De Leidse Studenten Vereniging Minerva (ook wel L.S.V. Minerva of Minerva) is een traditionele gemengde Leidse studentenvereniging.

Karakteristieken De L.S.V. Minerva is op 1 januari 1974 ontstaan na een fusie op 26 september 1973 tussen het Leidsche Studenten Corps (1839) en de Vereeniging van Vrouwelijke Studenten te Leiden (1900). De leden van de vereniging komen bijeen op Sociëteit 'Minerva'.

Gedurende het studiejaar vinden er op de sociëteit (en daarbuiten) verscheidene evenementen plaats, georganiseerd door Minerva of een van haar substructuren. Daarnaast is er voor leden en reünisten eens in de vijf jaar een lustrumfeest.

Minerva is voorzitter en medeoprichter van de Algemene Senaten Vergadering, waarin alle landelijk erkende corpora verenigd zijn.

In 2020 had Minerva circa 2400 leden.

Geschiedenis De Leidse Studenten Vereniging Minerva is tot stand gekomen na een fusie op 1 januari 1974 tussen het Leidsch Studenten Corps 'Virtus Concordia Fides en de Vereeniging voor Vrouwelijke Studenten te Leiden. De directe aanleiding tot de oprichting van het Leidsch Studenten Corps op 1 maart 1839 was een schandaal rond de ontgroening (het 'Kraakmanincident') in het jaar daarvoor.

Leidsch Studenten Corps 'Virtus Concordia Fides' Groensenaten 100px|left|thumb|CSSALB 100px|thumb|COiBSS In Leiden waren vanaf eind 18e eeuw meerdere zogenaamde groensenaten actief, waarvan de belangrijkste drie waren verenigd onder toezicht van een overkoepelend bestuur: een collegium. Dit collegium verdeelde de nieuwe studenten onder de drie aangesloten groensenaten. Het eerste collegium was opgericht in 1799 en tooide zichzelf met de titel Collegium in Academia Lugduno Batava Supremum ('CALBS' vertaald uit Latijn: het hoogste college aan de academie van Leiden), het 1e collegium. In 1815 trad de tot dan toe afzijdige senaat Vis Unita Fortior (Latijn: vereende kracht maakt sterker) toe tot het collegium in plaats van het in 1802 ter ziele gegane Duce Minerva en het Collegium ging zichzelf aanduiden met het Collegium Omnium in Belgio Senatuum supremum ('COiBSS' of 2e collegium) en heeft zichzelf inmiddels de zinspreuk van de toegetreden senaat aangemeten: Vis unita fortior. Dit collegium is sterk aristocratisch van afkomst en is bij het overgrote deel van de Leidse studenten niet geliefd.

Faculteiten 100px|left|thumb|Fac. Med. De meerderheid van de studenten vond in de voorzitters van de vijf faculteitsverenigingen een orgaan dat hen vertegenwoordigde. De toenemende betekenis van de studentenfaculteiten werd duidelijk in 1818. In het eerste artikel van de toen afgekondigde Studentenwetten werd bepaald dat bij de aanvang van het academiejaar bij iedere faculteit een voorzitter gekozen moest worden. Aanvankelijk belegden deze nog in opdracht van het Collegium Omnium de faculteitsvergaderingen, maar in de loop der tijd gingen de faculteitsvoorzitters deze op eigen gezag beleggen, waarmee ze de basis legden voor een sterke oppositie tegen het Collegium Omnium. In de twintig jaar volgend op 1818 groeien de tegenstellingen tussen de aristocraten rond het collegium (senaatspartij) en de "faculteitsstudenten" of oppositie. Behalve door een verschil in levensstijl werden deze twee groepen ook gescheiden door verschillende opvattingen over de groentijd. Terwijl de aristocraten een zware groentijd voorstonden wilde de oppositie de groentijd verlichten of zelfs opheffen.

Oppositie 100px|left|thumb|CP In 1834 sloten de vijf faculteitspraesidia zich aaneen tot het Collegium Praesidum, ook wel aangeduid als het 3e collegium ('CP'). Dit collegium voerde oppositie tegen het aristocratische collegium van 1799. Dit Collegium Praesidium nam het initiatief tot hervorming. In 1839 leidde onenigheid over ontgroeningspraktijken (het Kraakmanincident) tot een fatale scheuring in de Leidse studentengemeenschap. Het Collegium Praesidium gaf de aanzet tot de oprichting van een nieuw collegium: het Collegium Civitatis Academicae Lugduno-Batavae Supremum (vertaald uit Latijn: het hoogste college van de academieburgers te Leiden; ook wel aangeduid als het 4e collegium (CCALBS)).

