thumb|Standbeeld Hermann Hesse op de Nikolausbrücke in Calw van de beeldhouwer Kurt Tassotti thumb|Het geboortehuis van Hesse in Calw thumb|Schrijfmachine van Hermann Hesse thumb|Schrijftafel van Hesse, nu in Gaienhofen thumb|Ernst Würtenberger: Hermann Hesse, 1905 thumb|Eerste druk, Siddhartha, 1922 Hermann Karl Hesse (Calw (Duitsland), 2 juli 1877 – Montagnola (Zwitserland), 9 augustus 1962) was een Duitstalige Zwitserse schrijver, dichter en schilder. Hij ontving in 1946 de Nobelprijs voor Literatuur.
Als zoon van Baltische Rusland-Duitsers werd Hesse als staatsburger van het keizerrijk Rusland geboren. Vanaf 1883 had hij de Zwitserse nationaliteit en vanaf 1890 die van het koninkrijk Württemberg. Vanaf 1924 was hij weer Zwitser.
Biografie Geboren in Calw, in het noorden van het Zwarte Woud, als kind van piëtistische ouders die onder meer missionarissen in India waren geweest, groeide Hesse op in een beschermde en intellectuele sfeer. In het ouderlijk huis werd hij al vroeg met de wereldliteratuur bekend, dankzij de uitgebreide bibliotheek van zijn erudiete grootvader, de beroemde missionaris en taalkundige Hermann Gundert. Hier verrichtte Hesse zijn eerste studies naar onder andere het boeddhisme. Dit uitte zich later in het boek Siddhartha.
In 1881 verhuisde het gezin Hesse voor 5 jaar naar Bazel. In 1882 verwierf vader, Johannes Hesse, het burgerschap van Bazel, waardoor het hele gezin de Zwitserse nationaliteit kreeg. In juli 1886 verhuisde het gezin terug naar Calw in Duitsland, waar Hesse aanvankelijk in de 2e klas van de Latijnse school in Calw terechtkwam.
Hesse was in zijn jeugd een moeilijk kind en bracht daardoor vele jaren op verschillende instituten door. Ook was hij korte tijd seminarist in het klooster Maulbronn. Hieruit vluchtte hij, omdat hij "entweder Dichter oder gar nichts werden" wilde. Na enige moeizame puberteitsjaren werd hij leerling in enige antiquariaten/boekhandels.
Het succes van zijn in 1904 verschenen boek Peter Camenzind stelde hem in staat zich volledig aan het schrijven te wijden. Daarvoor verhuisde hij naar het aan de Untersee (Bodenmeer) gelegen Gaienhofen. Hij huwde in 1904 met Marie Bernoulli en kreeg drie zonen, Bruno (1905), Heiner (1909) en Martin (1911). Het huwelijk werd in juni 1923 ontbonden. Hesse verbleef toen al sinds 1919 in het Zwitserse Montagnola, waar hij een kamer huurde in het Palazzo Casa Camuzzi. In januari 1924 trad hij na sterk aandringen van haar vader in het huwelijk met Ruth Wenger, een Zwitserse. Dit huwelijk werd op verzoek van Ruth in 1927 ontbonden. In 1926 leerde Hesse Ninon Dolbin (geb. Ausländer) kennen, een kunsthistorica uit Czernowitz. Reeds in 1910 had zij als studente gereageerd op Hesse's boek Peter Camenzind. Zij huwden op 14 november 1931. Hesse had dat jaar "das Rote Haus auf dem Berg" betrokken, dat zijn vriend dr. H.C. Bodmer voor hem had laten bouwen.https://www.tzum.info/2025/10/schrijversbiotopen-hermann-hesse-in-montagnola/
Hesse keerde zich in het geschrift "O Freunde, nicht diese Töne" (1914) tegen het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, maar meldde zich wel als vrijwilliger. In verband met zijn slechte ogen werd hij voor de krijgsdienst afgekeurd en te Bazel aangesteld op het bureau voor de Kriegsgefangenenfürsorge. Tot het einde van WO I stelde hij duizenden pakketten met boeken samen en verzond die naar Duitse krijgsgevangenen.
In 1924 werd hij opnieuw Zwitsers staatsburger en vestigde zich in Montagnola, Ticino, aan het Meer van Lugano. Al vanaf 1923 waarschuwde hij in geschriften voor het gevaar van het opkomende nazisme en fascisme. Vanaf 1932 was zijn huis een rustplek en doorgangshuis voor talloze, door het naziregime vervolgde schrijvers. Thomas Mann en Bertolt Brecht waren de eersten in een lange rij die in zijn huis opvang vonden en verder werden geholpen.
Literair werk In het werk van Hermann Hesse, dat veelal autobiografisch is, komt steeds weer de confrontatie van de mens met zichzelf aan de orde. Deze dualiteit moet de mens in staat stellen "zichzelf te zijn". Veel van de boeken van Hesse gaan over persoonlijke ontwikkeling en groei.
