Albert Helman, pseudoniem van Lodewijk (Lou) Alphonsus Maria Lichtveld (Paramaribo, 7 november 1903 – Amsterdam, 10 juli 1996), was een Nederlands-Surinaamse schrijver, politicus en verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog.
thumb|links|De Surinaams-Nederlandse historicus Hans Ramsoedh en de Surinaamse schrijver Albert Helman in 1994. Levensloop Jeugdjaren Lodewijk (Lou) Lichtveld, die later vooral onder zijn pseudoniem Albert Helman bekend zou worden, was afkomstig uit de gekleurde elite van Suriname en was gedeeltelijk van Karibisch indiaanse afkomst. Hij kwam als jongen van twaalf naar Nederland om aan het Limburgse internaat Rolduc van het Klein Seminarie te Roermond de priesteropleiding te gaan volgen, maar hield hier al spoedig mee op en ging teruggekeerd in Suriname een muziekopleiding volgen, waarna hij werkzaam was als organist en componist. In 1922 kwam hij weer naar Nederland, waar hij de kweekschool volgde en daarna musicologie studeerde. Hierna werd hij journalist en muziekrecensent en sloot zich aan bij een groep jonge katholieken rond het tijdschrift De Gemeenschap, waar hij van 1925-1931 redacteur van was. Later zou hij zich echter van de kerk afkeren. Zijn biografie van de peetvader van de 'jong-katholieken', de monnik Pieter van der Meer de Walcheren, vormt enerzijds een verantwoording van de verschillende wegen die zij gingen, maar is tegelijkertijd een getuigenis dat dit vriendschap niet in de weg hoeft te staan. "Vriendschap overbrugde onze verschillen in levensopvatting, of misschien waren deze opvattingen, ontdaan van formuleringen, codes en hun praktische implicaties, in wezen niet eens zo verschillend".
1926-1945 Als auteur debuteerde hij in 1926 met Zuid-Zuid-West, een roman over Suriname en de verwaarlozing en uitbuiting ervan door de Nederlandse kolonisator, gevolgd door een vergelijkbaar boek qua thema, de Stille Plantage. Vele andere romans, essays en gedichten zouden volgen. Ook hield hij zich bezig met film. Zo schreef hij o.a. de muziek voor Regen (1929) van Joris Ivens. In 1932 ging Helman in Spanje wonen. Hij vocht aan republikeinse zijde mee in de Spaanse Burgeroorlog. Voor de kranten NRC en de Groene Amsterdammer schreef hij verslagen over de overlevingsstrijd van de republiek tegen de nationalistische fascisten van generaal Francisco Franco. In 1937 ontvluchtte Helman het land, nadat hij vanwege zijn artikelen zwaar was geïntimideerd. Via Frankrijk bereikte hij Nederland, vanwaar hij naar Mexico vertrok. In 1939 keerde hij terug in Nederland. Hier trok hij zich het lot van de Joodse vluchtelingen aan die vanuit Duitsland naar Nederland kwamen. In opdracht van het Comité voor Bijzondere Joodse Belangen schreef hij het boek Millioenen-leed.
Helman dook aan het begin van de oorlog onder (bij Nico Donkersloot), omdat hij zo bekend was als antifascist dat hij niet langer in het openbaar kon verschijnen. Actief in het verzet vervalste hij persoonsbewijzen, publiceerde verzetsverzen en protesteerde bij rijkscommissaris Seyss-Inquart tegen de oprichting van de zogenaamde Kultuurkamer waar kunstenaars lid van moesten worden. Hij schreef in het illegale blad Vrije Kunstenaar en werd, nadat beeldhouwer en verzetsman Gerrit van der Veen in 1944 opgepakt was, diens opvolger in de redactie. In oorlogstijd gebruikte hij veel pseudoniemen als Joost van den Vondel, Friedrich W. Nietzsche, Hypertonides en Nico Slob. Hij was lid van de Grote Raad van de Illegaliteit en het NoodparlementInterview door Joos Florquin in 'Ten huize van..' Davidsfonds, Leuven 1978 via DBNL. Gearchiveerd op 29 september 2020.
thumb|Helman (1980) 1945-1993 Na de oorlog vond Helman literair geen aansluiting bij de generatie van Willem Frederik Hermans c.s. Over de polemiek met Hermans: , 'Polemiek - Generatiewissel met wapengekletter: Hermans versus Helman' in: Zwarte pracht; Cultuur uit de voormalige Nederlandse koloniën. Amsterdam: Uitgeverij Van Oorschot, 2025, p. 156-160, . Niettemin schreef Helman juist in de naoorlogse jaren enkele van zijn beste boeken, waaronder zijn enige bekroonde roman: De laaiende stilte (1953).
