenvallen van Lan Xang.
Vietnam viel ook regelmatig de buurstaat Xhieng Khuang (in hedendaags Laos) binnen. Xhieng Khuang was afwisselend een provincie en soms een vazalstaat van Vietnam, onder de naam Tran Ninh of van Lan Xang. In 1832 nam keizer Minh Mang de koning van Xhieng Khuang, Chao Suthakasuvannakuman, gevangen en liet hem executeren in Hué.
Verdrijven Khmer Ook werden de Khmer langzaam verdreven uit het zuiden van Vietnam. Zo dwong een Vietnamese koningin de Cambodjaanse koning Chettha II in 1620 om Vietnamezen toe te laten in de stad Prey Nokor, het hedendaagse Ho Chi Minhstad (Saigon). Dit proces werd tegen het einde van de 18e eeuw voltooid. Er bleven hierdoor vele Khmer achter in het zuiden van Vietnam - zij worden ook wel de Khmer Krom genoemd.
Handel in de middeleeuwen In 1535 stichtte de Portugees Antonio de Faria de eerste handelsnederzetting in Vietnam bij Faifo (tegenwoordig Hoi An), iets ten zuiden van Đà Nẵng. In het midden van de 17e eeuw heerste er een burgeroorlog in Vietnam tussen de Trinh-familie in het noorden en de Nguyen-familie in het zuiden. De Europeanen profiteerden hiervan door aan beide zijden wapens te verkopen. Tegen het einde van de 17e eeuw werden Engelsen en Fransen de belangrijkste handelaren. De Portugezen bleven in hun oude nederzetting bij Faifo. De Europese missionarissen waren succesvol, ze slaagden erin tienduizenden Vietnamezen om uiteenlopende redenen te bekeren. De Vietnamese keizers zagen dit met argusogen aan en bij tijd en wijle werden de christenen vervolgd, dan weer getolereerd.
Franse invloed Aan het einde van de 18e eeuw in 1772 begon de Tay Son-rebellie tegen de heerschappij van de Le-dynastie. Deze opstand mislukte uiteindelijk en leidde tot de komst van de eerste keizer van de Nguyen-familie, Gia Long. Hij werd geholpen bij het terugwinnen van de macht door de Franse priester Pierre Pigneau de Behaine. Mede hierdoor werd de Franse interesse in Vietnam verder aangewakkerd. Ondertussen was Vietnam twee keer van naam veranderd; in 1804 in Viet Nam Quoc (Vietzuidland/-rijk) en op 15 februari 1839 in Dai Nam Quoc (Groot zuidland/-rijk). De vervolging van Franse missionarissen door keizer Tu Duc was voor de Fransen de directe aanleiding om op 5 juni 1862 Cochin China over te nemen als kolonie.
Op 25 augustus 1883 werden de twee andere delen van het land, Annam en Tonkin, protectoraten van Frankrijk. De Fransen schaften het gebruik van de naam Vietnam volledig af in alle documenten. De inwoners van Cochin China, Annam en Tonkin werden vanaf dat moment door de Fransen Annamieten genoemd. Vervolgens werd op 17 oktober 1887 de Unie van Indochina gevormd, behalve Cochin China, Annam en Tonkin gingen ook Cambodja en Laos hiervan deel uitmaken.
De koloniale economie was gericht op de export van grondstoffen (steenkool, tin en zink) en landbouwproducten (rijst, rubber, thee en peper). De inwijking van Europeanen bleef steeds erg beperkt.
Tweede Wereldoorlog Japan veroverde Indochina in september 1940, maar liet het koloniale bestuur daar de facto zitten. Dat was gelieerd met het collaborerende Vichy-Frankrijk. In deze situatie ontstond in 1941 een verzetscoalitie van communisten en nationalisten. De Vietminh streed tegen de kolonisator en tegen Japan. Van 9 maart 1945 tot 15 augustus 1945 werd het gebied alsnog volledig bezet, en op 12 juni 1945 liet Japan keizer Bảo Đại het Vietnamese keizerrijk uitroepen. Dit duurde maar kort. Op 30 augustus 1945 kwam met de komst van de geallieerden een einde aan het keizerrijk.
De geallieerden waren echter onderling verdeeld over de vraag wat er met Indochina moest gebeuren. Generaal De Gaulle gaf al in januari 1944, op de Conferentie van Vrije Fransen te Brazzaville, aan dat onafhankelijkheid geen optie was: zelfs autonomie moest "tot in de verre toekomst worden uitgesloten". De Amerikaanse president Roosevelt daarentegen vond dat de koloniale situatie beëindigd moest worden, hoewel ook hij niet voor onafhankelijkheid was. In plaats daarvan stelde hij een 'trustpact' voor tussen Indochina en een derde land. Roosevelt raakte echter in conflict met Churchill over Brits-Indië, en wilde niet in een dergelijk conflict raken met De Gaulle. Toen het einde van zijn leven naderde, stelde hij de kwestie uit, zonder instructies voor zijn opvolger Truman achter te laten. (1984). De mars der dwaasheid. Amsterdam/Brussel: Elsevier (uitgeverij). Hoofdstuk 5.