Gedurende zijn leven heeft hij verschillende golven van populariteit meegemaakt. Ook na zijn overlijden was er een golf in de jaren 1970-1980. Het werk van Hesse is in meer dan 60 talen vertaald en in 2005 heeft de oplage van al zijn boeken de 100 miljoen exemplaren overstegen. Nog steeds bestaat er grote belangstelling voor Hesse's werk en maandelijks rollen er 30.000 Hesseboeken van de persen van uitgeverij Suhrkamp.
Ook zijn er vele biografieën en studies over Hesse verschenen. Vrijwel al het werk van Hesse is in het Nederlands vertaald.
Hesse heeft in zijn leven ruim 45.000 brieven geschreven, waaronder vele aan zijn lezers. Veel van deze brieven zijn in de banden Gesammelte Briefe opgenomen en getuigen van zijn verantwoordelijkheid voor hetgeen hij met zijn boeken bij de lezers losmaakte.
In 1972 verfilmde Conrad Rooks Hesses boek Siddhartha. Het boek De Steppewolf werd in 1974 door de Amerikaanse regisseur Fred Haines verfilmd. In 2020 kwam de vrije verfilming van Narziss und Goldmund uit, gemaakt door Stefan Ruzowitzky. Om de twee jaar wordt er in zijn geboorteplaats Calw een meerdaags Hermann Hesse-Kolloquium gehouden, met steeds een ander thema. Zowel in Calw, als in Gaienhofen aan het Bodenmeer (1904-1912) en in zijn laatste woonplaats Montagnola (1919-1962) zijn Hermann Hessemusea ingericht.
Het Stadsarchief en Athenaeumbibliotheek te Deventer beschikt sinds medio 2000 dankzij een schenking over vrijwel de volledige collectie literatuur van en over Hermann Hesse. Deze collectie is beschikbaar voor onderzoek en studie.
Schilderkunst Lange tijd leek de schilderkunst geen rol te spelen in het leven van Hesse. Daarin kwam verandering tijdens zijn psychoanalytische behandeling in 1916. Zijn therapeut adviseert hem zijn dromen uit te beelden. Hesse neemt het advies over en begint te tekenen. Het schilderen blijkt van nut om zijn bewustzijn te organiseren. Na een periode van zelfportretten richt hij zich op landschappen en ook boekillustraties. Zijn poëziecycli zijn de eerste teksten die hij zelf illustreert. In 1920 volgt een eerste tentoonstelling te Basel.
De jaren twintig van de 20e eeuw werden de meest intense creatieve periode in zijn schildersloopbaan. Na de scheiding van zijn eerste vrouw vestigde hij zich in Montagnola, Ticino, waar hij zijn productiviteit enorm verhoogde. Het schilderen heeft een heilzame uitwerking op zijn geest. Voor Hesse is schilderen, naast het schrijven, een tweede en veel directere wijze om zijn innerlijke leven artistiek te kanaliseren.
Het aquarel wordt uiteindelijk de overheersende picturale uiting van Hesse. Tot zijn dood in 1962 maakt hij meer dan 3000 afbeeldingen en na zijn dood zijn er wereldwijd tentoonstellingen met Hesseaquarellen, onder meer in Tokio, Parijs, New York, Madrid en Hamburg.Hermann Hesse als Maler Carsten Tergast. Gearchiveerd op 9 juli 2023.
Prijzen 1905 – Wiener-Bauernfeld-Preis; (literatuurprijs van de Stadt Wien, voor: Peter Camenzind) 1928 – Mejstrik-Preis (Wiener Schiller-Stiftung) 1936 – Gottfried-Keller-Preis 1946 – Nobelprijs voor Literatuur 1946 – Goethepreis der Stadt Frankfurt 1947 – Eredoctoraat van de Universiteit van Bern 1950 – Wilhelm-Raabe-Preis 1954 – Orden pour le mérite; (opgenomen in de in 1842 door Koning Frederik Willem IV van Pruisen opgerichte 'Orde' voor wetenschappen en kunsten) 1955 – Friedenspreis des Deutschen Buchhandels
Bibliografie Proza 1899 Eine Stunde hinter Mitternacht 1901 Hinterlassene Schriften und Gedichte von Hermann Lauscher (uitgave R. Reichel te Bazel; Nederlandse vertaling 1975 ‘De avonturen van Hermann Lauscher’ door M. Coutinho) 1904 Peter Camenzind (Nederlandse vertaling 1975 ‘Peter Camenzind’ door Tom Graftdijk) 1904 Boccaccio (uitgegeven door Schuster & Loeffler, Berlijn Nederlandse vertaling 2002 door Evert van Leerdam) 1904 Franz von Assisi (uitgegeven door Schuster & Loeffler, Berlijn; Nederlandse vertaling 2003 'Franciscus van Assisi' door Alfred Krans) 1906 Unterm Rad (Nederlandse vertaling 1973 'Tussen de raderen' door: M. en L. Coutinho) 1907 Diesseits (verhalenbundel) (Nederlandse vertaling 1974 'Een voetreis in de herfst' door Margaretha Ferguson). (Met de verhalen: De marmerzagerij Uit de kinderjaren Een voetreis in de herfst De gymnasiast Hooimaand Heerlijk is de jeugd De cycloon In de gouden zon) 1909 Nachbarn 1910 Gertrud (Nederlandse vertaling (1918) Gerda door Geertruida van Vladeracken; (1972) Gertrud door Pé Hawinkels) 1912 Umwege (verhalen) 1913 Aus Indien 1914 Rosshalde (Nederlandse vertaling 1973 ‘Rosshalde’ door Thérèse Cornips) 1914 O Freunde, nicht diese Töne (in de Neue Züricher Zeitung) 1915 Knulp, drei Geschichten aus dem Leben Knulps (Nederlandse vertaling 1972 Knulp. Drie episoden uit Knulps levensverhaal, door Pé Hawinkels) 1915 Am Weg (verhalen) 1916 Schön ist die Jugend 1919 Demian Die Geschichte einer Jugend (Nederlandse vertaling: 1971 ‘Demian De geschiedenis van Emil Sinclair’s jeugd’ door M. en L. Coutinho) 1919 Kleiner Garten (belevenissen en gedichten) 1919 Zarathustras Wiederkehr (Nederlandse vertaling 2002 'De terugkeer van Zarathoestra' door Alfred Krans) 1920 Gedichte des Malers 1920 Klingsors letzter Sommer (Nederlandse vertaling 1964 ‘Klingsor’s laatste zomer’ door G. Huib A. Verstegen) 1920 Kinderseele 1920 Klein und Wagner (Nederlandse vertaling 1964 ‘Klein en Wagner’ door G. Huib A. Verstegen) 1920 Wanderung 1920 Blick ins Chaos (drie opstellen) 1922 Siddhartha Eine indische Dichtung (Nederlandse vertaling 1969 ‘Siddharta een Indiese vertelling’ door A.M.H. Binkhuysen. In 2016 opnieuw vertaald door Liesbeth van Nes als Siddharta. Een Indiase vertelling) 1923 Sinclairs Notizbuch 1925 Kurgast (Nederlandse vertaling 1973 'Kuren' door Pé Hawinkels) 1927 Die Nürnberger Reise 1927 Der Steppenwolf (Nederlandse vertaling: 1943 De Steppenwolf, door Maurits Dekker; 1964 De steppewolf door Pieter Grashoff) 1930 Narziss und Goldmund (Nederlandse vertaling: 1931 Narcis en Guldemond door John Kooy; 1970 Narziss en Goldmund door Pé Hawinkels) 1932 Die Morgenlandfahrt (Nederlandse vertaling 1972 'Reis naar het Morgenland' door L. Coutinho) 1935 Fabulierbuch (21 verhalen) (Nederlandse vertaling: 1977 'Fabuleuze vertellingen'; door: Theodoor Duquesnoy) 1936 Stunden im Garten. Eine Idylle (gedicht in hexameter; Nederlandse vertaling (1977) 'Uren in de tuin. Een idylle' door Michael Valeton) 1937 Gedenkblätter 1943 Kleine Welt (verhalenbundel) (Nederlandse vertaling 1975 'De kleine wereld' door Hans van Haaren). (Met de verhalen: De verloving Walter Kömpff Ladidel Robert Aghion Emil Kolb De wereldhervormer) 1943 Das Glasperlenspiel (geschreven in de jaren 1931–1943, Nederlandse vertaling 1978 'Het kralenspel' door Tine Ausma en Annemarie Houwink ten Cate) 1945 Traumfährte (verhalen en sprookjes) (Nederlandse vertaling 1975 ‘Droomtochten’ door Hans Hom) 1954 Piktors Verwandlung (sprookje) 1955 Die Märchen (sprookjes) (Nederlandse vertaling (1972) ‘Sprookjes’ door Pé Hawinkels). (Met de sprookjes: Augustus De dichter De droom van de fluit Merkwaardig bericht, afkomstig van een andere ster De harde weg Droomprogramma Faldoem Iris De gedaanteverandering van Piktor
Dichtbundels 1898 Romantische Lieder 1902 Gedichte 1911 Unterwegs 1915 Musik des Einsamen 1921 Ausgewählte Gedichte 1928 Krisis 1929 Trost der Nacht 1934 Vom Baum des Lebens 1937 Neue Gedichte 1941 Stufen (Nederlandse vertaling (1978) ‘Een prooi van heimwee’ door Genootschap "de Blauwe Bloem") 1942 Die Gedichte 1945 Der Blütenzweig 1952 Gesammelte Dichtungen (6 banden, uitgegeven vanwege de 75e verjaardag van de dichter Hesse) 1963 Die späten Gedichte 1977 Die Gedichte (alle gedichten omvattende uitgave in twee banden, samengesteld door Volker Michels)
Overig werk