100px|left|thumb|CCALBS Het CP werd integraal opgenomen in dit nieuwe collegium. Dit collegium is opgericht naast het in 1799 gevormde CALBS (het 1e collegium dat zich in 1815 had omgedoopt tot COiBSS). Tevergeefs hadden de oprichters van het CCALBS aangeboden met het COiBSS samen te werken en zelfs het COiBSS op te nemen in dit nieuwe collegium. Het COiBSS wees dit echter resoluut van de hand. De oprichting van het Collegium Civitatis Academicae Lugduno-Batavae Supremum op 1 maart 1839 wordt aangehouden als de oprichtingsdatum van het Leidsch Studenten Corps, onder de zinspreuk Virtus Concordia Fides (vertaald uit het Latijn: Moed, eendracht en trouw). Het Leids Corpswapen - een bundel van vijf pijlen - symboliseert de verbondenheid van de studenten van alle (toen vijf) faculteiten. En voorts om uiting te geven aan de achtergrond en de eenheid tooit het Collegium zelve zich met de spreuk E pluribus unum. Van eenheid was echter nog geen sprake.

Tweespalt 100px|thumb|VUF Als reactie op de oprichting van het Leidsch Studenten Corps door het CCALBS, besluit het COiBSS, de senaten en andere gezelschappen (zoals Non Sordent in Undis en Sempre Crescendo) zich te verzetten tegen het CCALBS, een concurrerend Leidsch Studenten Corps op te richten onder de zinspreuk van het oude COiBSS: Vis Unita Fortior ('V.U.F.'). Omdat sociëteit Minerva door het CCALBS was aangewezen als de sociëteit van haar Corps, waren de aristocraten van V.U.F. genoodzaakt naar een ander onderkomen uit te zien. Als gevolg hiervan werd door V.U.F. naast sociëteit Minerva op het Rapenburg een nieuwe sociëteit Mutua Fides (vertaald uit het Latijn: Wederzijds Vertrouwen) opgericht in het pand 'De Twee Kolommen' aan de Breestraat, waar voor 1837 Sociëteit Minerva zelf gevestigd was geweest. Ook gaf V.U.F. een eigen almanak uit (van 1840-1844) en concurreerde het met het CCALBS om nieuwe eerstejaarsstudenten. Ondertussen schafte het CCALBS de groentijd af, iets dat op hoon van V.U.F. kon rekenen.

Eendracht thumb|Collegium LSC 1889-1890 Pas in 1846 werd het pleit beslecht in het nadeel van het Corps dat voortkwam uit het oude COiBSS Vis Unita Fortior uit 1799; de meerderheid van de nieuwe studenten meldden zich aan bij het CCALBS. De aanwas voor V.U.F. was minimaal en droogde zelfs helemaal op en - omdat studenten nu eenmaal eens afstuderen en de stad verlaten `stierf´ V.U.F. vanzelf uit. V.U.F. hield op 11 mei 1846 op te bestaan en pas toen werd daadwerkelijk de eendracht onder de studenten in Leiden bereikt. Ook sociëteit Mutua Fides te Leiden werd opgedoekt. Pas toen waren feitelijk alle Leidse studenten onder één collegium verenigd en kwamen bijeen op dezelfde sociëteit: Minerva.

Vereeniging van Vrouwelijke Studenten te Leiden thumb|150px|right|Plaquette van de VVSL op Rapenburg 65 In 1878 verscheen te Leiden de eerste vrouwelijke studente aan de academiepoort: Maria Slothouwer. Het aantal vrouwelijke studenten nam langzaam maar zeker toe. De vrouwelijke studenten zochten aansluiting bij het Leidsch Studenten Corps, maar het corpslidmaatschap werd niet opengesteld voor dames. Hierop besloten de dames naar Gronings voorbeeld zelf een studentenvereniging voor vrouwen op te richten: de Vereeniging van Vrouwelijke Studenten te Leiden (VVSL), opgericht op 27 januari 1900. In 1928 nam de VVSL het gebouw op Rapenburg 65 in gebruik en vestigde aldaar haar clubgebouw. De VVSL was lid van de Bond van Vrouwelijke Studenten Vereenigingen (BVSV).

