thumb|Links: Hersenbasis gezien vanaf onder, met de hersenzenuwen in kleuren aangegeven Rechts: Schedelbasis, met in het donker de foramina, waardoor de meeste zenuwen de schedel verlaten thumb|Hersenbasis met de hersenzenuwen thumb|Schema van de hersenzenuwen
Onder hersenzenuwen of craniale zenuwen worden de zenuwen verstaan die rechtstreeks uit de hersenen en hersenstam ontspringen. Hersenzenuwen worden hiermee van de spinale of ruggenmergzenuwen onderscheiden, die uit het ruggenmerg ontspringen. Hersenzenuwen geven informatie door tussen het brein en de verschillende delen van het lichaam, met name in gebieden in het hoofd en de nek. De sensorische informatie omvat zowel generieke sensatie, zoals temperatuur en tast, als gespecialiseerde sensatie, zoals smaak, zien, reuk, evenwicht en gehoor.
De hersenzenuwen ontspringen uit het centrale zenuwstelsel, boven dat niveau. Er is een biologische symmetrie, elk paar hersenzenuwen komt aan beide kanten van het hoofd voor. Er komen in de hersenen van de mens afhankelijk van de precieze definitie twaalf of dertien paar hersenzenuwen voor, die worden aangegeven met de Romeinse cijfers I–XII. Hersenzenuw nul, ook wel de nervus terminalis of eindzenuw, wordt soms ook inbegrepen. De nummering van de hersenzenuwen is gebaseerd op de volgorde waarin zij uit de hersenstam ontspringen, van voor naar achter.
Ruggenmergzenuwen ontspringen achtereenvolgens uit het ruggenmerg, waarbij de eerste ontspringt uit de ruimte net boven de eerste halswervel. Alle zenuwen in het menselijk lichaam zijn hersenzenuwen of ruggenmergzenuwen. Deze twee groepen vormen samen het perifere zenuwstelsel.
De nervus terminalis, de nervus olfactorius (CN. I) en de nervus opticus (CN. II) ontspringen uit het prosencephalon of voorhersenen. De andere tien paar ontspringen uit de hersenstam, het diepste deel van de hersenen. De hersenzenuwen maken deel uit van het perifere zenuwstelsel, hoewel CN. I en CN. II op structureel niveau eigenlijk beter bij het centrale zenuwstelsel passen.Board Review Series – Neuroanatomy, Fourth Edition, Lippincott Williams & Wilkins, Maryland 2008, p. 177. .
Hersenzenuw wordt hier met CN afgekort, van cranial nerve.
Omschrijving Mensen hebben in principe twaalf paar hersenzenuwen. De verschillende zenuwen zijn naar hun functie genoemd en aangezien Latijn de lingua franca is in de geneeskunde, staan ze internationaal bekend onder hun Latijnse naam. De hersenzenuwen staan in de tabel hieronder. De hersenzenuwen zijn genummerd op hun rostraal-caudale positie, van voor naar achter. Dit houdt in dat de CN. I, de nervus olfactorius, het meest vooraan in de hersenen ligt. Als de hersenen uit de schedel worden gehaald, zijn de zenuwen in hun numerieke volgorde te zien.
Een Duits onderzoeker ontdekte in 1878 in haaien een dertiende paar hersenzenuwen. Deze zenuw, die vaak wordt als hersenzenuw nul of nervus terminalis aangeduid, werd in 1913 ook bij mensen gevonden. Uit een studie uit 1990 is gebleken dat de dertiende hersenzenuw bij de meeste mensen voorkomt. De zenuw is klein en het is onduidelijk wat voor functie de zenuw voor mensen heeft.
De hersenzenuwen lopen zowel binnen als buiten de schedel. De paden binnen de schedel worden intracranieel genoemd, terwijl de paden buiten de schedel extracranieel worden genoemd. In de schedel zitten gaten, de foramina, waardoor de zenuwen de schedel kunnen verlaten. Alle hersenzenuwen bestaan in paren, wat inhoudt dat ze allemaal aan zowel de linker- als de rechterkant van het lichaam voorkomen. Wanneer een spier of lichaamsfunctie wordt aangestuurd door een zenuw die aan dezelfde kant van het lichaam ontspringt, wordt dit een ipsilaterale, Latijn voor dezelfde kant, functie genoemd. Wanneer de functie aan de andere kant van het lichaam ligt dan de oorsprong van de zenuw, wordt dit een contralaterale, van tegengestelde kant, functie genoemd.
De twaalf hersenzenuwen staan in het volgende schema genoemd. Ze staan in de tabel met nummer, type, Latijnse naam en Nederlandse naam opgesomd.
nr type Latijnse naam Nederlandse naam I sensorisch nervus olfactorius reukzenuw II sensorisch nervus opticus gezichtszenuw of oogzenuw III motorisch nervus oculomotorius oogbewegingszenuw IV motorisch nervus trochlearis katrolzenuw V gemengd nervus trigeminus drielingzenuw VI motorisch nervus abducens VII gemengd nervus facialis aangezichtszenuw VIII sensorisch nervus vestibulocochlearis gehoor- en evenwichtszenuw IX gemengd nervus glossopharyngeus tong-keelzenuw X gemengd nervus vagus zwervende zenuw XI motorisch nervus accessorius bijkomstige zenuw XII motorisch nervus hypoglossus ondertongzenuw
Categorie:Hersenen