Onafhankelijkheid thumb|Ngo Dinh Diem thumb|Bombardement door de VS in Vietnam Hồ Chí Minh, de leider van het Viet Minh-verzet, riep op 2 september 1945 in Hanoi de onafhankelijkheid uit van de democratische republiek Vietnam. Op 6 maart van het volgend jaar bereikte hij een akkoord met de Fransen over een verregaande autonomie binnen het kader van een Union française. Dit akkoord was van korte duur. Met het Franse bombardement op Hải Phòng op 23 november 1946 vervloog alle hoop op een vreedzame oplossing.
Eerste Indochinese Oorlog
De Eerste Indochinese Oorlog (ook bekend als de Franse Indochinese Oorlog, Anti-Franse Oorlog, Frans-Vietnamese Oorlog, Frans-Vietminh Oorlog, Indochinese Oorlog, Vuile Oorlog in Frankrijk, en Anti-Franse Verzetsoorlog of Franse Oorlog in hedendaags Vietnam) werd uitgevochten in de Unie van Indochina van 6 december 1946 tot 1 augustus 1954. Vanaf 1949 kreeg deze oorlog in het kader van de Koude Oorlog een internationale dimensie. De Amerikanen steunden de Fransen tegen de communistische Viet Minh, die op zijn beurt steun kreeg van China. Na de vernederende nederlaag van de Fransen in Điện Biên Phủ in mei 1954 werd de voorlopige verdeling in twee zones: Noord-Vietnam en Zuid-Vietnam geformaliseerd op 21 juli 1954 in de akkoorden van Genève. De 17e breedtegraad vormde de scheidingslijn.
Tweede Indochinese Oorlog
De Tweede Indochinese Oorlog, in het Westen meestal aangeduid als Vietnamoorlog en binnen Vietnam Amerikaanse Oorlog genoemd, was een oorlog tussen het op de Verenigde Staten georiënteerde Zuid-Vietnam en het op de Sovjet-Unie en China georiënteerde Noord-Vietnam. De oorlog volgde op de Eerste Indochinese Oorlog en duurde van 1 november 1955 tot 30 april 1975.
Amerikaanse inmenging Na een lange oorlog tegen eerst de Fransen en later de Amerikaanse troepen, die gestuurd waren om Zuid-Vietnam bij te staan, werd Vietnam op 2 juli 1976 officieel herenigd als de socialistische republiek Vietnam.
De regering van de Verenigde Staten weigerde echter de nieuwe staat te erkennen en stelde samen met andere westerse landen een boycot in. Al in januari van 1977 echter begonnen de Verenigde Staten via afgezant Richard Holbrooke gesprekken met de Vietnamese regering om het land te erkennen. In juni 1978 werd Vietnam lid van de Comecon en in november van dat jaar sloot Vietnam een vriendschapsverdrag met de Sovjet-Unie, wat door China als een bedreiging werd gezien.
De Vietnamese regering begon meteen met een politiek van zuiveringen, waarbij "collaborateurs", ex-overheidsfunctionarissen en katholieken het moesten ontgelden. Vanaf december 1978 vluchtten Vietnamezen, waaronder veel etnische Ho-Chinezen, in bootjes naar andere landen (bootvluchtelingen). Reeds in 1974 en 1975 waren vele Zuid-Vietnamezen al gevlucht. Zo kwam ook een grote groep Vietnamezen naar Europa. Door de boycot en de chaos in het land heerste er eind jaren 70 en begin jaren 80 grote armoede.
De onrust in Vietnam had in de 20e eeuw twee vluchtelingenstromen veroorzaakt: Van het noorden naar het zuiden in de jaren 50; Van het zuiden naar het buitenland in de jaren zeventig.
Oorlog met Cambodja
Op 25 december 1978 viel Vietnam Cambodja binnen. In dat land waren de Rode Khmer aan de macht, die verscheidene malen Vietnam hadden aangevallen om het oude Khmergebied Kampuchea Krom te heroveren. Bij deze invallen op Vietnamees grondgebied hadden de Khmers soms hele dorpen uitgemoord. Vietnam bezette in 1979 geheel Cambodja en stelde een regering aan om dat land te besturen. Dit zou Vietnam op lange termijn veel schade berokkenen omdat het land hierdoor betrokken raakte in een langdurige guerrillaoorlog. Vietnam moest nu bovendien een miljarden verslindend groot leger op de been houden.
Chinees-Vietnamese Oorlog