Dat de dames goed bevriend waren met en zelfs de vrouwelijke pendant konden worden genoemd van het Leidsch Studenten Corps werd wel duidelijk in 1960 toen de VVSL de leden van het Leidsch Studenten Corps opvingen nadat Sociëteit Minerva door brand was verwoest. De geschiedenis van de VVSL werd voortgezet in Minerva door de fusie met het Leidsch Studenten Corps en de daaropvolgende opheffing van de VVSL in 1973.

Sociëteit Minerva thumb|Studenten Sociëteit Minerva ± 1830. Geheel rechts, achter de man op de stoel (Willem Veder) staat Van de Linde met snuifdoos in de hand. Geheel links met hoge hoed: Aart Veder. 80px|left|thumb|Soc. Minerva

De Leidse Studenten Vereniging Minerva is vernoemd naar studentensociëteit Minerva die op haar beurt weer is vernoemd naar de Romeinse godin van de wijsheid Minerva. De geschiedenis van sociëteit Minerva begint volgens de Vereeniging Sociëteit Minerva zelf al in 1814 als boven de kroeg ‘De Twee Kolommen’ (Breestraat 121) een kamer wordt gehuurd en uitgebaat als studentensociëteit. De ontstaansgeschiedenis van Minerva is echter niet onomstreden. * Met name het jaar 1814 als jaar van oprichting, wordt betwist.

Pas sinds 1936 wordt als jaar van oprichting van sociëteit Minerva het jaar 1814 genoemd. In de Leidsch Studenten Almanakken werd namelijk tot en met 1935 nog het jaar 1819 als jaar van oprichting voor Minerva vermeld. Vanaf 1936 werd ineens 1814 genoemd. Zo vierde Minerva in 1934 nog het 23e lustrum (geteld vanaf 1819 dus) maar al in 1939 haar 25e (ineens geteld vanaf 1814)! De oorzaak hiervan is gelegen in de publicatie van het boekje Schets eener Geschiedenis der Studentensociëteit 'Minerva' geschreven door Minerva reünist M.A. Beelaerts van Blokland in 1936. In dit boekje wordt voor het eerst in de geschiedenis van Minerva gerept van het oprichtingsjaar 1814. De bron die Beelaerts aanhaalt voor het jaar 1814 is een passage uit een boek van Johannes Kneppelhout alias Klikspaan. In dit boek getiteld Studentenschetsen staat: Te voren was er geene bepaalde Studenten-Sociëteit; de Leidsche burgers en de Studenten hadden er gezamenlijk eene bij Hogenstraten op de Breedestraat (waar nu juffrouw Charldorp woont). In 1814 is de eerste Studenten-Sociëteit Minerva opgerigt bij Van den Heuvel in de twee Kolommen. Deze is gedissolveerd in 1818, wanneer eenige oud-leden eene nieuwe opgerigt hebben, welke nu nog bestaat.De complete tekst uit Klikspaan, Studententypen, Ophelderingen; p.590 paragraaf 34. Gearchiveerd op 6 september 2023.Klikspaan (pseud. van J. Kneppelhout), Studentenleven, p. 765. Gearchiveerd op 6 september 2023. De gezamenlijke sociëteit ‘bij Hogenstraten’ waar Klikspaan hier aan refereert, heette 'Amicitia' en lag aan Breestraat 300, nu 113. Hierbij dient nog opgemerkt te worden dat Beelaerts in zijn boekje de laatste zin van Klikspaan, over de ontbinding van het eerste Minerva, heeft weggelaten. Ook zegt Beelaerts in zijn Woord Vooraf nog "de volgende bladzijden hebben geen pretentie, willen den lezer geen volmaakte geschiedenis of volmaakt tijdbeeld geven".

In 2014 heeft Vereniging 'Sociëteit Minerva' het boek "Minerva voor het leven" uitgegeven. In hoofdstuk 1 van dit lustrumboekZwet, dr J. van: 'eerste sociëteit der nederlanden', p. 4-15 in "Minerva voor het leven" (Leiden 2914) is aan de geschiedenis van Minerva bijzondere aandacht geschonken. In dit hoofdstuk voert de schrijver een verslag van een vergadering gehouden op 22 juni 1814 door het Collegium Supremum Senatuum Academiae Lugduno Batavae op, als de bron waarin voor het eerst gerept zou worden van het bestaan van studentensociëteit Minerva, als ware het de ‘smoking gun’, het bewijs voor het jaartal 1814. De notulen vermelden het volgende: