miniatuur|La réunion chez le notaire, schilderij van de Belgische schilder Frans Meerts. Een notaris is een jurist en openbaar ambtenaar, benoemd door de overheid, die bevoegd is om authentieke akten te verlijden in de gevallen waarin de wet aan hem of haar die bevoegdheid toekent en een partij dit van hem verlangt. Het beroep van notaris bestaat in landen met een continentaal rechtsstelsel en gaat minstens terug tot het Byzantijnse Rijk. Gedurende de latere periode van het feodalisme werden in meerdere regio's van de Lage Landen de taken die nu de notaris verricht, ook door de schepenen afgehandeld.
Nederland Algemeen Het notarisambt was tot 1999 geregeld in de (voorgaande) Wet op het notarisambt (Wna) van 1842. Deze wet maakte een einde aan de situatie dat het notarisambt tot het privé-vermogen hoorde en als zodanig kon worden verkocht en middels erfopvolging kon worden doorgegeven. Daarmee kwam ook een einde aan het gebruik de door de notaris opgestelde akten in een privé-archief te bewaren en geheim te houden. Alle akten werden stapsgewijs overgebracht naar het Rijksarchief en opengesteld voor onderzoek. Sinds 1842 is het beroep niet langer een activiteit als koopman, waar het eigen belang om winst te maken voorop kon worden gezet, maar om een ambt met een sociale functie, het dienen van het algemeen belang, waarop in het algemeen belang toezicht wordt gehouden door de staat. Met het loslaten van de verplichte vaste tarieven in de onroerendgoed- en de familiepraktijk in 1999 is dit beginsel niet losgelaten. Het ging om een verandering van de honorering, niet om een verandering in de aard van de openbare functie. Sinds 1999 is de Wet op het notarisambt gewijzigd en gemoderniseerd en geldt thans de Wet op het notarisambt van 1999.
Naast de wet bestaat er lagere regelgeving en zijn er interne beleidsregels.
Voor de uitoefening van ambt en beroep gelden als belangrijkste beginselen die van de onafhankelijkheid, onpartijdigheid, zorgvuldigheid en integriteit. Een notaris behartigt de belangen van alle bij een rechtshandeling betrokken partijen op onpartijdige wijze en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid en mag het ambt niet in dienstbetrekking uitoefenen (art. 17 Wna). Al dan niet betaalde nevenbetrekkingen moeten worden gemeld (art. 11 Wna). Een notaris mag niet handelen in strijd met hetgeen een goed notaris betaamt. Schendt een notaris de integriteitsnorm is dat minimaal tuchtrechtelijk laakbaar, kan dat civielrechtelijk onrechtmatig zijn, of als strafbaar feit worden gekwalificeerd. De beginselen zijn uitgewerkt in de Verordening beroeps- en gedragsregels en de Beleidsregel integere beroepsuitoefening. De beroepstitel notaris is beschermd en mag alleen onder bij de wet bepaalde voorwaarden worden gevoerd (art. 2 lid 2 Wna). Een notaris mag de vraag om een bij wet vastgelegde handeling voor iemand te verrichten in beginsel niet weigeren, dat heet ministerieplicht (art. 21 lid 1 Wna). Aan de andere kant is de notaris verplicht zijn dienst te weigeren wanneer naar zijn redelijke overtuiging of vermoeden de werkzaamheid die van hem verlangd wordt leidt tot strijd met het recht of de openbare orde, wanneer zijn medewerking wordt verlangd bij handelingen die kennelijk een ongeoorloofd doel of gevolg hebben of bij andere gegronde redenen voor weigering (art. 21 lid 2 Wna). De notaris is tot geheimhouding verplicht (art. 22 Wna) en tot het juist informeren en voorlichten van consumenten over de gevolgen van de rechtshandeling die ze willen verrichten en te waarschuwen voor eventuele risico's dat heet Belehrung.
Het verrichten van wettelijke werkzaamheden en werkzaamheden die de notaris in samenhang daarmee pleegt te verrichten, berust op een overeenkomst tussen notaris en cliënt.titel 5, Boek 6 BW
Naast de uitoefening van het ambt biedt de notaris ook adviesdiensten aan, de zogenaamde niet-ambtelijke werkzaamheden. Voor zover de notaris ambtshandelingen verricht, is zij bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1 van de Algemene wet bestuursrecht.
Notarissen zijn verplicht lid van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, een publiekrechtelijk lichaam. Ze staan onder tuchtrechtelijk toezicht van de Kamers van toezicht notariaat, beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, en onder financieel toezicht van het Bureau Financieel Toezicht.Besluit kamers van toezicht notariaat, website Nederlandse overheid Ook andere werkzaamheden dan die als notaris kunnen onder de gedragregels vallen.
Werkterreinen De wet heeft de notaris de bevoegdheid gegeven authentieke akten op te maken, met name op het gebied van: het personen- en familierecht (het opmaken van huwelijkse voorwaarden, echtscheidingsakten enz.) het erfrecht (het opmaken van testamenten, verklaringen van erfrecht, akten inroepen nietigheid testamentaire bepaling, akten van verdeling, erfovereenkomsten enz.) het onroerendezaakrecht (het opmaken van akten van levering, hypotheekakten, akten in het kader van een openbare veiling enz.) het rechtspersonenrecht (het opmaken van oprichtingsakten, statutenwijzigingen, akten van overdracht en uitgifte (emissie) van aandelen, akten van juridische fusie en -splitsing en dergelijke)
Daarnaast kunnen partijen de notaris ook vragen om andere akten voor hen in notariële vorm op te maken. Het gaat daarbij om akten die partijen anders als onderhandse akten zouden opmaken (meestal diverse soorten overeenkomsten).
