De Slag om Arnhem was een luchtlanding en veldslag tijdens de Tweede Wereldoorlog die van 17 tot 25 september 1944 in en rond de stad Arnhem plaatsvond, als onderdeel van Operatie Market Garden. Het is, na de Slag om de Schelde, de grootste operatie op Nederlands grondgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was voor de geallieerden en Nederland grotendeels een mislukking doordat de brug in Arnhem over de Rijn niet kon worden ingenomen. Mede hierdoor werd het noorden en westen van Nederland niet bevrijd en kreeg men hier te maken met de hongerwinter.
Aanleiding
In augustus en begin september 1944 hadden de Geallieerden het noorden van Frankrijk en België bevrijd. In Nederland was grote euforie uitgebroken (Dolle Dinsdag). De Siegfriedlinie en de Rijn vormden echter forse obstakels voor een snelle opmars. Veldmaarschalk Montgomery stelde daarop Operatie Market Garden voor, met als doel om de Duitse linies heen te trekken en Duitsland binnen te vallen via Arnhem. Parachutisten moesten enkele bruggen veroveren (operatie Market) en bezet houden tot de tanks er waren (operatie Garden). Niet iedereen was ervan overtuigd dat het mogelijk was de grote rivieren eenvoudig over te steken ("een brug te ver gaan"), maar het plan werd uiteindelijk geaccordeerd.
Verloop thumb|Plattegrond met de geplande landingen De operatie begon zondagochtend 17 september 1944 om 11.30 uur met een inleidend bombardement dat bedoeld was om Duitse kazernes in Ede en Arnhem te treffen.
Luchtlandingen 's Middags landden bijna 5200 man van de Britse 1e Luchtlandingsdivisie, deels per parachute en deels in zweefvliegtuigen op terreinen op grote afstand van Arnhem, namelijk bij Wolfheze en ten noorden van Heelsum. In sommige zweefvliegtuigen werden jeeps en antitankgeschut aangevoerd. Op 18 september landden nog eens 1900 parachutisten op de Ginkelse heide bij Ede en zweefvliegtuigen bij Wolfheze.
Tijdens de overtocht vanuit Engeland ging door ongelukken een deel van de uitrusting verloren. Voorts bleek na de landing dat het radiocontact tussen de eenheden onderling en met het hoofdkwartier voortdurend haperde.
Duits tegenoffensief De voornaamste tegenslag was de tot dan toe onopgemerkt gebleven aanwezigheid van twee SS-pantserdivisies, die in feite toevallig vlak ten noorden van Arnhem gelegerd waren. De Britse generaals waren echter door verkenners gewezen op de gecamoufleerde aanwezigheid van deze tanks en pantservoertuigen. Dit bericht werd door de Britten genegeerd. Dit waren de restanten van twee Duitse SS-pantserdivisies die zware verliezen hadden geleden in de gevechten tegen de geallieerden sinds de invasie in Normandië op 6 juni 1944 was begonnen. De 9. SS-Panzer-Division Hohenstaufen werd naar Arnhem en Oosterbeek gestuurd om de Britten te stoppen en te verslaan. De 10. SS-Panzer-Division Frundsberg werd aanvankelijk via Arnhem en Elst naar Nijmegen gedirigeerd om de Amerikanen daar tegen te houden. De 9. SS-Panzer-Division Hohenstaufen was bezig om het gros van het nog inzetbare zware materieel over te dragen aan de 10. SS-Panzer-Division Frundsberg, het restant hiervan op de trein te zetten om samen met het restant van het personeel af te reizen naar Siegen in Duitsland om aldaar volledig opnieuw te worden opgebouwd. De 10. SS-Panzer-Division Frundsberg omvatte in eerste instantie circa 4.500 manschappen, voorzien van wat tanks en artillerie. Snel optreden van eenheden van de 9. SS-Panzer-Division Hohenstaufen en daarnaast de acties van het SS Panzer Grenadier Ausbildungs und Ersatz Bataillon 16 onder leiding van SS Sturmbannführer (majoor) Sepp Krafft, leidden ertoe dat het beoogde verrassingseffect van de luchtlandingen omgeving Wolfheze en Heelsum vrijwel terstond verloren ging.
Slag om de Rijnbrug thumb|De brug op 19 september 1944 thumb|De brug bij Arnhem nadat de Britse parachutisten teruggedreven waren De geplande snelle Britse bezetting van de Rijnbrug in Arnhem door de Britse divisie verkenningseenheid liep al vlak na de start bij Wolfheze vast op Duitse weerstand. De overige Britse troepen raakten snel betrokken in hevige straatgevechten in Oosterbeek en Arnhem, waardoor verdere voortgang nauwelijks mogelijk was. Aan het eind van de dag (zondag 17 september) slaagde slechts het tweede bataljon van de 1e Parachutistenbrigade, onder leiding van luitenant-kolonel John Frost, erin een bruggenhoofd te vestigen bij de noordelijke oprit van de verkeersbrug in het centrum van Arnhem. De spoorbrug bij Oosterbeek was toen reeds opgeblazen en de Arnhemse schipbrug bleek niet bruikbaar omdat het middenstuk was uitgevaren. Voor het welslagen van Market Garden was het nu essentieel, dat het Britse bruggenhoofd stand zou houden totdat de grondtroepen van het 30e Legerkorps (XXX Corps) de brug zouden bereiken.
In de dagen volgend op 17 september bleef het Britse bruggenhoofd echter geïsoleerd door de onverwacht snelle tegenaanvallen van de Duitsers onder SS-Obergruppenführer Wilhelm Bittrich, generaal en commandant II (2e) SS Panzer Korps, daarbij gesteund door zijn chef Generalfeldmarschall (veldmaarschalk) Walter Model (Commandant van Heeresgruppe B (legergroep B)). Hierdoor werd de aanvoer van versterkingen naar het bataljon van Frost op de brug in Arnhem belet. In hevige straatgevechten werden de Britten steeds verder teruggedreven. Reeds op 19 september was Urquhart, na een rampzalig mislukte poging om toch door te breken, gedwongen de restanten van zijn troepen terug te trekken naar een gebied in Oosterbeek van circa 1 bij 2 km (de "perimeter"). Men was in feite in deze perimeter geïsoleerd. De dropping van voorraden mislukte vrijwel voortdurend: door het gebrekkige radiocontact kon niet worden doorgegeven dat de dropzones in Duitse handen waren, terwijl de piloten de opdracht hadden signalen vanaf de grond te negeren. Later in de slag bleken de nieuwe dropzones te klein om effectief voorraden te kunnen droppen. Bijna alle afgeworpen voorraden kwamen daardoor in Duitse handen terecht. Uit Duitsland kwamen ook steeds meer versterkingen, waaronder Tiger II-tanks.
Bij de poging van de Britse parachutisten via de Utrechtseweg bij Wolfheze op te rukken richting Rijnbrug, sneuvelde bij een beschieting van een Duits legervoertuig op het kruispunt met de Wolfhezerweg op 17 september onder meer de Duitse generaal Friedrich Kussin.De dood van Generalmajor Friedrich Kussin Een verhaal dat hij gescalpeerd werd door Britse soldaten wordt niet gesteund door feiten. Een kogelwond is waarschijnlijker.Kussin Junction
Landingen bij Driel Op 21 september landde bij Driel de Poolse 1e Onafhankelijke Parachutistenbrigade onder leiding van Stanisław Sosabowski. Hierdoor braken er ook gevechten uit in de Betuwe, het gebied ten zuiden van de Rijn. De landing van deze Poolse eenheden behoedde de Britse para's voor een vernietigende Duitse aanval die voor de daaropvolgende dag was gepland, maar bracht uiteindelijk onvoldoende soelaas.
Vertraging grondtroepen De opmars van de grondtroepen vanuit het zuiden van Nederland verliep aanmerkelijk trager dan gepland. (Volgens de planning had het bruggenhoofd overigens circa drie etmalen behouden moeten blijven, hetgeen voor luchtlandingstroepen al een zeer lange periode is.) Ten eerste viel de brug bij Son (op de route Eindhoven - Nijmegen - Arnhem) niet onbeschadigd in geallieerde handen, zodat kostbare tijd verloren ging met het bouwen van een noodbrug en duurde het lang voor de brug bij Nijmegen in geallieerde handen viel. Ten tweede bleek de Duitse tegenstand heftiger te zijn dan verwacht. Ten derde speelde de route zelf een rol: deze liep over een zeer smalle weg van Valkenswaard naar Arnhem en die tussen Nijmegen en Arnhem deels op een dijklichaam lag. Naarmate de tijd vorderde, raakte de weg steeds vaker geblokkeerd door defect en kapotgeschoten materieel door Duitse tegenaanvallen. De route werd door de geallieerde troepen aangeduid als Hell's Highway.
Het gevolg hiervan was dat de grondtroepen niet tijdig de Arnhemse brug konden bereiken om Frost en zijn manschappen te ontzetten. Op donderdag 21 september waren zij genoodzaakt zich over te geven.
Terugtrekking thumb|Plek waar de geallieerden zich over de Rijn terugtrokken. Aan de horizon Oosterbeek. Op zondag 24 september vond de Conferentie van Valburg plaats waar besloten werd de perimeter nog eenmaal te versterken. De oversteek van de 4th Dorsets van de 43e Divisie dezelfde avond mislukte, waarna het restant van de Britse Parachutistendivisie onder generaal-majoor Roy Urquhart zich op 25 september van het geallieerde opperbevel over de Rijn mocht terugtrekken. Op dat moment waren in de perimeter nog circa 2.500 man Britse en Poolse troepen aanwezig. Van hen slaagden 2.163 in de nacht van 25 op 26 september erin de Rijn over te steken.Slagomarnhem.nl, Succesvolle terugtocht met veel slachtoffers De overigen gaven zich de volgende dag over of verstopten zich om later alsnog over de Rijn te ontsnappen (Operatie Pegasus). Eind september 1944 strandde operatie Market Garden definitief in de Betuwe. Het front verstarde langs de rivier de Linge. Nadat op 2 december 1944 de Duitsers de Rijndijk bij Elden hadden opgeblazen overstroomde een groot deel van de Betuwe. Veel burgers moesten hun huis verlaten. Pas begin april 1945 werd de Over-Betuwe bevrijd.
Na de Slag om Arnhem hielden de Duitsers rekening met een herhaling van de aanval. Daarbij zouden burgers alleen maar in de weg lopen of de geallieerden mogelijk helpen. Daarom dwongen ze op 24 september de 95.000 inwoners van Arnhem om hun stad te verlaten (zie Evacuatie van Arnhem). Ook de Zuid-Veluwe werd geheel ontruimd. Zo ontdekten veel Arnhemmers pas na de oorlog hoezeer hun stad als gevolg van de gevechtshandelingen was verwoest.
Op 12 en 13 april 1945 vond bij de bevrijding van Arnhem een tweede slag plaats die zich concentreerde op de wijk Geitenkamp. Arnhem was eind 1944 op last van de Duitsers geëvacueerd en in de wijk waren dwangarbeiders gevestigd en er woonden ook NSB'ers in de vrijgekomen huizen. De Canadese troepen dachten dat Arnhem flink verdedigd werd en voerden een zwaar artilleriebombardement uit op de Geitenkamp. Onder de bewoners, die wel gewaarschuwd waren maar geen kant uit konden, viel een onbekend aantal slachtoffers.
Vermeend verraad Nadat de Slag om Arnhem was verloren, ontstond bij de Britten de behoefte aan een zondebok. Vooral de generaals van het Britse landleger, het 30e Legerkorps, hebben actief en effectief geprobeerd de schuld in niet-Britse schoenen te schuiven, zie Conferentie van Valburg. De Nederlandse dubbelspion Christiaan Lindemans alias King Kong die op 28 oktober 1944 was gearresteerd door de Britten werd als zondebok gebruikt. Lindemans zou kennis over Operation Market Garden hebben doorgespeeld aan de Duitsers. Die kennis zou hij hebben opgedaan op het hoofdkwartier van prins Bernhard, en daarmee zou de prins indirect medeschuldig zijn aan het mislukken van de Slag om Arnhem. Na de oorlog werd de rol van Lindemans nog wat aangedikt in boeken van de Nederlandse contraspionage-expert in Britse dienst Oreste Pinto.
In feite heeft Lindemans echter niet de luchtaanval op Arnhem verraden, maar het grondoffensief van Operation Comet dat later de basis van Operation Garden zou vormen. Aan Lindemans' verhaal werd door de Duitsers aanvankelijk weinig geloof gehecht. Toen echter Operation Market Garden van start ging, concludeerden de Duitsers dat hij toch gelijk had. In allerijl werd getracht de opmars van de geallieerden in Zuid-Nederland te vertragen. Juist het omzichtige en trage oprukken door het 30e Legerkorps, het Britse landleger, bleek fataal voor de operatie. Het 30e Legerkorps bereikte de Britse en Poolse parachutisten bij Arnhem eerst na zeven dagen in plaats van na de geplande twee dagen. Toen waren de Britse parachutisten al bij de brug in Arnhem door de Duitsers verdreven.