Het Driekoningenschrijn (Duits: Dreiköningenschrein) is een twaalfde/dertiende-eeuws reliekschrijn waarin de vermeende stoffelijke resten van de drie koningen (of wijzen) worden bewaard. Sinds 1164 bevinden deze relieken zich in Keulen, vanaf circa 1225 in een rijk versierd schrijn in de Dom van Keulen. Het Driekoningenschrijn geldt als een meesterwerk van middeleeuwse edelsmeedkunst.
Geschiedenis Verwerving van de relieken Volgens een legende zou de heilige Helena van Constantinopel, de moeder van de Romeinse keizer Constantijn de Grote, omstreeks 325 tijdens een reis door de Levant de resten van de drie koningen hebben gevonden. De stoffelijke overblijfselen, in de vorm van beenderen en kledingresten, werden meegenomen naar Constantinopel. Deze relikwieën werden volgens de overlevering door de zoon van Constantijn, keizer Constans I, in 344 aan de stad Milaan geschonken. De Milanese bisschop Eustorgius I zou ze in een ossenwagen hebben opgehaald.
thumb|Lege sarcofaag van de drie koningen in de Basilica di Sant'Eustorgio Pas in 1158 wordt een verifieerbare melding gemaakt van de relieken. De Franse abt Robert van de abdij van Mont Saint-Michel noteerde in dat jaar dat de lichamen van de drie koningen in een kerk even buiten Milaan werden bewaard. Andere berichten bevestigen dat de relieken zich toen al eeuwenlang in deze Basilica di Sant'Eustorgio bevonden. Omdat Milaan in deze periode belegerd werd door de Duitse keizer Frederik Barbarossa, had men daar uit veiligheidsoverwegingen de relieken van de drie koningen binnen de stadsmuren van Milaan gebracht, waar ze tijdelijk bewaard werden in de klokkentoren van de kerk van San Giorgio al Palazzo.
Na de overwinningen van Frederik Barbarossa in Lombardije, werden de resten van de drie koningen in 1164 door de Keulse aartsbisschop Reinald van Dassel (ca. 1120-1167) naar Keulen overgebracht.
In de eeuwen die volgden werd van Milanese zijde herhaaldelijk verzocht om teruggave van de drie koningen, maar tevergeefs. In 1903/04 werden wel enkele botfragmenten aan het aartsbisdom Milaan geschonken, die thans in de Sant'Eustorgiobasiliek worden bewaard.
Ontstaan van het schrijn De relieken trokken al gauw pelgrims van heinde en ver. Aartsbisschop Filips I van Heinsberg (1130-1191), de opvolger van Reinald van Dassel, besloot ze daarom in een rijk bewerkt reliekschrijn te plaatsen. Voor dat doel wist hij een van de beroemdste edelsmeden uit de middeleeuwen, Nicolaas van Verdun (ca. 1130-1205), naar Keulen te halen. Hij begon in 1180 met de vervaardiging; anderen maakten het werk af. In 1225 was het schrijn klaar.
Keulen werd mede door de relieken van de drie koningen en het spectaculaire schrijn waarin ze bewaard werden een belangrijk bedevaartsoord, hetgeen het domkapittel extra inkomsten opleverde. Aanvankelijk stond het reliekschrijn opgesteld in de Karolingische voorganger van de huidige Dom, de zogenaamde Hildebolddom. Om het grote en kostbare reliekschrijn een waardiger onderkomen te geven, werd in 1248 een begin gemaakt met de bouw van een nieuwe gotische kathedraal, de nog bestaande Dom. De bouw daarvan duurde 632 jaar. Het is nu de grootste gotische kerk in Noord-Europa.
thumb|left|130px|Ptolemaeus-camee Door de eeuwen heen werd het schrijn zorgvuldig bewaard door de custos, de schatbewaarder van de Dom. Desalniettemin raakte het schrijn beschadigd, vooral door diefstal van de vele edelstenen waarmee het schrijn versierd was. Zo vond in 1574 een spectaculaire roof van verschillende edelstenen en parels plaats, waaronder de beroemde Ptolemaeus-camee. Deze uit zeventien lagen bestaande camee uit de derde eeuw voor Christus bevat een dubbelportret van de Egyptische koning Ptolemaeus II Philadelphus en zijn vrouw Arsinoë I. In 1586, twaalf jaar na de diefstal, werd de camee in Rome aangeboden aan Fulvio Orsini. De camee was tijdens de roof gebroken, maar werd gerepareerd en in een gouden frame geplaatst. Het lukte het Keulse domkapittel niet om het sieraad terug te krijgen. Vanaf 1586 bevond de camee zich in de keizerlijke collectie in Wenen, thans in het Kunsthistorisches Museum.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het schrijn uit de Dom verwijderd en in veiligheid gebracht. De laatste restauratie vond plaats tussen 1961 en 1973.
In de jaren 1980 werden de vermeende kledingresten van de drie koningen onderworpen aan wetenschappelijk onderzoek. Volgens de uitkomsten van het onderzoek dateert het textiel uit de 2e of 3e eeuw na Christus.