De plaats van de notaris in de maatschappij miniatuur|Openbaar notaris in Leiden rond 1650, Gabriel Metsu, (The Leiden Collection) De wet schrijft de tussenkomst van de notaris bij het opmaken van een akte voor, als de notariële vorm vereist is voor de geldigheid van die akte. Dit vloeit voort uit de wijze waarop de notaris zijn werkzaamheden dient te verrichten en de waarborgen die de notaris daarbij biedt. Het gaat hierbij met name om: de adviserende taak en specifieke kennis van de notaris de onafhankelijkheid waarin de notaris zijn functie kan vervullen (vergelijk met de rechterlijke macht) de onpartijdigheid van de notaris de verplichting van de notaris om partijen gedegen voor te lichten over de gevolgen van de door hen te verrichten rechtshandelingen, ook wel 'Belehrungspflicht' geheten, zie hieronder. geheimhoudingsplicht, ook in rechtszaken en na overlijden van een cliënt, ook tegenover huwelijkspartner.Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 juni 2020, zaaknr. C/02/372060 / KG ZA 20-238Gerechtshof Amsterdam, 29 september 2005, zaaknr. 524/2004 NOT de verplichtingen van de notaris omtrent de wijze van opstellen, registreren en bewaren van de akten.
De notariële akte is vooral bedoeld om een grote rechtszekerheid te hebben. In het bewijsrecht geldt de notariële akte als dwingend bewijs, en men heeft een aanzienlijk sterkere positie dan bij een niet-notariële akte (een onderhandse akte).
Ook in gevallen waarin de wet niet de tussenkomst van de notaris verplicht, kan het daarom nuttig zijn om een notaris in te schakelen. Indien twee partijen een overeenkomst hebben bereikt, bijvoorbeeld over de betaling van een geldsom voor de koop van een goed, dan kan deze overeenkomst notarieel worden vastgelegd. Het voordeel hiervan voor een benadeelde partij is de executoriale kracht van de notariële akte. Komt een van beide partijen de overeenkomst niet na, dan kan de andere partij direct (executoriaal) beslag leggen op de goederen of bankrekening van de partij die in gebreke blijft en hoeft dus niet eerst een procedure op te starten bij de rechter. Het is wel mogelijk tegenbewijs te leveren.
Houding notariaat tijdens bezetting door nazi-Duitsland Snel na de inval door de legers van nazi-Duitsland en de capitulatie, bereikte het Nederlandse bestuur overeenstemming met de bezetter over vergaande samenwerking.K. Meijer (Kor) (2008-12-19), E 100 en de naoorlogse rechtspraak met betrekking tot onroerend goed (dissertatie) Universiteit van Rotterdam Het notariaat volgde de gedragslijn van de meeste andere functionarissen in het openbaar bestuur, in tegenstelling tot de Belgische collega's was in Nederland geen sprake van lijdelijk verzet, weerstand of dienstweigering. Onderzocht is de rol van het notariaat bij de grootschalige onteigening van onroerend goed van Joodse burgers en doorverkoop via een stroman om kopers te misleiden. Daaruit blijkt dat ruim de helft van de 850 Nederlandse notarissen zich vanaf 1941 schuldig heeft gemaakt aan het op brede schaal formaliseren van onrecht. Op aandringen van de Koninklijke Notariële Broederschap werd de onafhankelijke positie van het notariaat verlaten door het conformeren aan verordeningen en beleid van de Duitse bezetter, het persoonlijke geweten moest worden uitgeschakeld. De Broederschap voorzag de racistische verordeningen van uitleg waardoor de ontrechtingen efficiënt konden verlopen.Klein voorbeeld: "Een hypotheek is Joods als de crediteur Joods is" Na de oorlog is de beroepsgroep niet gezuiverd, er werd een compromis gesloten met de regering dat iedereen in ambt bleef en een deel van de oorlogswinsten in een fonds werd gestort.Met uitzondering van 7 notarissen die lid waren van de NSB Achteraf waren veel notarissen van mening dat het passeren van de akten principieel onjuist was geweest, de Amsterdamse ring schreef in het jaarverslag 1947:
Enkele notarissen waarschuwden al tijdens de oorlog dat de akten na de oorlog nietig zouden worden verklaard, waaronder Klaas Abma, die ook als redacteur bij het verzetsblad Nederland vrij! werkte en de latere hoogleraar Anton Lubbers. Van andere (kandidaat-)notarissen is bekend dat ze een actieve bijdrage leverden aan de georganiseerde weerstand tegen nazi-Duitsland, 17 (kandidaat-)notarissen werden om die reden door de nazi's vermoord, 7 anderen vanwege hun geloof.Genoemd zijn: Gerrit Ruys (Amsterdam), Eduard Brouwer (Apeldoorn), Gerrit Bleeker (Leeuwarden), Gerrit-Jan van den Boogerd (Brielle), Adriaan van Bergeijk (Zuidland), Johannes Mulder (Hoogeveen), Herman Walter (Apeldoorn), Freerk Siemon Wolters (Bedum) en Constantijn Böhtlingk (Arnhem). Josef Arnold ('Joep') Tromp, notaris te Deurne, richtte met de heer J.P. Kroon het Trompfonds op dat aanvankelijk geld inzamelde voor Nederlandse zeevarenden die in dienst van de geallieerden waren gekomen en later in het algemeen voor onderduikers en hun gastgezinnen. Professor Emile Luijten was leider van de groep-Wijchen, onderdeel van de Nederlandsche Unie, hij dook onder maar werd opgepakt en in Duitse arbeidskampen te werk gesteld.
Rol notariaat totstandkoming wet op het erfrecht