thumb|links|Albert Helman mural in Paramaribo In 1949 keerde hij terug naar Suriname waar hij landsminister van Onderwijs en Volksontwikkeling en tevens landsminister van Volksgezondheid werd. In deze tijd raakte hij verzeild in de zogenaamde Hospitaalkwestie, die uiteindelijk in januari 1951 tot zijn politieke val leidde. Later vervulde hij tal van functies, onder meer voorzitter van de Rekenkamer van Suriname en directeur van het Bureau Volkslectuur. In 1961 werd hij als Gevolmachtigd Minister verbonden aan de Nederlandse ambassade in Washington en opgenomen in de delegatie van het Koninkrijk bij de Verenigde Naties, specifiek ter behartiging van de Surinaamse belangen. Na zijn pensionering vestigde hij zich op Tobago, en later in het Italiaanse Airole en ten slotte in Amsterdam-Buitenveldert, alwaar hij op 92-jarige leeftijd overleed. De laatste jaren van zijn leven was hij nagenoeg blind. Hij bleef tot op hoge leeftijd schrijven. In zijn werk neemt het land Suriname een belangrijke plaats in, hoewel hij zich altijd nadrukkelijk als kosmopoliet heeft opgesteld.
Familie Lichtveld trouwde op 20 juli 1927 met Leni Mengelberg (1903-1984).Huwelijk op 15 juli (huw.akte De Bilt 1927 no.45) Zij kregen drie kinderen: Cecilia (1928-2018), Noni (1929-2017) en Peter Lichtveld (1930-2010). De verhuizing naar Barcelona in 1932 had als voordeel dat het er goedkoper wonen was, want er konden groenten verbouwd worden. Om extra inkomsten te genereren schreven ze onder het gemeenschappelijk pseudoniem Marion Bekker kookboeken. Lichtveld had voor zover bekend twee buitenechtelijke relaties tijdens dit huwelijk, dat in 1937 eindigde in een echtscheiding.Echtscheiding in 1939 (aantekening op huw.akte De Bilt 1927 no.45)
Zijn broer Frans Lichtveld (1907-1991) was ook minister. Zijn zus Agnes Lichtveld (1913-1996) was de moeder van musicus en theatermaker Lodewijk de Boer (1937-2004). Zijn vrouw was een nicht (oomzegger) van de dirigent Willem Mengelberg (1871-1951).
Werken De glorende dag (Amsterdam 1923) [onder de naam: Lodewijk Lichtveld] (Digitale versie) Zuid-zuidwest (Utrecht 1926) (Digitale versie) Van pij en burnous. Een bundel reisschetsen (met Albert Kuyle) (Utrecht 1927) (Digitale versie) Mijn aap schreit. Een korte roman (Utrecht 1928) (Digitale versie) Seven manieren van minne van Beatrijs van Nazareth; in Nieuwnederlandsch overgebracht door Albert Helman (Utrecht, 1928) (Digitale versie) Voorjaarsmode. Een eenactertje (Utrecht, 1928) Hart zonder land (Utrecht 1929) (Digitale versie) Serenitas. Roman (Utrecht 1930) (Digitale versie) De stille plantage ('s-Gravenhage 1931) 1978: (Digitale versie) Overwintering. Spel in drie bedrijven (Rotterdam 1931)Albert Helman, Kunstbus Op zoek naar de spin (1931) (in: De West-Indische Gids 12, p. 209-230, 305-324) [onder de naam: Lou Lichtveld] Wij en de literatuur (Utrecht 1931) (essay) (Digitale versie) Het euvel Gods (Rotterdam 1932) (Digitale versie) De geluidsfilm (Rotterdam 1933) [essay] [onder de naam: Lou Lichtveld] (Digitale versie) Waarom niet (Rotterdam 1933) (Digitale versie) Orkaan bij nacht (Rotterdam 1934) (Digitale versie) De dolle dictator. Het ondoorgrondelijke leven van Juan Manuel de Rosas (Rotterdam 1935) (Digitale versie) Aansluiting gemist (Rotterdam 1936) (Digitale versie) Ratten (Rotterdam 1936) (Digitale versie) De kostbare dood (Hilversum 1936) (Digitale versie) 's Mensen heen- en terugweg (Rotterdam 1937) (Digitale versie) De sfinx van Spanje. Beschouwingen van een ooggetuige (Rotterdam 1937) [essay] [onder de naam: Lou Lichtveld] (Digitale versie) Het vergeten gezicht (Rotterdam 1939) (Digitale versie) Millioenen-leed. De tragedie der Joodse vluchtelingen (Arnhem 1940) (Digitale versie) De rancho der X mysteries (Amsterdam 1941) (Digitale versie) [Duitse vertaling: Der Rancho der zehn Mysterien, Zürich 1949] De dierenriem. Proza (Amsterdam, 1941) (Digitale versie) Leef duizend levens. Inleiding tot het lezen van romans (Amsterdam 1941) [essay] [onder de naam: Lou Lichtveld] (Digitale versie) Aldus sprak Zarathustra door Friedrich Nietzsche. Mystificatie: bevat 4 essays door Albert Helman; in 1946 (aangevuld met inl. en slothoofdstuk) heruitgeg. o.d.t. Teutonenspiegel (Driebergen, 1944) (Digitale versie) Rei van smeeckelingen door Joost van den Vondel. Mystificatie. Bevat in werkelijkheid een gedicht van Lou Lichtveld (= Albert Helman) (Digitale versie) Sebastiaan (Arnhem 1944) (Digitale versie) Te geef (Amsterdam 1944) [verzen] (Digitale versie) Suriname aan de tweesprong (Amsterdam 1945) [onder de naam: Lou Lichtveld] Ontsporing (Amsterdam 1945) [verzen] (Digitale versie) Vrij volk. Herdenkingsstuk bij de bevrijding van ons land in mei 1945, ontworpen door Albert Helman; geschreven door Albert Helman ... et al.; ingel. door Maurits Dekker en Albert Helman. Proclamatie. (Amsterdam, 1945) (Digitale versie) Een doodgewone held. De levensgeschiedenis van Gerrit-Jan van der Veen, 1902-1944 (Amsterdam 1946) [essay] Teutonenspiegel. Een les in literatuur-geschiedenis (Amsterdam 1946) [essay] (Digitale versie) Kleine Kosmologie (Amsterdam 1947) (Digitale versie) Omnibus. Bevat: Mijn aap schreit; Hart zonder land; Ratten; Het euvel Gods; 's Mensen heen- en terugweg; Komische kosmos (Amsterdam 1947) (Digitale versie) Afdaling in de vulkaan (1949) (Digitale versie) [Duitse vertaling: Sturz in den Vulkan, Zürich 1953] De eeuwige koppelaarster (Amsterdam 1949) [essay] Drie liederen (1949) [verzen] Geschiedenis en Ontstaan der Foresterie (Paramaribo 1952) [onder de naam: J.B. Tenoten]Jannes H. Mulder (2006), De Ancient Order of Foresters in Suriname, OSO. Tijdschrift voor Surinaamse taalkunde, letterkunde en geschiedenis De laaiende stilte (Amsterdam 1952) (Digitale versie) [Duitse vertaling: Glühende Stille Zürich 1955] De medeminnaars (Amsterdam 1953) (Digitale versie) Mijn aap lacht (Amsterdam 1953). Herz. ed. 1991: (Digitale versie) Spokendans (Amsterdam 1954) Rondom een Westindisch passiespel (Den Haag/Amsterdam 1956) (Digitale versie) Suriname: Spiegel der vaderlandse kooplieden (Zwolle 1958) Bacha. Het ezelsjong. Een Surinaase vertelling voor kinderen (1963) (Digitale versie) Onze nationale hoofdstad. Vier eeuwen Paramaribo (Amsterdam 1963) Zaken, zending en bezinning. De romantische kroniek van een tweehonderdjarige Surinaamse firma (Paramaribo 1968) Over 'nationale' letterkunde, in: Sticusa Journaal 4 (5), p. 3-6 (1974) (Digitale versie) Elf facetten van culturele interactie in Suriname (1976) [essay] De levensgeschiedenis van Gerrit-Jan van der Veen 1902-1944 (Baarn 1977) Facetten van de Surinaamse samenleving (Zutphen 1977) (Digitale versie) Cultureel mozaïek van Suriname. Bijdrage tot onderling begrip (Zutphen 1977) (Digitale versie) Verzamelde gedichten (Brugge 1979) Waar is Vrijdag gebleven? Drie studies over een klein eiland. Zutphen, De Walburg Pers, 1983 (Digitale versie) Suriname: Spiegel der vaderlandse kooplieden (Den Haag 1980) [2de herziene druk] Het eind van de kaart. Journaal van een kleine ontdekkingstocht in twee binnenlanden, anno 1955 (Amsterdam 1980) [essay] (Digitale versie) Tony van Verre ontmoet Albert Helman. Uit het leven van een dwarsliggende Indiaan (Bussum, 1980) Vriend Pieter. Het levensavontuur van Pieter van der Meer de Walcheren [biografie] (Brugge en Nijmegen 1980). Semi-finale, verzen ('s-Gravenhage 1982) (Digitale versie) Avonturen aan de Wilde Kust. De geschiedenis van Suriname met zijn buurlanden (Alphen aan den Rijn 1982) (Digitale versie) Gebed voor de ezels en andere gedichten. Met tekeningen van Ton de Laat (Heusden 1982) Vertaling van Aphra Behn, Oroenoko, met een nawoord van 104 pagina's over Behns leven en werken (Amsterdam 1983) Waar is Vrijdag gebleven? Drie studies over een klein eiland (Zutphen 1983) (Digitale versie)