Beschrijving thumb|Opstelling van het schrijn zodat men eronderdoor kan lopen Het Driekoningenschrijn is ongeveer 110 cm breed, 153 cm hoog en 220 cm lang. Het heeft de vorm van een drieschepige basilica ofwel een drievoudig reliekschrijn, waarbij twee schrijnen als het ware naast elkaar zijn geplaatst en het derde op de nok van hun daken rust. Het schrijn bestaat uit een houten kern die bedekt is met goud, zilver en verguld koper, versierd met filigraanwerk, email en edelstenen.
De relikwieën van de drie koningen zijn in het onderste deel van het schrijn geplaatst, terwijl de martelaren Felix en Nabor zich in het kleinere bovenste deel bevinden.
Het schrijn staat in een beveiligde glazen vitrine achter het hoogaltaar op het priesterkoor. Het is stevig verankerd op een stellage die hoog genoeg is om eronderdoor te lopen. Het schrijn wordt omringd door offerkaarsen en vierentwintig lampen. Boven het schrijn hangt een grote kroonluchter die het Hemelse Jeruzalem symboliseert.
Decoratie De gehele buitenkant van het schrijn is bedekt met decoraties. Er zijn in totaal 74 figuren in hoogreliëf van verguld zilver, exclusief de kleinere figuren in de achtergronddecoratie. Aan de zijkanten sieren afbeeldingen van Bijbelse profeten het onderste deel, terwijl afbeeldingen van apostelen en evangelisten het bovenste deel sieren. Het schrijn bevat meer dan duizend edelstenen, waaronder diverse cameeën en gemmen, sommige meer dan tweeduizend jaar oud. Van de 304 gegraveerde edelstenen zijn er 142 oorspronkelijk; de andere zijn later toegevoegd.
Voorgevel
De voorkant van het schrijn, voltooid kort na 1200, doet denken aan de façade van een kathedraal. De figuren hier zijn gemaakt van puur goud. Dit gedeelte bevat de kostbaarste edelstenen, voor een deel vervangen na de roof in de 16e eeuw. Onderaan, van links naar rechts, zijn afbeeldingen te zien van de Aanbidding der Koningen, de tronende maagd Maria met het kindje Jezus, en de Doop van Jezus, en daarboven de tronende Christus bij het Laatste Oordeel. Een trapeziumvormig venster biedt de bezoeker de mogelijkheid om de relieken te bekijken door een traliewerkrooster. Op de afdekplaat van dit rooster staan de namen van de koningen: Caspar, Balthasar en Melchior. Wanneer het deksel wordt verwijderd, worden de gekroonde schedels van de drie koningen zichtbaar.
De huidige voorkant is gewijzigd sinds het oorspronkelijke ontwerp van Nicolaas van Verdun. Het oorspronkelijke ontwerp is echter onbekend. De camee van Ptolemaeus, de engelen en de rij kronen in de boogvelden zijn niet gerealiseerd of later verwijderd; de figuur van Otto IV is volgens het oorspronkelijke ontwerp uitgevoerd, afgezien van het kleine gouden doosje dat hij vasthoudt.
Achtergevel Aan de achterkant is de gevel van het schrijn verdeeld in drie zones: een onderste, een middelste en een bovenste zone. De staande figuur van Jeremia scheidt de scènes van de geseling en de kruisiging in de onderste zone. Boven de figuur van Jeremia, in de middelste zone, bevindt zich onder andere de buste van Rainald van Dassel, de Keulse aartsbisschop die de relieken van de drie koningen naar Keulen haalde. In de bovenste zone is de verrezen Christus te zien die de martelaren Felix en Nabor, twee Noord-Afrikaanse heiligen, kroont. Christus in majesteit wordt afgebeeld met het Boek des Levens in zijn linkerhand, terwijl zijn rechterhand omhoog is geheven voor het vellen van een oordeel.Het Latijnse opschrift langs de binnenrand van de gevel luidt: ADVENIO DIGNOS SALVARE FERIRE MALIGNOS ERGO BONI METITE FELICIA GAVDIA VITE ITE REI VOS IRA DEI TRANSMITTIT IN IGNem QUISQue METIT QUOD ProMERVIT SUB IUDICE IVSTO. Vertaald: "Ik kom om de waardigen te redden, om de boosaardigen te treffen. Meet daarom het goede, het geluk, de vreugde en het leven, want de toorn van God zal u in het vuur werpen, ieder die meet wat hij voortbrengt onder een rechtvaardige rechter."
Zijgevels Aan de zijkanten bevinden zich twee rijen arcades die het onderste en bovenste deel met elkaar verbinden. De figuren van de profeten sieren het onderste deel, terwijl de apostelen en evangelisten het bovenste deel sieren. Ze worden geïdentificeerd door middel van opschriften. Alle figuren zijn van verguld zilver. Een cherubijn met de naam Plenitiudo Scientiae (Overvloedige Wijsheid) zit in het midden tussen de apostelen. Aan de ander kant zit een serafijn met de naam Ardens Caritate (Vurige Liefde).
Trivia Marco Polo vermeldde eind 13e eeuw dat hij de graven van de Drie Wijzen uit het Oosten in de Iraanse stad Saveh had gezien.
Externe links Het Driekoningen-reliekschrijn De relikwieën van de Drie Koningen in de Keulse Dom (archive)
Categorie:Reliekschrijn Categorie:Driekoningen Categorie:Edelsmeedkunst Categorie:Maaslandse kunst Categorie:12e-eeuwse beeldende kunst Categorie:Christelijke kunst Categorie:Kunst in Keulen Categorie:Dom van Keulen